Troonrede 19 september 2000

Leden van de Staten-Generaal,

Aan het begin van deze 21e eeuw beleeft ons land een periode van economische voorspoed. Vanuit de voorspoed van nu werken wij aan de welvaart en het welzijn van morgen. Voor een sterke en solidaire samenleving die in staat is antwoord te geven op de uitdagingen die voor ons liggen, zijn omvangrijke investeringen nodig in de economische en sociale structuur van ons land.

De gunstige budgettaire situatie biedt de regering ruimte om volgend jaar een bedrag van zeven en een half miljard gulden extra te besteden aan onderwijs en onderzoek, gezondheidszorg, veiligheid en leefbaarheid, natuur, milieu, infrastructuur en andere overheidstaken. Dit betekent een verdubbeling van de middelen die in het regeerakkoord zijn uitgetrokken.

De veranderende samenstelling van onze bevolking, individualisering, technologische en economische ontwikkelingen en internationalisering zullen de komende decennia belangrijke invloed op Nederland hebben.

Aan de kwaliteit en de beschikbaarheid van collectieve voorzieningen worden terecht hoge eisen gesteld. De overheid dient rekening te houden met de toenemende behoefte in de maatschappij aan keuzevrijheid. Tegelijkertijd zal de toegankelijkheid tot deze voorzieningen gewaarborgd blijven.

Op 1 januari 2001 wordt een robuust en rechtvaardig fiscaal stelsel ingevoerd, dat toegesneden is op de eisen van deze tijd. De invoering gaat gepaard met een aanzienlijke lastenverlichting. Het nieuwe stelsel maakt arbeid meer lonend, vergroot de concurrentiekracht van Nederland en bevordert een duurzame ontwikkeling. Hiermee wordt de basis voor onze toekomstige welvaart versterkt.

Voor het eerst sinds decennia vertoont de overheidsschuld deze jaren een daling. De opbouw van het AOW-spaarfonds heeft tot doel welvaartsvaste ouderenpensioenen voor de toekomst veilig te stellen. Hiermee blijft ook in een vergrijzende samenleving de solidariteit tussen generaties behouden.

De Nederlandse economie is de afgelopen jaren sterker geworden.

De werkgelegenheid ontwikkelt zich gunstig. Ondanks een groeiend aantal vacatures hebben echter te veel mensen nog geen betaald werk. Een verdere toename van de arbeidsparticipatie is om economische én sociale redenen noodzakelijk.

De regering stimuleert deelname aan betaalde arbeid en maakt werken financieel aantrekkelijker. Werkzoekenden worden intensief begeleid en voorbereid op de arbeidsmarkt. Bevorderd zal worden dat ouderen langer kunnen doorgaan met werken.

In de publieke sector, vooral in het onderwijs en de gezondheidszorg, is het snelgroeiende tekort aan arbeidskrachten thans duidelijk voelbaar. Hier ligt voor de overheid een bijzondere verantwoordelijkheid. Om de uitvoering van deze publieke taken veilig te stellen zal de regering knelpunten op de arbeidsmarkt gericht aanpakken.

De regering blijft zich inspannen om het beroep op de WAO terug te dringen. Helaas zijn nog te veel mensen arbeidsongeschikt. In een vernieuwde, cliëntvriendelijke uitvoeringsorganisatie voor de sociale zekerheid en de arbeidsvoorziening staan preventie en reïntegratie voorop.

Veel vrouwen en mannen hebben behoefte aan een betere balans tussen werk en privéleven. Meer keuzevrijheid vergroot de mogelijkheden tot economische zelfstandigheid en stelt mensen beter in staat de zorg voor naasten op zich te nemen. De regering zal betaald ouderschapsverlof fiscaal stimuleren.

Kinderopvang en mogelijkheden voor opvang buiten schooltijd worden versneld uitgebreid.

Ook buiten de arbeidssituatie kunnen burgers veel voor de samenleving betekenen. Vrijwilligers vervullen daarin een onmisbare rol. Hun belangeloze inzet levert een grote bijdrage aan het welzijn van velen.

In de hedendaagse maatschappij worden steeds hogere eisen gesteld aan de kennis en vaardigheden van mensen. In het onderwijs dient eenieder optimale kansen te krijgen om zijn of haar talenten ten volle te ontwikkelen en te benutten. In nauwe aansluiting bij de afspraken die hierover eerder dit jaar binnen de Europese Unie zijn gemaakt, zullen extra uitgaven voor onderwijs, onderzoek en technologische vernieuwing worden gedaan.

Kinderen leggen vooral in de eerste jaren van het onderwijs de fundamenten voor de verwerving van kennis en vaardigheden. Om te voorkomen dat reeds op jeugdige leeftijd achterstanden ontstaan, worden samen met scholen en gemeenten op ruime schaal leer- en taalprogramma’s ontwikkeld. Een goede doorstroming naar het vervolgonderwijs is noodzakelijk om te kunnen voldoen aan de toenemende vraag op de arbeidsmarkt.

Verdieping en toepassing van wetenschappelijke kennis vormen de basis voor een hoogwaardige samenleving. Daarom investeert de regering ruimschoots in onderzoek en innovatie. Meer middelen worden ingezet voor een snellere invoering van computers in het onderwijs en de aansluiting van scholen op het Kennisnet.

De invloed van de computer en internet op de samenleving is aanzienlijk. De technologische ontwikkelingen zetten zich in hoog tempo voort. Vele ouderen leven als het ware in de sciencefiction van hun jeugd. Bijzondere aandacht gaat uit naar burgers die de aansluiting op de nieuwe informatie- en communicatietechnologie nog moeten vinden. Ook de overheid zal nog beter gebruikmaken van de nieuwe technologische mogelijkheden.

Juist in een samenleving waarin de materiële welvaart toeneemt, is het van vitale betekenis oog te blijven houden voor immateriële waarden. Kunst en cultuur leveren een onmisbare bijdrage aan de kwaliteit van ons bestaan. Toegankelijkheid voor zo veel mogelijk burgers is daarbij van groot belang.

De toenemende welvaart veroorzaakt een hoge milieudruk. De wereldwijde klimaatverandering maakt nationale en internationale afspraken en maatregelen nodig om de uitstoot van broeikasgassen en het energiegebruik aanzienlijk te beperken. Wetenschap en technologie bieden nieuwe mogelijkheden voor het gebruik van alternatieve bronnen van energie en voor duurzame ontwikkeling. De regering ondersteunt deze innovaties.

In de intensieve veehouderij zijn de afgelopen jaren ernstige milieuproblemen ontstaan. Vernieuwing van de landbouw zal moeten plaatsvinden door de toepassing van duurzame landbouwmethoden. Zij die hun bedrijfsvoering tijdig aanpassen, kunnen rekenen op flankerende sociale maatregelen.

Meer mensen hebben meer ruimte nodig om te wonen, te werken, zich te verplaatsen en te recreëren. Het scheppen van de ruimtelijke voorwaarden voor een hoogwaardige economie en een goede woonomgeving vergt keuzen die verder reiken dan de verdeling van schaarse ruimte.

Natuur en landschap maken de leefomgeving aantrekkelijk. Deze goed te beschermen en te ontwikkelen is onze voortdurende opdracht. De waterkwaliteit, de opslag van water met het oog op het peil van onze grote rivieren en de bodemdaling in het westen van ons land vragen veel aandacht. Goed waterbeheer moet hier de oplossing bieden.

Bereikbaarheid blijkt meer en meer een voorwaarde voor economische expansie en maatschappelijke emancipatie. De snelle toename van de mobiliteit plaatst ons voor de noodzaak uiteenlopende belangen en behoeften tot elkaar te brengen. In de recente afspraken over de bereikbaarheid van de Randstad is hieraan op evenwichtige wijze invulling gegeven. De regering zal op korte termijn maatregelen presenteren teneinde ook in andere delen van het land de bereikbaarheid te verbeteren.

Steden moeten vitaal en leefbaar blijven en een woonomgeving bieden waar burgers zich thuis kunnen voelen. De regering heeft met de grote steden afspraken gemaakt om hierin de komende jaren verdere verbetering te brengen.

De vuurwerkramp in Enschede heeft ons allen diep geschokt. Met grote inzet wordt gewerkt aan herstel van de schade en de voorbereiding van de wederopbouw. Deze dramatische gebeurtenis heeft ons opnieuw duidelijk gemaakt hoe belangrijk voor eenieder de veiligheid van de woonomgeving is. Daarbij gaat het om meer dan goede regelgeving alleen.

Zonder normen en regels kan onze samenleving niet functioneren. De overheid heeft een directe verantwoordelijkheid voor het stellen van regels en het toezien op de uitvoering en handhaving daarvan. Maar ook burgers, maatschappelijke organisaties en bedrijven moeten hun verantwoordelijkheid kennen en nemen.

De inzet van de overheid om de veiligheid te vergroten, is veelomvattend. In de komende periode zal bijzondere aandacht worden besteed aan de verkeersveiligheid en aan het voorkomen en bestrijden van geweld op straat, jeugdcriminaliteit, milieudelicten en zware misdaad. Het tegengaan van grensoverschrijdende criminaliteit, waaronder mensensmokkel, vraagt om een intensieve Europese samenwerking.

Bij de opsporing van misdrijven kan gebruikgemaakt worden van de modernste technieken, met inbegrip van DNA-onderzoek. Hierbij zal steeds een zorgvuldige afweging plaatsvinden tussen de effectiviteit van de opsporing en het beschermen van de persoonlijke levenssfeer.

De rechterlijke macht levert grote inspanningen om zowel de kwaliteit als de snelheid van onze rechtspraak te verbeteren. De regering vertrouwt op een spoedige behandeling van de voorstellen tot modernisering van de rechtspraak.

Ook het sluitstuk van de strafrechtketen wordt aangepast. De regering zal voorstellen doen om tot een eenvoudiger en beter toepasbaar stelsel van straffen te komen.

Het streven van de regering is erop gericht in de eerste helft van 2001 de nieuwe Vreemdelingenwet in te voeren, met als belangrijkste doel het verkorten van de asielprocedure. Ook de nieuwe wet is gestoeld op een restrictief en rechtvaardig toelatingsbeleid. De Europese afspraken over een gezamenlijk asiel- en migratiebeleid dienen spoedig nadere invulling te krijgen.

