Troonrede van 16 oktober 1826

Edel Mogende Heeren, Het is Mij bijzonder aangenaam, U Ed.Mog. op nieuw te kunnen mededeelen, dat Ik van alle Mogendheden bij voortduring bewijzen ontvange van welwillende vriendschap. Het daarstellen van overeenkomsten in het belang van den handel en de fabrijken, zoo bijzonder geschikt tot aankweeking der wederkeerig bestaande gevoelens, blijft bestendig het voorwerp Mijner zorgen, …

Troonrede van 18 oktober 1824

Edel Mogende Heeren! Het is Mij aangenaam, uwe tegenwoordige zitting te openen met de mededeeling, dat, behoudens het gemeen overleg met U Ed.Mog., eene echtverbintenis van Mijnen beminden tweeden Zoon met de jongste Dochter van den Koning van Pruissen, is ontworpen, die, onder den Goddelijken zegen, het geluk van Mijn Huis, en in het bijzonder …

Troonrede van 20 oktober 1823

Edel Mogende Heeren! Wij mogen, dank zij de algoede Voorzienigheid!, ons wederom ontmoeten onder het voortdurend genot van de weldaad des vredes. Elk Nederlander, die onbevooroordeeld om zich henen ziet, merkt, met erkentenis, de voorregten op, welke op zijnen vrijen en herbergzamen grond genoten worden. Onze betrekkingen met alle de Mogendheden van Europa dragen steeds …

Troonrede van 21 oktober 1822

Edel Mogende Heeren! Bij het openen uwer vergadering is het Mij bijzonder aangenaam, U Ed.Mog. wederom de verzekering te kunnen geven, dat onze buitenlandsche betrekkingen, wederzijds, door vriendschappelijke onderhandelingen, gestadig zijn aangekweekt. Wij hebben stof tot dankbaarheid wegens het voortdurend genot van den dierbaren vrede, en mogen het streelend vooruitzigt koesteren op het behoud van …

Troonrede van 15 oktober 1821

Edel Mogende Heeren! Het strekt mij tot een bijzonder genoegen, U Edel Mog., bij de opening van hunne tegenwoordige vergadering, opnieuw te kunnen mededeelen, dat Onze betrekkingen tot alle Mogendheden, met wederzijdsche welwillendheid, zijn onderhouden. Hoezeer de onlusten, in de Levant gerezen, bekommering hebben verwekt, bestaat er echter gegronde hoop op het behoud van den …

Troonrede van 16 oktober 1820

Edel Mogende Heeren! Sedert de laatste reize, dat Ik in uwe vergadering verschenen ben, heeft Mijn Huis twee smartelijke verliezen geleden. Mijne geliefde Zuster, de Hertoginne Douanière van Brunswijk-Lunenburg, en Mijne Hooggeachte Moeder, de Prinsesse Douanière van Oranje-Nassau, geboren Prinsesse van Pruissen, zijn Mij door den dood ontrukt; Hare nagedachtenis, voor Mijn hart zoo belangrijk, …

Troonrede van 19 oktober 1818

Edel Mogende Heeren! In den loop van dit jaar heeft Mijn Huis een’ nieuwen Zegen ondervonden door de Geboorte van eene tweede telg van Mijn beminden oudsten Zoon den Prins van Oranje. De Nederlanders hebben toen wederom ondubbelzinnig getoond, dat zij die gebeurtenis als een nieuwen waarborg voor het geluk van hun volgend geslacht beschouwden. …

Troonrede van 8 augustus 1815

Edel Mogende Heeren! Weinige maanden geleden, gaf ik aan de Staten-Generaal kennis van de vereeniging van alle de Nederlanden, onder het Koninklijk gezag. Maar, om die vereeniging bestendig en heilzaam te doen zijn, is het niet genoeg, dat alle de ingezetenen aan denzelfden Souverein gehoorzamen. Zij moeten, daarenboven, door dezelfde wetten en instellingen ten naauwste …

Troonrede van 7 november 1814

Edel Mogende Heeren! De eerste uwer gewone vergaderingen begint onder allezins gunstige voorteekenen. In alle gedeelten van het pas herboren vaderland, heerscht eene volomene rust; de regeling van de voornaamste takken van het bestuur gaat, volgens de bepalingen der Grondwet, onbelemmerd en zelfs met de meeste gemakkelijkheid voort, en allerwege wordt dagelijks zigtbaarder de geest …