Troonrede van 17 oktober 1836

Edel Mogende Heeren! Bij het overzien van den tijdkring, die sedert Uwe jongste zitting is verloopen, reken Ik het een bijzonder voorregt deze vergadering te openen met de erkenning, dat op nieuw vele zegeningen over het vaderland zijn uitgestort. De geboorte van eenen Prins aan mijnen beminden tweeden zoon geschonken, heeft Mijn Huis en de …