Inburgering als eerste stap in het integratieproces is voor migranten van bijzondere betekenis en is daarom verplicht gesteld. Het beheersen van de Nederlandse taal is onontbeerlijk voor eenieder die hier wil wonen en werken. De regering zet zich samen met alle betrokkenen in voor voldoende inburgeringscursussen. Dit alles vraagt van de nieuwe Nederlanders een open en actieve opstelling. Onze samenleving in haar geheel behoort bereid te zijn hen daadwerkelijk op te nemen. Wederzijds respect dient hierbij leidraad te zijn.

In de zorg is de afgelopen jaren het beroep op voorzieningen sneller gegroeid dan de capaciteit, met als gevolg nog steeds te lange wachttijden. Om deze terug te dringen, stelt de regering dit en volgend jaar opnieuw omvangrijke middelen beschikbaar.

Technologische ontwikkelingen maken het mogelijk de medische en verpleegkundige zorg op een steeds hoger peil te brengen. De toename van het aantal ouderen leidt tot een grotere behoefte aan zorg. Wil ons systeem van gezondheidszorg bij de tijd blijven, dan zijn aanpassingen van de organisatie en de financiering noodzakelijk. De regering bereidt daarom een vernieuwing van het stelsel van zorgverzekeringen voor.

De ontrafeling van het menselijk genoom is een aansprekend voorbeeld van de ingrijpende ontwikkelingen die verdere verbeteringen in de voedselproductie en de geneeskunde mogelijk maken. Zij roepen echter ook ethische dilemma’s op. Mogen wij menselijke embryo’s gebruiken voor wetenschappelijk onderzoek indien dit kan leiden tot genezing van levensbedreigende ziekten? Voor welke doeleinden achten wij genetische modificatie gerechtvaardigd? Over deze en andere klemmende vragen zullen regering en parlement indringend met elkaar van gedachten wisselen.

In onze Grondwet zijn blijvende waarden verankerd. Tevens is zij een levend document waarin wezenlijke veranderingen in onze samenleving hun plaats krijgen. De regering hecht eraan dat een aantal onderwerpen in de Grondwet wordt opgenomen, in het bijzonder het correctief referendum.

De gemeentelijke en provinciale democratie zal worden versterkt. De regering zal nog dit jaar voorstellen doen die moeten leiden tot een betere taakverdeling en een grotere herkenbaarheid van het lokaal bestuur.

De Nederlands-Antilliaanse regering neemt de uitvoering ter hand van een urgentieprogramma dat is gericht op duurzaam financieel-economisch en sociaal herstel. Zij kan hierbij rekenen op actieve samenwerking met Nederland. Perspectieven voor jongeren op een goede toekomst op de Antillen dienen te verbeteren. Op Aruba verloopt de economische ontwikkeling gunstig. Aandacht voor de beheersing van overheidsuitgaven en voor de kwaliteit van het openbaar bestuur blijft echter geboden.

Europa is geen buitenland meer. Europa is onze toekomst, daar liggen onze kansen. In het dynamische proces van Europese samenwerking zijn vérgaande stappen gezet. De totstandkoming van de Economische en Monetaire Unie leidt ertoe dat de gulden in 2001 voor het laatste jaar onze munteenheid zal zijn. Vanaf 2002 zullen meer dan 300 miljoen Europese burgers met hetzelfde geld, de euro, betalen. Daarmee raken zij nóg directer betrokken bij Europa.

De Europese Unie stelt zich ten doel een van de meest dynamische en concurrerende regio’s ter wereld te worden, geschraagd door duurzame economische groei, een blijvend hoog niveau van werkgelegenheid en een hechte sociale samenhang. De Europese Unie geeft ook aan haar politieke verantwoordelijkheden in Europa en in de wereld steeds meer inhoud. De bijdrage van Europa aan crisisbeheersings- en vredesoperaties dient te worden versterkt.

De uitbreiding met landen van Midden- en Oost-Europa is een historische opdracht. Zij biedt economische kansen, zowel voor kandidaat-leden als voor de huidige lidstaten, en verankert democratie en stabiliteit op ons gehele continent. Een grondige voorbereiding op het lidmaatschap van de Unie vereist zware inspanningen van de toetredende landen. Ook Nederland ondersteunt hen hierbij.

Het vooruitzicht van een grotere Unie maakt verdragswijzigingen noodzakelijk. Het gaat erom de eenheid te waarborgen, de slagvaardigheid te verbeteren en de democratische legitimiteit te versterken. Nederland streeft ernaar dat het aantal onderwerpen waarover nu nog met eenparigheid van stemmen wordt beslist, zo veel mogelijk wordt beperkt. Het nieuwe Unieverdrag dient meer ruimte te bieden voor nauwere samenwerking tussen lidstaten.

In ons buitenlands beleid staat het streven naar menselijke waardigheid, vrede en veiligheid en welzijn centraal. De extra middelen die beschikbaar komen voor ontwikkelingssamenwerking worden vooral multilateraal ingezet. Goed beleid en goed bestuur zijn onmisbaar om de armoede daadwerkelijk te kunnen bestrijden. Ontwikkelingslanden moeten gebruik kunnen maken van de vruchten van de globalisering en de wereldwijde technologische vooruitgang. Uitzicht op volwaardige deelname aan het wereldhandelsstelsel is wenselijk.

De internationale gemeenschap moet zich erop bezinnen hoe zij een grotere verantwoordelijkheid kan nemen bij het voorkomen en beëindigen van conflicten, die in het bijzonder het Afrikaanse continent teisteren. De Verenigde Naties spelen hierin een centrale rol. Op de Millennium Top eerder deze maand zijn de idealen die ten grondslag liggen aan de wereldorde opnieuw bevestigd.

Aan de vooravond van de viering van 25 jaar onafhankelijkheid ziet de nieuwe regering in Suriname zich geplaatst voor grote financiële, economische en sociale problemen. Zij wil deze voortvarend aanpakken en ook de democratische rechtsstaat versterken.

Nederland stelt zich positief op tegenover de wens om nauwer samen te werken. Het programma van de Surinaamse regering zal voor Nederland maatgevend zijn bij de invulling van deze samenwerking.

Voor ons veiligheidsbeleid zijn een effectieve NAVO en een sterke transatlantische band onontbeerlijk. De Nederlandse krijgsmacht levert met de inzet van geoefend en gemotiveerd personeel en van moderne middelen een hoogwaardige bijdrage aan vredesoperaties. Daarnaast verleent de krijgsmacht humanitaire hulp en wordt steun gegeven aan wederopbouw.

Voor de inzet van allen die daaraan bijdragen, bestaat grote waardering.

Leden van de Staten-Generaal,

Deze jaren van voorspoed bieden ons goede mogelijkheden om vorm te geven aan de toekomst.

Een toekomst die perspectief biedt voor allen en waarin sociale cohesie een centrale plaats inneemt. Wij zien ons geplaatst voor de opdracht om de fundamenten van onze samenleving duurzaam te versterken. Het is de bijzondere taak van regering en volksvertegenwoordiging om daaraan bij te dragen.

Van harte spreek ik de wens uit dat u uw verantwoordelijke taken met toewijding en grote inzet zult vervullen, in het vertrouwen dat velen met mij u wijsheid toewensen en om zegen voor u bidden.

Troonrede 21 september 1999

“Mijne Heeren!

Het is Mij aangenaam U bijeen te zien tot hervatting Uwer werkzaamheden. (…) Op menig gebied is dringend behoefte aan krachtige wetgevende maatregelen.”….

Zo sprak honderd jaar geleden mijn Grootmoeder tot Uw voorgangers.

(<> zie: Troonrede van 19 september 1899, 1e alinea// Na het voorlezen van dit citaat klinkt voor het eerst een buitengewoon geamuseerd applaus en gelach in de Ridderzaal… Een ongebruikelijk, maar voor een troonrede origineel begin. Vervolgens wordt de orde hervat en klinkt een reguliere troonrede).

Leden van de Staten-Generaal,

De twintigste eeuw was een eeuw van scherpe contrasten. Twee bloedige wereldoorlogen werden uitgevochten. Door oude tegenstellingen te overwinnen, door samenwerking te zoeken in plaats van conflict, heeft West-Europa de rampspoed van het verleden achter zich gelaten. Politieke stabiliteit alsmede economische en sociale vooruitgang zijn de resultaten van een voortgaande Europese integratie. Het besef van toenemende wederzijdse afhankelijkheid lag en ligt ten grondslag aan de overtuiging dat in Europa meer eenheid nodig is.

De Midden- en Oost-Europese landen konden lange tijd niet aan deze eenwording deelnemen. Zij lagen aan de andere kant van de politieke en ideologische scheidslijn. Nu deze landen de vrijheid hebben herwonnen om als democratische rechtsstaten zelf hun bestemming te bepalen, zoeken zij aansluiting bij het proces naar meer stabiliteit en samenwerking in Europa. Daarvoor ruimte scheppen is een van de grote opgaven waarvoor de Europese Unie nu staat.

De twintigste eeuw was ook het tijdperk van ongekende wetenschappelijke, technologische en economische vooruitgang. Velen hebben hiervan de vruchten kunnen plukken. Ook hebben meer mensen democratische rechten verworven. Een groter deel van de wereldbevolking leeft in vrijheid en voorspoed. Toch delen te veel mensen nog onvoldoende in deze vooruitgang, vooral elders in de wereld, maar ook dichtbij. Wij mogen daarin niet berusten.

Op de drempel van de nieuwe eeuw staat ons land voor bijzondere uitdagingen:

-Waarborgen dat Nederland volwaardig blijft deelnemen aan de mondialisering van de economie.

– Een duurzaam evenwicht vinden tussen welvaartsgroei en behoud van onze natuurlijke omgeving.

– Investeren in kennis én in mensen die daarmee verantwoord kunnen omgaan, in het belang van een hoogwaardige samenleving.

– Samenhang bewaren in onze maatschappij in een tijd van snelle technologische en economische ontwikkelingen.

– Versterken van solidariteit in onze samenleving, die van leeftijdsopbouw en samenstelling verandert.

– Vasthouden aan de waarden en normen die zijn verankerd in de Grondwet en die aan ons land stabiliteit en richting geven.

De regering beantwoordt deze uitdagingen door te investeren in de kwaliteit van de samenleving. Betrokkenheid van allen is daarbij noodzakelijk, ook over de landsgrenzen heen.

