Troonrede van 13 februari 1849

Mijne Heeren, de Leden van de Eerste en Tweede Kamer der Staten-Generaal! Naar het uitdrukkelijk voorschrift der Grondwet, is de taak der beide Kamers van de Staten-Generaal, die tot heden bestonden, met dit oogenblik volbragt. Met naauwgezetheid hebben die Kamers Mij, na de aanneming der grondwets-wijzigingen, bijgestaan, en zij verdienen dank voor de hulp, welke …

Troonrede van 17 oktober 1836

Edel Mogende Heeren! Bij het overzien van den tijdkring, die sedert Uwe jongste zitting is verloopen, reken Ik het een bijzonder voorregt deze vergadering te openen met de erkenning, dat op nieuw vele zegeningen over het vaderland zijn uitgestort. De geboorte van eenen Prins aan mijnen beminden tweeden zoon geschonken, heeft Mijn Huis en de …

Troonrede van 21 oktober 1833

Edel Mogende Heeren! Zoo Ik mij altijd met genoegen in het midden bevinde der Vertegenwoordigers van het edele Volk, dat niet ophoudt, mij, onder de zorgen des bestuurs, op te beuren, het is vooral bij de moeijelijke omstandigheden, in welke Ik nu, voor de vierde maal, Uwe gewone Vergadering opene, dat de tegenwoordigheid van U …

Troonrede van 18 oktober 1824

Edel Mogende Heeren! Het is Mij aangenaam, uwe tegenwoordige zitting te openen met de mededeeling, dat, behoudens het gemeen overleg met U Ed.Mog., eene echtverbintenis van Mijnen beminden tweeden Zoon met de jongste Dochter van den Koning van Pruissen, is ontworpen, die, onder den Goddelijken zegen, het geluk van Mijn Huis, en in het bijzonder …

Troonrede van 20 oktober 1823

Edel Mogende Heeren! Wij mogen, dank zij de algoede Voorzienigheid!, ons wederom ontmoeten onder het voortdurend genot van de weldaad des vredes. Elk Nederlander, die onbevooroordeeld om zich henen ziet, merkt, met erkentenis, de voorregten op, welke op zijnen vrijen en herbergzamen grond genoten worden. Onze betrekkingen met alle de Mogendheden van Europa dragen steeds …

Troonrede van 19 oktober 1818

Edel Mogende Heeren! In den loop van dit jaar heeft Mijn Huis een’ nieuwen Zegen ondervonden door de Geboorte van eene tweede telg van Mijn beminden oudsten Zoon den Prins van Oranje. De Nederlanders hebben toen wederom ondubbelzinnig getoond, dat zij die gebeurtenis als een nieuwen waarborg voor het geluk van hun volgend geslacht beschouwden. …

Troonrede van 21 oktober 1816

Edel Mogende Heeren! Het strekt mij tot een levendig genoegen u, bij dezen plegtigen aanvang uwer werkzaamheden, te kunnen aankondigen, dat het Rijk met de buitenlandsche Mogendheden in de beste verstandhouding is, en dat alles ons op de voortduring dezer vriendschappelijke betrekkingen mag doen rekenen. Wij hebben ons daarentegen te bedroeven over de buitengewone rijzing, …

Troonrede van 8 augustus 1815

Edel Mogende Heeren! Weinige maanden geleden, gaf ik aan de Staten-Generaal kennis van de vereeniging van alle de Nederlanden, onder het Koninklijk gezag. Maar, om die vereeniging bestendig en heilzaam te doen zijn, is het niet genoeg, dat alle de ingezetenen aan denzelfden Souverein gehoorzamen. Zij moeten, daarenboven, door dezelfde wetten en instellingen ten naauwste …

Troonrede van 7 november 1814

Edel Mogende Heeren! De eerste uwer gewone vergaderingen begint onder allezins gunstige voorteekenen. In alle gedeelten van het pas herboren vaderland, heerscht eene volomene rust; de regeling van de voornaamste takken van het bestuur gaat, volgens de bepalingen der Grondwet, onbelemmerd en zelfs met de meeste gemakkelijkheid voort, en allerwege wordt dagelijks zigtbaarder de geest …