Edel Mogende Heeren! Zoo Ik mij altijd met genoegen in het midden bevinde der Vertegenwoordigers van het edele Volk, dat niet ophoudt, mij, onder de zorgen des bestuurs, op te beuren, het is vooral bij de moeijelijke omstandigheden, in welke Ik nu, voor de vierde maal, Uwe gewone Vergadering opene, dat de tegenwoordigheid van U …