Het buitenlands beleid staat in het teken van groeiende onderlinge afhankelijkheid van landen en volkeren. Prioriteit wordt gegeven aan het versterken van de internationale rechtsorde, veiligheid en rechtvaardigheid. Daarvoor stáán wij, nu ook als lid van de Veiligheidsraad. De Verenigde Naties leveren een onmisbare bijdrage aan het herstel van vreedzame verhoudingen op Oost-Timor. Ook inspanningen van de internationale gemeenschap om conflicten elders te beheersen en te beëindigen, hebben onze volle steun.

De Europese Unie is een van de grootste verworvenheden van deze eeuw.

De gemeenschappelijke munt – de euro – geeft aan hoe ver het integratieproces is gevorderd. Onze toekomst wordt meer en meer bepaald door de prestaties van Europa. De integratie werkt door tot in alle geledingen van ons binnenlands bestuur. Een nauwere Europese samenwerking op de terreinen van justitie en politie begint vorm te krijgen. Nederland maakt zich sterk voor afspraken over het asiel- en migratiebeleid. Een steeds grotere Unie vraagt om doelmatiger instellingen, meer democratische, transparante besluitvorming en goed financieel beheer. Uitbreiding van de Unie brengt een ongedeeld Europa dichterbij.

In voormalig Joegoslavië hebben opnieuw ernstige schendingen van mensenrechten en etnische zuiveringen plaatsgevonden. Eensgezind heeft de NAVO het conflict in Kosovo tot een einde gebracht. Ook Nederland heeft daarvoor verantwoordelijkheid genomen. Ons land zal belangrijke bijdragen leveren aan de internationale inspanningen ten behoeve van de wederopbouw en stabiliteit in geheel Zuidoost-Europa.

De Nederlandse krijgsmacht neemt, vakbekwaam en met grote toewijding, met meer dan drieduizend mannen en vrouwen deel aan vredesoperaties op de Balkan en elders in de wereld. Een professioneel en goed toegerust defensieapparaat is onontbeerlijk. Daarom hecht de regering grote waarde aan het verder ontwikkelen van een moderne en flexibele krijgsmacht.

De NAVO blijft hoeksteen van ons veiligheidsbeleid. De eigen verantwoordelijkheid van de Europese Unie zal meer inhoud krijgen door invulling te geven aan de gemeenschappelijke veiligheids- en defensie-identiteit.

Als uitdrukking van onze verbondenheid met andere landen en volkeren is Nederland vijftig jaar geleden begonnen met ontwikkelingshulp. In veel ontwikkelingslanden zijn de levensomstandigheden aanzienlijk verbeterd, vooral door toedoen van de landen zélf. De hulp heeft daaraan bijgedragen. De grote armoede in delen van Afrika en elders in de wereld vereist een voortzetting van de internationale hulpinspanningen. Concentratie van de bilaterale samenwerking op een aantal landen en sectoren vergroot de effectiviteit. In internationaal overleg zet Nederland zich in voor kwaliteitsverbetering van de multilaterale hulp, voor een sterkere positie van ontwikkelingslanden binnen het wereldhandelsstelsel en voor verdere schuldverlichting van de armste landen.

De Nederlandse economie is sterk en veerkrachtig en zal dat kunnen blijven wanneer wij erin slagen de belasting van het milieu verder terug te dringen. Productieprocessen en producten moeten ecologisch verantwoord zijn. De ervaring leert dat het herstellen van milieuschade aanzienlijk meer kost dan het voorkomen van die schade. Vaak is dit niet alleen een kwestie van geld, maar ook van zorgvuldige en verantwoorde beslissingen. Onze inzet van nu bepaalt de toekomst van generaties na ons.

De ruimte in ons land is schaars. Economische expansie brengt een grotere behoefte met zich mee aan ruimte voor bedrijventerreinen, woningbouw, infrastructuur en recreatiegebieden. Een welvarende samenleving stelt tevens hoge eisen aan de kwaliteit van de ruimtelijke ordening. Steden met fraaie monumenten, omgeven door cultuurlandschappen en gebieden waarin de natuur de kans krijgt zich te ontwikkelen, worden als waardevol ervaren. De wens tot het behouden van deze verscheidenheid dwingt ertoe dat we onze steden compact inrichten – zowel om in te wonen als in te werken – en dat het platteland gevarieerd is, met open ruimten en een rijke, toegankelijke natuur. Voor de vitaliteit van het platteland zijn duurzame vormen van bedrijvigheid nodig. In de Vijfde Nota inzake de Ruimtelijke Ordening zullen richtinggevende keuzes worden uitgewerkt.

De agrarische sector staat voor ingrijpende hervormingen. De grenzen die het milieu stelt, laten ons geen keus. Vooral voor de intensieve veehouderij betekent dit een enorme opgave. Europese regelgeving maakt het des te meer noodzakelijk dat op korte termijn een verantwoorde mestafzet wordt verzekerd.

De bevolking stelt steeds hogere eisen aan de veiligheid van het voedsel en aan de wijze waarop het wordt geproduceerd. Dat schept verplichtingen voor allen die bij productie en handel betrokken zijn. Aanscherping van normen en verbetering van de controles zijn beide nodig.

De ruimtelijke inrichting van Nederland wordt sterk bepaald door onze ligging. Van oudsher komen hier goederenstromen samen en splitsen zich weer. Onze economische en culturele openheid en onze maatschappelijke stabiliteit maken ons land aantrekkelijk voor investeringen uit het buitenland. Nederland als ontmoetingsplaats heeft daardoor een eigen kleur en dynamiek. Dit heeft veel mobiliteit van mensen en goederen tot gevolg, die in goede banen moet worden geleid. De Nederlandse overheid besteedt dan ook veel aandacht aan hoogwaardige infrastructuur. Zij zal dat blijven doen. De uitdaging is de mobiliteit te verenigen met nieuwe eisen van duurzaamheid. Vooral in de verstedelijkte gebieden zal het aandeel van het openbaar vervoer verder toenemen. De aansluiting van ons land op de grote internationale en Europese verkeersnetwerken moet verzekerd blijven. De mainports Rotterdam en Schiphol leggen zich toe op hoogwaardige kennis en innovatie om zo hun distributietaken goed te kunnen blijven vervullen.

In onze samenleving neemt het belang van communicatie en van elektronische uitwisseling van informatie snel toe. Communicatie-infrastructuur moet hoogwaardig, toegankelijk en betrouwbaar zijn. Door nieuwe toepassingen kan de overheid haar dienstverlening verbeteren en kan ons bedrijfsleven concurrerend blijven. Nieuwe technologieën brengen grote sociale, economische en culturele veranderingen met zich mee. Mensen moeten goed leren omgaan met computers. De regering stelt het onderwijs in staat hierin een sleutelrol te vervullen. Het gaat vooral om investeren in mensen. Onze samenleving kan het zich niet veroorloven beschikbaar talent onbenut te laten. Regering, onderwijsinstellingen, sociale partners en bedrijven zijn gezamenlijk verantwoordelijk voor het scheppen van een klimaat waarin het uitdagend is te leren en te werken.

De snelle veranderingen in onze maatschappij doen een groot beroep op het aanpassingsvermogen van de burger. Veel mensen zijn onzeker over hun toekomst, hun veiligheid en werk, over hun mogelijkheden om ook op latere leeftijd de nodige aandacht en verzorging te krijgen. Het versterken van de sociale infrastructuur heeft hoge prioriteit. Door te investeren in werk en bestaanszekerheid, en in zorg en veiligheid, schept de regering voorwaarden voor een actieve deelname van allen aan de samenleving.

De werkgelegenheid heeft zich de laatste jaren bijzonder gunstig ontwikkeld. Daaraan is door velen – overheid en sociale partners – bijgedragen. Grote aandacht blijft evenwel vereist voor mensen die nog geen werk hebben. Ook hun deelname aan het arbeidsproces is wenselijk, zowel om sociale als om economische redenen. Arbeid – ook vrijwilligerswerk – is voor velen een belangrijke voorwaarde voor maatschappelijk functioneren. Vrouwen en mannen zoeken naar een betere balans tussen werk en privéleven. Meer keuzevrijheid vergroot de mogelijkheden tot economische zelfstandigheid en stelt mensen beter in staat de zorg voor naasten op zich te nemen.

Het aantal zieken en arbeidsongeschikten met een uitkering is groot. Bijzondere inspanningen zijn nodig om te voorkomen dat mensen voortijdig het arbeidsproces verlaten en daarin niet meer kunnen terugkeren. In een vernieuwde, cliëntvriendelijke uitvoeringsorganisatie voor de sociale zekerheid en de arbeidsvoorziening staat het belang van preventie en reïntegratie voorop. Het vaststellen van het recht op een sociale uitkering blijft een publieke verantwoordelijkheid.

Mensen hebben veel over voor een goede gezondheid. Ook zij die gehandicapt zijn of een chronische ziekte hebben, streven naar een zo hoog mogelijke kwaliteit van hun leven. De investeringen in de zorg zijn erop gericht de vooruitgang van wetenschap en technologie aan patiënten ten goede te laten komen.

Samenwerking tussen zorginstellingen, verzekeraars, beroepsbeoefenaren, patiëntenorganisaties en overheid is noodzakelijk voor verdere verbeteringen in de gezondheidszorg. Geldmiddelen en goede regelgeving zijn essentieel, maar niet toereikend. Het is nodig gezamenlijk te blijven werken aan een doelmatige en flexibele zorgverlening waarin de patiënt centraal staat. Alleen zo kunnen wachtlijsten en werkdruk worden teruggebracht. Voor het bevorderen van de gezondheid draagt ieder mens ook zelf verantwoordelijkheid: een gezonde leefwijze kan veel moderne welvaartsziekten voorkomen.

De samenstelling van de Nederlandse bevolking verandert snel. Het aandeel van etnische minderheden groeit gestaag. Integratie van nieuwe groepen medeburgers is nodig. Scholing en het terugdringen van de hoge werkloosheid onder etnische minderheden bevorderen de zelfstandigheid. Gezamenlijk gevoelde en gedragen waarden en normen zijn een voorwaarde voor sociale samenhang in onze maatschappij. Wij leven met elkaar als vrije burgers, met rechten én plichten en met respect voor elkaars opvattingen. Burgers én overheid dienen alert te blijven op uitingen van racisme en discriminatie.

