Troonrede van 4 augustus 1840

Edel Mogende Heeren! Het strekt Mij tot genoegen U Edel Mogenden rondom Mij geschaard te zien, en in persoon deze buitengewone en plegtige zitting der Staten-Generaal te kunnen openen. De Grondwet van het Koningrijk heeft met bedachtzaamheid verordend, dat geene veranderingen of bijvoegingen in dezelve haar beslag kunnen erlangen, dan nadat zij bij eene wet […]

Troonrede van 21 oktober 1839

Edel Mogende Heeren! Bij de opening Uwer tegenwoordige zitting kan Ik weder de verzekering geven, dat Mijne betrekkingen met de vreemde Mogendheden bij voortduring door onderlinge gevoelens van vriendschap en welwillende belangstelling worden gekenmerkt. Het tractaat van handel en scheepvaart met de Vereenigde Staten van Amerika, en dat van handel met de Staten van het […]

Troonrede van 15 oktober 1838

Edel Mogende Heeren ! Het strekt tot voldoening voor Mijn vaderlijk hart, bij deze plegtige vergadering, Mij voor de eerste maal vergezeld te zien van Mijnen beminden oudsten Kleinzoon, den Erfprins van Oranje, aan wien Ik, bij het bereiken der meerderjarigheid, zitting in den Raad van State heb verleend. Mijne vriendschappelijke betrekkingen met de vreemde […]

Troonrede van 19 oktober 1835

Edel Mogende Heeren! Met genoegen kan ik bij de opening dezer zitting, aan U Mogenden de verzekering geven, dat Onze betrekkingen tot vreemde Mogendheden, van een’ vriendschappelijken aard. De staatkundige toestand van het Rijk is, intusschen, sedert de mededeelingen, Mijnentwege, in de lente van dit jaar, aan Uwe Vergadering gedaan, onveranderd gebleven. Bij het voortdurend […]

Troonrede van 15 oktober 1832

Edel Mogende Heeren! Gedurende de laatste maanden uwer pas geslotene zitting, deed zich meer dan eens het gegronde vooruitzigt op, dat Ik, bij de opening uwer tegenwoordige vergadering, aan U Edel Mog. het einde zoude mogen aankondigen van den bezwarenden toestand, waarin dierbaar Vaderland sinds meer dan twee jaren, ten gevolge van den België opstand, […]

Troonrede van 17 oktober 1831

Edel Mogende Heeren! De moeijelijke omstandigheden, waarin het vaderland zich sedert meer dan een jaar bevindt, hebben Uwe vorige zitting doen aansluiten aan die, welke Ik heden opene. In den loop van dat jaar is uwe vergadering achtervolgens bekend gehouden met den gang der gebeurtenissen en onderhandelingen, ten gevolge van den gewapenden afval der Belgische […]