Troonrede van 16 oktober 1820

Edel Mogende Heeren! Sedert de laatste reize, dat Ik in uwe vergadering verschenen ben, heeft Mijn Huis twee smartelijke verliezen geleden. Mijne geliefde Zuster, de Hertoginne Douanière van Brunswijk-Lunenburg, en Mijne Hooggeachte Moeder, de Prinsesse Douanière van Oranje-Nassau, geboren Prinsesse van Pruissen, zijn Mij door den dood ontrukt; Hare nagedachtenis, voor Mijn hart zoo belangrijk, …