In sommige wijken van onze grote steden stapelen problemen zich op: voortijdig schoolverlaten, langdurige werkloosheid, criminaliteit en agressie, sociale uitsluiting. De verbetering van het leefklimaat in steden staat centraal bij het bouwen aan een sterkere sociaal-economische basis voor ons land. Probleemwijken moeten de kans krijgen uit te groeien tot gebieden waarin de bewoners goed kunnen werken, wonen en leven.

Bescherming van vervolgden en ontheemden blijft uitgangspunt van het vreemdelingenbeleid. Voorgesteld wordt de Vreemdelingenwet te wijzigen, opdat eerder uitsluitsel kan worden gegeven over het recht om voorlopig hier te mogen blijven. Spoedige duidelijkheid is in het belang van alle betrokkenen. Een kortere tijd in de opvang en eerdere toegang tot de arbeidsmarkt zal de positie verbeteren van hen die terecht een beroep doen op bescherming. Afgewezen asielzoekers kunnen geen aanspraak meer maken op voorzieningen en dienen het land te verlaten.

Voor een sociaal sterk land is veiligheid van wezenlijke betekenis. Mensen moeten zich veilig kunnen voelen. Naar de beleving van te veel burgers is de veiligheid nog onvoldoende. Dit stelt hoge eisen aan de politie, waarvan wordt gevraagd dat zij effectief én integer, aanwezig én doortastend is. De regering heeft besloten voor de uitoefening van politietaken extra middelen beschikbaar te stellen.

De criminaliteit verandert met de ontwikkelingen in onze samenleving. Ook daarom zijn nieuwe methoden nodig bij de handhaving van het recht en de openbare orde. De overheid krijgt meer bevoegdheden voor de bestrijding van fraude en witwassen, de opsporing van strafbare feiten en de aanpak van geweld op straat.

In het regeerakkoord is een bedrag – oplopend tot ruim negen miljard gulden – vrijgemaakt voor nieuw beleid ten behoeve van arbeidsparticipatie, onderwijs, zorg, armoedebestrijding, veiligheid, infrastructuur en milieu. In de begroting voor volgend jaar worden deze prioriteiten nader uitgewerkt en zijn bovendien aanvullende middelen opgenomen, vooral voor maatschappelijke zorg, jeugdbeleid en onderwijs. Voor verlichting van lasten komt een bedrag van ongeveer één miljard gulden beschikbaar. Om het arbeidsaanbod te stimuleren en een verantwoorde loonontwikkeling te ondersteunen wordt het arbeidskostenforfait verder verhoogd. De werkgelegenheid wordt ook bevorderd door een verlaging van het BTW-tarief op arbeidsintensieve diensten. Het geheel van belasting- en premiemaatregelen maakt een evenwichtige inkomensontwikkeling mogelijk. Bijzondere aandacht krijgt de inkomenspositie van vroeg-gehandicapten.

Het financieringstekort komt volgend jaar naar verwachting op een half procent van het BBP. Ook de schuldquote daalt sneller dan eerder werd voorzien. Een degelijk financieel-economisch beleid blijft geboden.

Met de voorgestelde herziening van ons belastingstelsel per 1 januari 2001 beoogt de regering de economische structuur en de werkgelegenheid te versterken en beter rekening te houden met de eisen die het milieu stelt. Zo wordt het fiscaal stelsel toegesneden op de 21e eeuw.

Goed openbaar bestuur inspireert tot actief burgerschap. Het stimuleert de betrokkenheid bij de publieke zaak. Wederkerigheid en vertrouwen versterken het fundament van een rechtsstaat die ook in de volgende eeuw weerbaar zal zijn.

De grondslagen van onze democratie vragen voortdurend om onderhoud. De teruglopende opkomst bij verkiezingen baart zorgen. Nieuwe mogelijkheden die de techniek ons biedt, worden onderzocht, maar deze zullen de persoonlijke inzet van mensen nooit kunnen vervangen. De regering blijft streven naar de totstandkoming van een wettelijk geregeld correctief referendum.

Heldere wetgeving en wijze terughoudendheid bij regulering zijn belangrijke voorwaarden voor een goed functionerende markt in een samenleving die steeds kritischer en ingewikkelder wordt. De kwaliteit van de rechtsstaat stelt hoge eisen aan de overheid en de rechterlijke macht.

De snel veranderende maatschappij vergt dat wij ons allen voortdurend aanpassen aan nieuwe eisen en omstandigheden. De overheid moet algemene regels stellen, de veiligheid garanderen en bescherming bieden waar nodig. Zij moet zelf normen en waarden hanteren en moet ook anderen daarop kunnen aanspreken. De overheid is van en voor de samenleving en staat borg voor de rechtsstaat.

De bereikbaarheid en aanspreekbaarheid van de overheid worden met een één-loketbenadering verbeterd. Zo kan de burger ook beter de weg worden gewezen in het woud van instanties en regelingen. Het gebruik van mogelijkheden die de moderne informatie- en communicatietechnologie ons biedt, dient dat doel.

De overheid moet duidelijk maken wat zij doet, waarom en hoe. Dit vereist goed samenspel en vertrouwen tussen de politiek verantwoordelijken en hun ambtelijk apparaat. Transparantie en verantwoording zijn daarvoor onmisbaar. In het functioneren van de rijksdienst staan integriteit en vertrouwen in verantwoordelijkheid centraal.

Ook binnen het verband van het Koninkrijk verdient de kwaliteit van het publiek domein bijzondere aandacht. De Nederlands-Antilliaanse regering staat voor de opgave het hoofd te bieden aan ernstige financieel-economische en maatschappelijke problemen. Op Aruba zijn goede resultaten geboekt met het op orde brengen van de openbare financiën. Daar ligt het accent nu op de verbetering van de kwaliteit van het openbaar bestuur. In Koninkrijksverband vindt overleg plaats over voorstellen om de samenwerkingsrelatie te moderniseren.

Leden van de Staten-Generaal,

Aan het einde van deze eeuw kan een balans worden opgemaakt. In Nederland is veel goeds tot stand gebracht. Velen hebben daaraan bijgedragen. In het besef van onze kracht en met open oog voor onze zwaktes geeft dat vertrouwen voor de toekomst. Ook in de nieuwe eeuw zal het nodig zijn gezamenlijk te investeren in de kwaliteit van onze samenleving en in internationale samenwerking. De regering blijft zich onverminderd inspannen voor een sterke economie en een vitale samenleving. Zij wil dat doen samen met U, met de andere overheden en met alle burgers.

Van harte spreek ik de wens uit dat U Uw verantwoordelijke taken met toewijding en grote inzet zult vervullen, in het vertrouwen dat velen met mij U wijsheid toewensen en om zegen voor U bidden.

Troonrede 15 september 1998

Leden van de Staten-Generaal,

In deze tijd van ongekende technologische ontwikkelingen en vervagende grenzen wordt eens temeer duidelijk hoezeer landen en volkeren van elkaar afhankelijk zijn. De wereld lijkt steeds kleiner te worden. Ingrijpende politieke, economische en maatschappelijke veranderingen elders beinvloeden ook ons land. Conflicten en onrust dringen snel door in het dagelijks leven. In deze onzekerheid moeten wij onze weerbaarheid vergroten en onze kwetsbaarheid verkleinen door met overtuiging te blijven investeren in alles wat samenhang en evenwicht kan bevorderen. Zo kunnen wij ook, met andere landen, onze bijdrage leveren aan stabiliteit in de wereld. De noodzaak van hechte samenwerking met onze Europese partners is groter dan ooit.

Een evenwichtige, weerbare samenleving kenmerkt zich door goede verhoudingen tussen burgers en overheid, door verdraagzaamheid tussen burgers onderling en tussen bevolkingsgroepen. Verschillen geven kleur aan de samenleving, maar mogen niet tot onoverbrugbare afstanden leiden.

Gemeenschapszin en persoonlijke verantwoordelijkheid zijn beide nodig om antwoord te kunnen geven op de grote vraagstukken en uitdagingen van deze tijd. Veel van de voornemens voor het komende jaar staan in het teken van duurzaamheid, stabiliteit en samenwerking.

Burgers moeten kunnen blijven rekenen op een actieve, verantwoordelijke en betrouwbare overheid. De kwaliteit van bestuur, wetgeving en rechtspleging krijgt hernieuwde aandacht en wordt toegesneden op de eisen van deze tijd. Reeds dit najaar zal de regering in nauwe samenwerking met de rechterlijke macht een aanvang maken met een betere toerusting van de zittende magistratuur.

Het openbaar bestuur is aan verandering onderhevig. Het moet doorzichtiger voor de burgers zijn, het dient snel en zorgvuldig te werken en de prestaties behoren beter te kunnen worden getoetst. De regering zal initiatieven nemen ter versterking van de gemeentelijke democratie. Nog deze maand zal een staatscommissie worden ingesteld die uiterlijk eind volgend jaar advies zal uitbrengen over de wijze waarop vorm kan worden gegeven aan meer dualisme. Daarbij wordt tevens bezien hoe een eventuele invoering van de gekozen burgemeester zich tot een duaal bestel zou verhouden. De regering zal spoedig een voorstel tot wijziging van de Gemeentewet indienen om een grotere invloed van burgers op de benoeming van de burgemeester mogelijk te maken.

Veiligheid gaat de gehele gemeenschap aan. Voor een veiliger Nederland is meer nodig dan uitsluitend grotere inspanningen van politie en justitie. Integrale veiligheidsplannen – opgesteld en uitgevoerd door overheid, burgers, bedrijven en maatschappelijke instellingen – brengen dit tot uitdrukking. De verruiming van middelen voor politie en justitie zal samengaan met een doeltreffender aanwending van de reeds beschikbare capaciteit. De verantwoordelijkheid voor het centrale beheer van de politie komt bij de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties te liggen. De Minister van Justitie blijft verantwoordelijk voor de rechtshandhaving.

Alle overheidsgeledingen dragen zorg voor de cohesie in onze samenleving. Een nieuw bestuursakkoord met gemeenten en provincies zal de basis hiervoor versterken. Veel aandacht is nodig voor de positie van jongeren. Met de meeste jongeren gaat het gelukkig goed. Maar er zijn ook ernstige problemen. Aan een samenhangende, effectieve aanpak van jeugdcriminaliteit zal hoge prioriteit worden gegeven. Nauwe samenwerking tussen justitie én lokaal bestuur staat daarbij voorop. Om het functioneren van jeugdvoorzieningen te verbeteren wordt een nieuwe Wet op de Jeugdzorg voorbereid.

