Troonrede van 18 oktober 1824

Edel Mogende Heeren! Het is Mij aangenaam, uwe tegenwoordige zitting te openen met de mededeeling, dat, behoudens het gemeen overleg met U Ed.Mog., eene echtverbintenis van Mijnen beminden tweeden Zoon met de jongste Dochter van den Koning van Pruissen, is ontworpen, die, onder den Goddelijken zegen, het geluk van Mijn Huis, en in het bijzonder …