Troonrede van 18 oktober 1847

Edel Mogende Heeren! Met dankbaarheid aan het Opperwezen, erken Ik het groot voorregt, dat Mij geschonken wordt, van Mij, in herstelde gezondheid, te midden van U Edel Mogenden te kunnen begeven, ten einde deze zitting te openen. Gedurende den afgeloopen tijdkring, hebben zich geene buitengewone omstandigheden, in den algemeenen toestand des Vaderlands, voorgedaan. Nederland verkeert …