Troonrede van 13 februari 1849

Mijne Heeren, de Leden van de Eerste en Tweede Kamer der Staten-Generaal! Naar het uitdrukkelijk voorschrift der Grondwet, is de taak der beide Kamers van de Staten-Generaal, die tot heden bestonden, met dit oogenblik volbragt. Met naauwgezetheid hebben die Kamers Mij, na de aanneming der grondwets-wijzigingen, bijgestaan, en zij verdienen dank voor de hulp, welke …

Troonrede van 18 oktober 1847

Edel Mogende Heeren! Met dankbaarheid aan het Opperwezen, erken Ik het groot voorregt, dat Mij geschonken wordt, van Mij, in herstelde gezondheid, te midden van U Edel Mogenden te kunnen begeven, ten einde deze zitting te openen. Gedurende den afgeloopen tijdkring, hebben zich geene buitengewone omstandigheden, in den algemeenen toestand des Vaderlands, voorgedaan. Nederland verkeert …