Het toenemend geweld op straat raakt ons allen. Regering en gemeenten spannen zich in om deze zorgwekkende ontwikkeling te keren. De ervaringen hebben inmiddels geleerd dat er een grote maatschappelijke bereidheid bestaat om de handen ineen te slaan bij het werken aan oplossingen.

De Nederlandse samenleving laat een steeds bredere schakering aan culturen, godsdiensten en etnische groepen zien. Dit weerspiegelt zich vooral in onze steden. De stad moet voor alle bevolkingsgroepen aantrekkelijk zijn om in te wonen. In 1999 zullen nieuwe afspraken worden gemaakt gericht op versterking van de sociale en economische infrastructuur en op verbetering van de woonomgeving in onze steden. Hiervoor komt extra geld beschikbaar Bij het herstel van de vitaliteit en leefbaarheid is een actieve betrokkenheid van bedrijven, maatschappelijke organisaties en burgers onontbeerlijk.Door instabiliteit elders in de wereld raken veel mensen ontheemd en slaan op de vlucht.

De regering zal nog in de loop van het komende begrotingsjaar, met inachtneming van internationale verdragsverplichtingen, voorstellen tot wijziging van de Vreemdelingenwet aan u voorleggen. Uitgangspunt is dat, onder voortzetting van een streng en rechtvaardig asielbeleid procedures worden verkort. Langdurige onzekerheid is in niemands belang. Personen van wie is vastgesteld dat zij niet rechtmatig in Nederland mogen blijven, dienen zo spoedig mogelijk ons land te verlaten. In geval van toelating moeten alle inspanningen worden gericht op integratie.

Cultuur is zowel voor de samenleving in haar geheel als voor de individuele burger van grote waarde en kan een bijdrage leveren aan integratie en cohesie in onze maatschappij. Cultuureducatie krijgt daarom een belangrijker plaats in het onderwijs.

Media en cultuur kunnen elkaar wederzijds versterken. Nieuwe eisen en verantwoordelijkheden die de informatiesamenleving met zich meebrengt, vragen ook in het mediabeleid om een antwoord.

Een kennis-intensieve samenleving als de Nederlandse maakt het wenselijk dat een ieder kennis en vaardigheden op peil weet te houden. De regering zal hieraan een krachtige bijdrage leveren. In het onderwijs zal bijzondere aandacht blijven uitgaan naar het voorkomen en tegengaan van achterstanden. Het is de taak van het onderwijs om kwaliteit te verhogen en kansen te scheppen. De regering zal hierin meer investeren. Dit komt tot uitdrukking in een verdergaande verkleining van de klassen in het basisonderwijs. Voor het voortgezet en beroepsonderwijs wordt extra geld vrijgemaakt. Volgend jaar wordt financiële ruimte geboden voor de verdere introductie van informatie- en communicatietechnologie in scholen. In bibliotheken zullen computers worden geplaatst om meer burgers de kans te geven daarmee te leren omgaan.Goede lerarenopleidingen en adequate arbeidsvoorwaarden zijn vereisten voor hoogwaardig onderwijs. De regering zal voorstellen doen inzake functiedifferentiatie en modernisering van de arbeidsverhoudingen.

Het economisch beleid biedt ruimte aan slagvaardig ondernemerschap en stimuleert tot duurzaamheid en vernieuwing. Alleen een gezond en concurrerend bedrijfsleven is voldoende in staat zich tijdig aan te passen aan nieuwe economische en technologische ontwikkelingen.

De gevolgen van de informatie-maatschappij zijn ingrijpend. Traditionele verhoudingen veranderen en vragen om een nieuwe manier van leren en werken. Niet alleen aan bestaande bedrijven maar ook aan startende ondernemingen kunnen deze ontwikkelingen nieuwe kansen bieden. 1999 is het laatste jaar waarin computers gereedgemaakt kunnen worden voor de eeuwwisseling. De regering zal er alles aan doen om te voorkomen dat de uitvoering van de publieke taken wordt belemmerd. Ook het bedrijfsleven zal het millenniumprobleem creatief en energiek moeten aanpakken.

Vanaf 1 januari aanstaande is onze gulden onlosmakelijk gekoppeld aan de nieuwe gezamenlijke Europese munt, de euro. De bereikte convergentie van de verschillende economieën biedt het vertrouwen dat de euro over een solide basis zal kunnen beschikken. De voltooiing van de Economische en Monetaire Unie spoort ons aan tot verdergaande samenwerking en integratie op andere terreinen.

Door de gunstige economische ontwikkeling, het gevoerde beleid en de constructieve opstelling van sociale partners is de groei van de werkgelegenheid de afgelopen jaren veel omvangrijker geweest dan eerder werd verwacht. Ook in 1999 zal de werkgelegenheid toenemen, zij het minder spectaculair. De geregistreerde werkloosheid daalt naar verwachting tot onder de 5%. Sinds 1980 is dat niet meer voorgekomen. De risico’s zijn echter duidelijk groter dan de afgelopen jaren, nu de economische vooruitzichten voor belangrijke delen van de wereld ongunstiger worden.

Dit noopt tot behoedzaamheid. Wij mogen de gunstige resultaten op sociaal-economisch gebied van de afgelopen jaren niet in de waagschaal stellen. Een verantwoorde loonontwikkeling blijft met het oog op een voortgaande groei van de werkgelegenheid van het grootste belang. De regering zal in overleg met de sociale partners bezien op welke wijze werknemers en werkzoekenden beter kunnen worden toegerust voor de veranderende arbeidsmarkt. In het bijzonder de positie van oudere werknemers verdient daarbij veel aandacht.

Het tekort van de overheid zal in 1999 naar verwachting 1,3%. bedragen. Een verdere daling is de komende jaren mogelijk, zeker bij een meevallende economische groei. De schuld van de overheid is nog steeds te hoog.De komende jaren zullen extra middelen beschikbaar komen voor belangrijke maatschappelijke prioriteiten. In totaal bieden de begrotingsvoorstellen een additionele ruimte van ruim 2,5 miljard gulden. De begroting voorziet ook in besparingen. Onder meer door een grotere doelmatigheid bij de uitvoering van publieke taken kan volgend jaar een uitgavenbeperking van bijna 1,5 miljard gulden worden bereikt.In verband met de noodzaak de vermogenspositie van de sociale fondsen op peil te brengen is volgendjaar enige lastenverzwaring helaas onvermijdelijk.

Desondanks is de verwachting omtrent de koopkrachtontwikkeling over het algemeen positief. Door de invoering van een nieuw belastingtarief worden de laagste inkomens extra ondersteund.

Voorts zijn voor kwetsbare groepen ruimere middelen beschikbaar. De regering blijft armoede en sociale uitsluiting met kracht bestrijden.

Een te groot aantal langdurig werklozen heeft moeite de weg naar de arbeidsmarkt te vinden. Om aan hen begeleiding te bieden waar dat mogelijk is, zal in 1999 een start worden gemaakt met de zogeheten sluitende aanpak, die beoogt aan alle werkzoekenden een aanbod voor werk of scholing te doen. De regeling Extra Werkgelegenheid Langdurig Werklozen wordt op belangrijke onderdelen verruimd. Om een beter evenwicht te bereiken tussen zorg en arbeid, sociale participatie en vrije tijd voor mannen en vrouwen, zal de regering een Kaderwet Arbeid en Zorg indienen. Voorrang zal worden gegeven aan een voorwaardelijk wettelijk recht op deeltijdarbeid. Persoonlijke, sociale en economische belangen versterken elkaar in een modern emancipatiebeleid. De kinderopvang en naschoolse opvang krijgen de komende jaren een belangrijke financiële impuls. Er wordt een wetsvoorstel Basisvoorziening Kinderopvang voorbereid.

Zowel de economische groei als de toenemende omvang van de bevolking beinvloedt ons milieu. De regering streeft naar vermindering van de druk op het milieu, ook bij voortgaande groei van productie en consumptie. Nieuwe afspraken met bedrijven zijn nodig over milieuvriendelijke technologie, energiezuinige producten, hergebruik van materialen en vermindering van afval. Op de naleving van milieuwetten zal nauwgezet worden toegezien.

De uitstoot van broeikasgassen stelt Nederland, evenals andere landen, voor zware opgaven. Om de overeengekomen reductiedoelstellingen te bereiken is een grotere inspanning op het gebied van energiebesparing en duurzame energie vereist. De regulerende energiebelasting zal vanaf volgend jaar in drie stappen worden verhoogd. De opbrengst wordt teruggesluisd naar burgers en bedrijven. Een deel hiervan wordt ingezet om bedrijven tot energiebesparing te stimuleren. Voorts wordt een regeling voorbereid die de aanschaf van energiezuinige apparatuur voor burgers aantrekkelijker maakt. De regering maakt extra geld vrij voor duurzame energie, in het bijzonder voor een snellere introductie van zonne-energie.

De groei van de economie leidt tot een groter beslag op de schaarse ruimte in ons land. Nog dit jaar zal de regering u een schets voor de toekomstige inrichting van Nederland voorleggen. De spanning tussen de behoefte aan ruimte voor de individuele burger en de wens tot het behoud van de collectieve waarden van natuur en landschap wordt steeds sterker voelbaar. De druk op de landbouw is groot, mede omdat de maatschappelijke functies van het landelijk gebied anders worden gewaardeerd. In de eerste helft van 1999 zullen de hoofdlijnen worden geformuleerd van het beleid op het gebied van landbouw, veeteelt en natuur. Het doel is een nieuwe impuls te geven aan de vitaliteit van ons platteland.

De mobiliteit neemt snel toe. Dit stelt ons allen voor ernstige problemen. Files brengen hoge kosten met zich mee en geven bovendien aanleiding tot ergernis. De regering stelt grote bedragen beschikbaar voor verbetering van de achterlandverbindingen en de bereikbaarheid van onze economische centra. Dit najaar kunt u nadere voorstellen verwachten voor de bestemming van de middelen die daarvoor zijn gereserveerd. De eerste proeven met rekeningrijden worden binnenkort gestart. Investeren in nieuwe vervoerssystemen is nodig en ook economisch aantrekkelijk.

De regering acht het van grote waarde dat voor beslissingen over belangrijke infrastructurele werken zo veel mogelijk begrip en steun wordt verworven. In samenwerking met andere overheden en maatschappelijke groeperingen wordt een nota over het nationale verkeers- en vervoersbeleid voorbereid.

Binnen enkele maanden zal de regering haar inzichten aan u voorleggen omtrent een mogelijke ruimere benutting van Schiphol op langere termijn. Voorts zal de regering nog ditjaar haar voornemens formuleren inzake een eventuele aanvullende locatie om de groei van de luchtvaart op te vangen. Hierbij worden de randvoorwaarden van milieu, gezondheid en veiligheid in acht genomen.

Gezondheid is een groot goed. Ons stelsel van gezondheidszorg is weliswaar van hoge kwaliteit, maar verbeteringen zijn wel nodig. Er komt meer geld beschikbaar voor de zorgsector, waardoor het volume met ruim 2% per jaar kan groeien. Duidelijke keuzen blijven nodig over de vraag waar en hoe het geld zal worden uitgegeven. De nadruk wordt gelegd op de zorg voor ouderen en gehandicapten en op de thuiszorg. Verbetering van kwaliteit, vermindering van werkdruk en verkorting van wachttijden staan centraal. In goede samenwerking zal inhoud worden gegeven aan de verantwoordelijkheden van de overheid en de zorgsector zelf. Dit is de kern van nieuwe bestuurlijke afspraken die de regering voor ogen staan.

De regeling inzake eigen bijdragen voor de ziekenfondsverzekering wordt met ingang van 1 januari 1999 ingetrokken, evenals de toegangsbijdrage voor de thuiszorg en voor ouder- en kindzorg. Om de kosten van de geneesmiddelen te beheersen zal een reeks van maatregelen worden getroffen gericht op kwaliteit, kosteneffectiviteit en doelmatigheid. Dit najaar zal u een plan van aanpak worden gezonden.

Mensen bereiken een hogere leeftijd dan vroeger en blijven langer gezond en vitaal. Het is zeer gewenst dat ouderen zo lang mogelijk actief aan de samenleving deelnemen. Zo wordt ook de band tussen de generaties versterkt. Voor het sportbeleid wordt meer geld uitgetrokken. Het maatschappelijk belang van sport is zichtbaar in tal van activiteiten. De amateursport als basis van de sportbeoefening zal verder worden gestimuleerd. Over de topsport zal de regering u nog dit najaar een beleidsnota toezenden.

Nederland wenst bijdragen te blijven leveren aan de handhaving van de internationale rechtsorde. De aanwijzing van Den Haag als standplaats van het op te richten Internationaal Strafhof is een blijk van waardering voor de Nederlandse inspanningen.

Stabiliteit en veiligheid zijn helaas geen zekerheden voor iedereen. Dagelijks worden wij via de media geconfronteerd met conflicten; dichtbij in Europa, maar ook verder weg. Alleen samen met andere landen kan Nederland een bijdrage leveren aan een wereld die stabieler en veiliger is. De regering spreekt de hoop uit dat het Verdrag van Amsterdam spoedig door u zal worden goedgekeurd. Dat is noodzakelijk om tot de volgende stappen in het integratieproces te kunnen overgaan en een goed antwoord te geven op de uitdagingen van de volgende eeuw. De Europese Unie dient zich daarop tijdig in te stellen. Het is van groot belang dat de uitbreiding van de Unie voortvarend en zorgvuldig wordt voorbereid. Aanpassing van het gemeenschappelijk landbouwbeleid, het structuurfondsenbeleid en de wijze waarop de Unie wordt gefinancierd is noodzakelijk De onderhandelingen daarover zullen veel creativiteit vragen.

Onze vrede en veiligheid wordt gewaarborgd door de Noord-Atlantische Verdragsorganisatie, die in april 1999 haar vijftigjarig bestaan viert en bij die gelegenheid drie nieuwe lidstaten zal verwelkomen. De NAVO blijft van essentiële betekenis bij het voorkomen en indammen van conflicten die de internationale veiligheid bedreigen. De trans-atlantische banden zijn ook op andere terreinen van bijzondere waarde. Uiterlijk begin volgend jaar ontvangt u een brief met de uitgangspunten voor de nieuwe Defensienota. Daarin zal worden ingegaan op de omvang, de structuur en de toerusting van onze krijgsmacht.

Grote inspanningen blijven nodig om de kwetsbare positie van de armste mensen in de wereld te verbeteren. Structurele armoedebestrijding is de centrale doelstelling van de Nederlandse samenwerking met ontwikkelingslanden. Het gaat daarbij om het stimuleren van participatie door de mensen zelf, voorrang aan basisvoorzieningen zoals onderwijs en gezondheidszorg, een zuinig gebruik van natuurlijke hulpbronnen en een goed bestuur. Constante aandacht voor de effectiviteit van de hulp is een vereiste. Nederland blijft zich inzetten voor een versterking van de positie van ontwikkelingslanden in de wereldeconomie.

De Nederlandse regering hecht grote waarde aan de verdere ontwikkeling van de constructieve betrekkingen met de Nederlandse Antillen en Aruba. De regering van de Nederlandse Antillen staat voor de zware taak de zorgwekkende financieel-economische problemen aan te pakken. De rol van het Internationaal Monetair Fonds is hierbij van groot belang. Verhoging van de kwaliteit van het openbaar bestuur en de rechtshandhaving verdienen in alle drie de landen van het Koninkrijk nadrukkelijke aandacht.

Leden van de Staten-Generaal,

Het fundament van een democratische samenieving wordt gevormd door vertrouwen tussen burgers en bestuur en tussen burgers onderling. Veranderingen, dichtbij en ver weg, stellen hoge eisen aan onze weerbaarheid en het vermogen om de cohesie in onze maatschappij te behouden en te versterken. Regering en volksvertegenwoordiging hebben in dezen een bijzondere opdracht.

Van harte spreek ik de wens uit dat u uw verantwoordelijke taken met toewijding en grote inzet zult vervullen, in het vertrouwen dat velen met mij u wijsheid toewensen en om zegen voor u bidden.

Troonrede 16 september 1997

Leden van de Staten Generaal,

Dankzij de inspanningen van zeer velen heeft ons land in de afgelopen jaren belangrijke vooruitgang geboekt, zowel in sociaal als in economisch opzicht. De vooruitzichten voor 1998 zijn gunstig. Op ons allen rust de taak om de basis voor welzijn en welvaart verder te versterken. Voortgaande, groei van de werkgelegenheid en bevordering van maatschappelijke en economische participatie door alle burgers staan hierbij voorop. Met het gezond maken van de overheidsfinanciën en met de duurzame versterking van de economische structuur dient te worden voortgegaan. Van een vitale economie kan echter geen sprake zijn wanneer de kwaliteit van ons leefmilieu onvoldoende gewaarborgd wordt. Werken aan de toekomst betekent ook investeren in mensen, in hun kennis en vaardigheden , in goed onderwijs, en daarmee in kansen om deel te nemen aan de samenleving.

Het aantal mensen met een sociale uitkering daalt. De werkgelegenheid blijft krachtig doorgroeien. Eind volgend jaar zullen naar verwachting bijna een half miljoen personen sneer betaalde arbeid verrichten dan vier jaar daarvoor. Onder hen zijn ook vele allochtonen. Toch blijft het noodzakelijk dat de deelname aan de arbeidsmarkt verder wordt vergroot, in het bijzonder voor hen die weinig opleiding of onvoldoende werkervaring hebben. De mogelijkheden voor gedeeltelijk arbeidsgeschikten tot herintreding zullen worden verruimd, ook door maatregelen op het terrein van de sociale zekerheid. De positie van oudere werknemers verdient eveneens aandacht. Het voortijdig buitenspel zetten van mensen is sociaal schrijnend en, in het licht van de komende vergrijzing, economisch steeds minder verantwoord. Ruimere scholings- en opleidingsmogelijkheden en het bestrijden van leeftijdsdiscriminatie zullen aan ouderen de kans bieden om langer aan het arbeidsproces deel te nemen.

De verdeling van arbeid en zorg tussen mannen en vrouwen is nog steeds onevenwichtig. Voldoende, toegankelijke kinderopvang, ook voor schoolgaande kinderen, zal vrouwen beter in staat stellen hun keuze voor economische zelfstandigheid te verwezelijken.

De verdere verlaging in 1998 van het tekort op de rijksbegroting en de vermindering van de schuldquote zijn van meer dan cijfermatige betekenis. De daling van de rente-uitgaven die daardoor mogelijk wordt, schept financiële ruimte voor nieuwe prioriteiten. De gunstige economische situatie maakt het mogelijk om nu omvangrijke bedragen te reserveren voor de toekomst. Met het oog op onze oudedagsvoorziening wordt een substantiële bijdrage geleverd aan het AOW-fonds. Voorts worden middelen gereserveerd voor de financiering van noodzakelijke investeringen in de infrastructuur in ruime zin.

Volgend jaar zal opnieuw een aanzienlijke lastenverlichting worden doorgevoerd. Voor burgers betekent dat onder meer een verlaging van het geheel van belastingen en premies en een korting op de gemeentelijke milieuheffingen. Mede door deze maatregelen gaan vrijwel alle groepen van de bevolking er in koopkracht op vooruit. Ouderen met alleen AOW of met daarnaast een klein aanvullend pensioen krijgen een extra voordeel. Met de koopkracht-ondersteuning wordt voortzetting van een verantwoorde loonontwikkeling bevorderd. De overgang van een uitkering naar werk wordt fiscaal ondersteund. De arbeidskosten aan de onderkant van de arbeidsmarkt zullen verder worden verlaagd. De lastenverlichting voor bedrijven wordt voorts gericht op economische innovatie, verbetering van het milieu en bevordering van scholing en opleiding.

De snel voortschrijdende internationalisering en het wegvallen van de Europese binnengrenzen maken structurele aanpassingen van ons belastingstelsel nodig. Doelstellingen daarbij zijn het goedkoper maken van arbeid, het vergroten van de economische dynamiek en het stimuleren van milieubewust gedrag. De regering zal binnenkort een nota aan u voorleggen waarin de hoofdlijnen van een nieuw stelsel worden verkend.

De gunstige sociaal-economische ontwikkelingen zijn mede te danken aan de stabiele arbeidsverhoudingen in ons land. Kenmerk van ons overlegstelsel is dat, met erkenning van uiteenlopende belangen en onder behoud van eigen verantwoordelijkheden, wordt gezocht naar wegen om het gezamenlijke belang te realiseren. De regering vertrouwt erop dat langs de weg van overleg ook in de komende jaren kan worden verdergewerkt aan de oplossing van de belangrijke sociale en economische vraagstukken die zich aan ons voordoen.

De ruimtelijk-economische structuur van ons land zal in de komende jaren onze aandacht blijven vragen. Hoe zullen wij ons nationaal inkomen verdienen, waar zal dat kunnen en onder welke omstandigheden? Ingrijpende keuzen zullen noodzakelijk zijn met betrekking tot het ruimtegebrek van de zeehaven Rotterdam, de toekomst van de luchtvaart in Nederland en de economische vitaliteit van de grote steden. Het gaat hierbij om investeringen in de fysieke infrastructuur, de ruimtelijke kwaliteit en het stedelijk leefklimaat, maar ook om investeringen in kennis. Het behoud van open ruimten en landschappen, een goed onderhouden gebouwd erfgoed en een gezond leefmilieu zijn voorwaarden waarbinnen de pldnnen voor wonen, werken en vervoer zullen moeten passen. Ook de programma’s voor de bereikbaarheid van de grote steden, de verbetering van het openbaar vervoer en de beïnvloeding van de transportstromen maken deel uit van deze afweging.

Recent onderzoek toont aan dat de druk op het milieu, ondanks de groeiende economie, op vele terreinen daalt. De inspanningen van de afgelopen jaren werpen dus vruchten af. Om deze ontwikkeling vast te houden en verdere verbeteringen te bereiken, zullen aanvullende inspanningen nodig zijn, in binnen- en buitenland. Deze zullen in de eerste plaats gericht moeten zijn op het ontwikkelen van producten en processen die de omgeving minder zwaar belasten. Wanneer de milieukosten beter in de prijzen van goederen en diensten tot uitdrukking komen, zal het zoeken naar milieuvriendelijke oplossingen worden gestimuleerd. De basis voor dit beleid is in de nota ‘Milieu en Economie’ neergelegd.

De uitstoot van C02 vormt een apart probleem. Nog steeds leidt meer economische groei tot een hogere C02-emissie. Hierin mogen we niet berusten, omdat de gevolgen voor het klimaat te ernstig zijn. Het is nodig om wereldwijd de uitstoot van broeikasgassen terug te dringen. Op de wereldklimaatconferentie eind dit jaar in Japan dienen daartoe afspraken te worden gemaakt. Nederland heeft daarvoor samen met andere Europese landen verreikende voorstellen gedaan. De bevordering van investeringen in schone technologie in minder welvarende landen is van toenemend belang. Daarmee kunnen niet zelden veel gunstiger milieu-effecten worden bereikt tegen gelijke kosten.

De gezondheidszorg in Nederland staat op een hoog peil. Dat is van groot belang voor de individuele mens en voor onze samenleving als geheel. Uitgaven voor zorg zijn niet alleen kosten; zij hebben ook een grote maatschappelijke en economische waarde. De spanning tussen de groeiende vraag naar zorg en de noodzaak van kostenbeheersing zal ook de komende jaren actueel blijven. De gemiddelde levensverwachting stijgt nog steeds. Het blijft echter nodig dat verschillen in gezondheid tussen bevolkingsgroepen worden verminderd. Meer banen in de zorgsector dragen bij aan betere zorg voor de patiënt, verkorting van de wachtlijsten en een dalende werkdruk. In 1998 zal meer personeel in de verpleeg- en verzorgingshuizen en in de thuiszorg worden aangesteld. Voorts worden er middelen vrijgemaakt om de werkdruk en de wachtlijsten in de gehandicaptensector te verminderen.

Verontrustend is het toenemend aantal jongeren dat er een ongezonde levensstijl op na houdt: zij roken meer, gebruiken meer alcohol en drugs en doen te weinig aan lichaamsbeweging. Voor de aanschaf van tabaksartikelen en alcohol zal een leeftijdsgrens van 18 jaar worden. voorgesteld. Voorlichting over de gezondheidsrisico’s van druggebruik en bestrijding van de handel in drugs blijven onverminderd nodig.

Bezorgdheid over een ongezonde levensstijl brengt het belang van sportbeoefening nog nadrukkelijker onder onze aandacht. Sport is een inspiratiebron voor velen. Samen sporten kan de integratie van minderheden bevorderen. De actie ‘Sport, Tolerantie en Fairplay’ is gericht op de strijd tegen discriminatie en intolerantie.

Op de basisschool wordt het fundament gelegd voor de verdere ontwikkeling van onze kinderen. De regering heeft met ingang van het zojuist begonnen schooljaar een eerste aanzet gegeven voor kleinere klassen in de onderbouw van de basisschool, ter uitvoering van de nota ‘Onderwijs op maat’. De nieuwe examenprogramma’s van vbo en mavo geven kinderen een betere toegang tot het vervolgonderwijs. Het is van essentieel belang dat onderwijs aansluit bij de talenten en ambities van leerlingen en dat het rekening houdt met de eisen die de arbeidsmarkt stelt. Om te helpen voorkomen dat jongeren zonder diploma de school verlaten, worden er extra middelen ingezet. Kennis moet worden bijgehouden. Aan leren komt daarom een vanzelfsprekende plaats in het leven toe, naast werk, huishouden en vrije tijd. De resultaten van het kennisdebat worden omgezet in het nationaal programmer ‘Een leven lang leren’. De vruchten van wetenschap en technologie bepalen in hoge mate de kwaliteit van de samenleving van morgen. Onderzoek heeft daarom speciale aandacht. Het gebruik van de computer in de school zal een grotere rol krijgen. In het onderwijs werken verhoudingsgewijs veel ouderen. Extra maatregelen worden genomen om van de kennis, inzet en ervaring van oudere leerkrachten gebruik te maken en hen op een passende wijze in het onderwijs te blijven inzetten.

Een open samenleving waarin veranderingen snel doorwerken, biedt aan velen aantrekkelijke kansen voor ontplooiing en groei, maar kan ook leiden tot sociale uitsluiting van mensen die niet mee kunnen komen. Twee jaar geleden heeft de regering een krachtig beroep gedaan op burgers, bedrijven en maatschappelijke organisaties om gezamenlijk met de verschillende overheden vraagstukken rondom sociale uitsluiting en armoede – soms in stilte beleefd – onder ogen te zien en eensgezind aan te pakken. Aan deze problematiek wordt nu in brede kring aandacht gegeven. In een samenleving die economische vooruitgang laat zien; mag geen sociale stilstand of achteruitgang optreden. Bevordering van de arbeidsdeelname blijft vooropstaan. Een betaalde baan biedt vaak nieuwe kansen en een uitweg uit sociaal isolement. Maar niet alleen betaald werk is van belang, ook maatschappelijke participatie telt. Vrijwilligerswerk versterkt de cohesie in onze samenleving.

De inkomenspositie van burgers met een laag inkomen zal worden verbeterd door een reeks van maatregelen. Naast koopkrachtstijging over vrijwel de gehele linie heeft de regering op ruime schaal financiële middelen vrijgemaakt voor gerichte inkomensondersteuning. Op 1 juli jongstleden is de individuele huursubsidie voor veel huishoudens extra omhooggegaan. Alles zal in het werk worden gesteld om ervoor te zorgen dat mensen die op deze voorziening recht hebben, daadwerkelijk worden bereikt. Het budget van de bijzondere bijstand wordt aanmerkelijk verruimd. Gemeenten worden daardoor in staat gesteld een gerichter beleid te voeren en meer maatwerk te leveren.

De organisatie van de politie is de afgelopen jaren versterkt. Landelijke en regionale opsporingsteams laten regelmatig goede resultaten zien. Toch blijft de veiligheid een punt van zorg. De criminaliteit neemt weliswaar af, maar nog lang niet voldoende. Verdere versterking van de kwaliteit van het Openbaar Ministerie en de politie is nodig. Een evaluatie van enkele hoofdkenmerken van het politiebestel is voorzien. Tevens zal worden nagegaan in hoeverre het politieonderwijs wezenlijke veranderingen behoeft. Bijzondere aandacht vraagt de jeugdcriminaliteit.

Het is van groot belang dat aan jongeren een toekomstperspectief wordt geboden. Zij moeten onderwijs kunnen volgen en voldoende kans op werk hebben. In aanvulling op het algemene werkgelegenheids- en onderwijsbeleid zullen de bijzondere opvangprojecten, gericht op scholing en arbeidsinspanning voor kwetsbare jongeren, worden uitgebreid. Wanneer zich ontsporingen voordoen, is snel en consequent optreden van politie en justitie het enige juiste antwoord.

In het beleid ten behoeve van grote steden zetten Rijk en gemeenten zich samen met bedrijven en maatschappelijke organisaties in voor versterking van de economische bedrijvigheid, werkgelegenheid en sociale cohesie in wijken en buurten. Op grote schaal worden inburgeringsprogramma’s uitgevoerd ter bevordering van de integratie van nieuwkomers. Ook de veiligheid en de verbetering van de leefomgeving moeten hier worden genoemd; een verantwoordelijkheid waaraan politie, brandweer en stadswachten met des te meer resultant kunnen werken indien zij mogen rekenen op de actieve steun en betrokkenheid van alle burgers. In de bestuurlijke organisatie staan de kwaliteit van het openbaar bestuur op gemeentelijk, provinciaal en rijksniveau en een goede democratische controle centraal.

In een dynamische samenleving vormen recht en rechtspraak een belangrijk anker. Het beroep op de rechtspleging wordt steeds groter. De rechterlijke organisatie behoort opgewassen te zijn tegen de eisen die in de komende tijd aan haar worden gesteld. De veranderingen die daarvoor nodig zijn vormen onderwerp van nadere overweging. De toegankelijkheid van de rechtspraak moet gewaarborgd blijven. Daarom zijn er maatregelen genomen op het gebied, van de gefinancierde rechtshulp.

Toepassing van het vreemdelingenrecht brengt delicate afwegingen met zich mee. Een ieder die een aanvraag indient om in Nederland te mogen verblijven, heeft recht op een zorgvuldige beoordeling die binnen een redelijke termijn tot duidelijkheid leidt. De uitvoeringsorganisatie is daartoe beter uitgerust.

Het culturele leven toont een veelheid van bloeiende activiteiten en initiatieven die op een groeiende belangstelling mogen rekenen. De regering heeft besloten tot een verlaging van het BTW-tarief voor de podiumkunsten. De toegankelijkheid wordt daarmee bevorderd. Teneinde belangrijke kunstwerken voor Nederland te behouden en te verwerven wordt een begin gemaakt met een aankoopfonds. Op 1 januari 1998 wordt de structuur van de publieke omroep aangepast. Daarmee wordt beoogd de slagvaardigheid te vergroten met behoud van de veelzijdigheid. Dit najaar zullen de hoofdlijnen van een nieuwe concessiewet voor de publieke omroep worden gepresenteerd.

De Nederlandse land- en tuinbouw heeft zijn sterke concurrentiepositie weten vast te houden door innovatie en door goed in te spelen op internationale ontwikkelingbn, alsmede op wensen van de consument. Deze positieve ontwikkelingen worden echter overschaduwd door de problematiek in verband met de varkenspest. Binnen en buiten de sector wordt ingezien dat in de varkenshouderij alleen door grote inspanningen weer een gezond en duurzaam perspectief kan ontstaan. Die inspanningen zijn met het oog op de belangen van de boeren, de werknemers in de sector en hun gezinnen helaas onvermijdelijk. Bij de aanpassingen die de regering voor ogen heeft, staan het voorkomen van het uitbreken van nieuwe dierziekten, de kwaliteit van ons milieu en het dierenwelzijn centraal.

De Europese samenwerking blijft voor de toekomst van ons land van vitaal belang. Met het Verdrag van Amsterdam, dat binnenkort ter goedkeuring aan u zal worden voorgelegd, zijn enkele belangrijke stappen gezet. De samenwerking op het terrein van politie en justitie en van het personenverkeer wordt uitgebreid. De economische en monetaire integratie moet gepaard gaan met een overtuigende aanpak van de ernstige werkgelegenheidsproblemen binnen de Unie. In het Verdrag van Amsterdam is aan deze samenhang vormgegeven. Tevens is de basis gelegd om de onderhandelingen te openen voor de toetreding van nieuwe lidstaten tot de Unie. Uitbreiding van de Europese Unie is van groot belang voor de politieke, economische en sociale toekomst van Europa. In het komende jaar zullen belangrijke besluiten worden genomen over de laatste fase van de Economische en Monetaire Unie. De regering blijft hechten aan een strikte toepassing van de afspraken die in het Verdrag van Maastricht zijn neergelegd. Dit is nodig om de belangrijke voordelen die met de muntunie worden nagestreefd te verwezenlijken. Het verdwijnen van oude scheidslijnen binnen Europa is voor de ontwikkeling van stabiliteit, democratie en welvaart van onschatbare betekenis. De uitbreiding van de NAVO en de versterking van relaties met landen die niet of nog niet zullen toetreden, passen in de nieuwe verhoudingen die na 1989 op ons continent zijn ontstaan.

Het vredesproces in het Midden-Oosten verkeert in een ernstige impasse. De regering veroordeelt alle vormen van geweld en terreur. Het respecteren van de vredesakkoorden en van het internationale recht is essentieel voor het herstel van het vertrouwen tussen Israeli’s en Palestijnen.

Het streven naar een democratische, multi-etnische staat in Bosnië-Herzegovina stuit op zware tegenstand. Internationale steun en druk blijven nodig voor vrede en verzoening. Daar, maar ook elders in de wereld, neemt de Nederlandse krijgsmacht, intensief deel aan vredesoperaties. De ervaringen met deze operaties als mede de evaluatie van de krijgsm in de nieuwe vorm zullen worden verwerkt in een actualisering van de Prioriteitennota.

De wereldgemeenschap zal zich onverminderd moeten blijven inzetten voor democratie en mensenrechten. De Nederlandse regering ziet het als een prioriteit daaraan bij te dragen, zoveel mogelijk samen met de Europese partners. Nederland ondersteunt de plannen om te komen tot een internationaal strafhof ter berechting van oorlogsmisdaden en andere grove schendingen van de mensenrechten.

Voor veel ontwikkelingslanden geldt dat in de afgelopen periode van aanpassing een basis is gelegd voor voortgaande economische groei. Het Nederlandse beleid zal daarop inspelen door een uitbreiding van de steun aan de particuliere sector en door het stimuleren van investeringen. Een vast deel van de middelen wordt ingezet voor de verbetering van het leefmilieu en het ondersteunen van duurzaamheid. Ondanks de economische vooruitgang leven tallozen nog steeds in diepe armoede. Gewapende conflicten, zowel in Afrika als in Azië, verergeren deze situatie. Miljoenen mensen zijn ontheemd. Armoedebestrijding blijft het belangrijkste doel van ons beleid. Daarnaast wordt vredeshulp geboden om conflicten te beheersen en waar mogelijk te voorkomen. De regeringen van de Nederlandse Antillen en Aruba worden geconfronteerd met grote en complexe problemen, in het bijzonder bij de gezondmaking van de overheidsfinanciën, de ontwikkeling van de economie en de bestrijding van de grensoverschrijdende criminaliteit. Vaak overstijgen deze problemen de mogelijkheden van de landen afzonderlijk en is samenwerking binnen de koninkrijksrelatie geboden, met respect voor elkaars autonomie en verantwoordelijkheid.

Leden van de Staten-Generaal,

De fundamenten van onze samenleving liggen vast in onze staatsstructuur, onze parlementaire democratie en het respect voor grondrechten van mensen. In het komende jaar zal hieraan bijzondere aandacht worden gewijd in de herdenkingen van de erkenning van Nederland als aparte staat met de Vrede van Munster, de grondwet van 1848, die de grondslag legde voor onze parlementaire democratie, en de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens. Door de inzet en het werk van generatie op generatie is veel tot stand gebracht. Op ons allen rust nu de plicht onze bijdrage te leveren en te werken aan de toekomst.

Van harte spreek ik de wens uit dat u uw verantwoordelijke taken met toewijding en grote inzet zult vervullen, in het vertrouwen dat velen met mij u wijsheid toewensen en om zegen voor u bidden.

Troonrede 17 september 1996

Leden van de Staten-Generaal,

De toekomst van Europa is onze toekomst. Vrede en veiligheid, maar ook welvaart en stabiliteit vragen om het bredere kader dat Europa ons biedt. In de eerste helft van volgend jaar valt aan Nederland als voorzitter van de Europese Unie een bijzondere verantwoordelijkheid toe. De Unie ziet zich de komende jaren gesteld voor een krachtproef. Voor de deur staat de herziening van het Verdrag van Maastricht. Spoedig daarna zal de Economische en Monetaire Unie van start gaan. De Europese Unie bereidt zich voor op de toetreding van nieuwe lidstaten. Dit alles gaat de burgers direct aan. Om hun invloed op het proces van Europese integratie te vergroten, is verdere democratisering van de besluitvorming vereist.

De regering ziet het als haar opdracht aan de Europese samenwerking te blijven bijdragen en ons land ook na de eeuwwisseling te verzekeren van een solide plaats binnen de Europese Unie. Een krachtige economische expansie is daartoe onontbeerlijk.

De huidige ontwikkelingen zijn bemoedigend. Zowel in 1996 als volgend jaar wordt voor Nederland een economische groei verwacht die het gemiddelde van de landen in de Europese Unie overtreft. Hetzelfde geldt voor de werkgelegenheid: in 1997 komen er opnieuw meer dan 100.000 banen bij. Zo wordt niet alleen het groeiend arbeidsaanbod opgevangen, maar kan ook het aantal werklozen dalen. Voor het eerst sinds een kwart eeuw neemt het totale aantal uitkerings- en pensioengerechtigden af, ondanks de toenemende vergrijzing. Zowel voor burgers als voor bedrijven zal volgend jaar enige verlichting van de lastendruk optreden. Door het volledig toepassen van de koppeling, en door een samenstel van sociale en fiscale maatregelen, zal voor grote groepen werkenden en uitkeringsgerechtigden de koopkracht op peil kunnen blijven. Hiermee wordt tevens ondersteuning gegeven aan een voortgezette matiging van de arbeidskosten, hetgeen van groot belang is voor meer werkgelegenheid. De werkgeverslasten voor vlak boven het minimumloonniveau worden verder verlaagd. Zo zullen meer werkzoekenden met een geringe opleiding kunnen worden ingeschakeld in het arbeidsproces.

De gezondmaking van de openbare financiën verloopt voorspoedig. Het geraamde financieringstekort en de daling van de schuldquote geven vertrouwen in deelname van Nederland aan de EMU vanaf het startjaar 1999.

Het economisch herstel is mede mogelijk geworden door de wijze waarop de sociale partners door de jaren heen verantwoordelijkheid hebben getoond. Het beleid, waarvoor velen offers hebben gebracht, werpt nu vruchten af. Deze gunstige ontwikkelingen mogen echter niet leiden tot zelfgenoegzaamheid. Aan de ingeslagen koers wil de regering vasthouden om de uitdagingen aan te kunnen waarvoor ons land staat.

Over twintig jaar zal Nederland achttien miljoen inwoners tellen, ruim twee miljoen meer dan nu. Ook voor die grotere bevolking zal er voldoende werk moeten zijn. De burgers moeten kunnen wonen, zich verplaatsen en recreëren in een schone en veilige omgeving. Dat is een enorme opgave voor een land waar de arbeidsdeelname nog relatief laag is, de ruimte beperkt en het milieu zwaarbelast. Om een werkelijk duurzame ontwikkeling te realiseren, is het nodig dat economische groei, versterking van concurrentiekracht en toename van werkgelegenheid samengaan met een zorgvuldig beheer van milieu, ruimte en natuur. Dit vraagt om een duidelijke versterking van de kwaliteit van onze infrastructuur in de meest brede zin van het woord: economische capaciteit, ruimtelijke ordening, kennis en sociale cohesie. Consistentie van beleid en voldoende afstemming op veranderingen in de samenleving zijn beide nodig, alsmede verantwoorde inpassing binnen de financiële mogelijkheden. Het is van het grootste belang dat belemmeringen voor een daadkrachtig openbaar bestuur op alle niveaus worden weggenomen.

Ter verbetering van de bereikbaarheid en om te voorkomen dat de verkeerscongestie onaanvaardbare vormen aanneemt, maakt de regering tot het jaar 2000 aanzienlijke bedragen vrij voor vervoer over spoor, weg en water, en voor stads- en streekvervoer. De verbetering van verbindingen met het achterland zal worden versneld. De grootstedelijke gebieden krijgen meer middelen tot hun beschikking om de toegankelijkheid te verbeteren. Vooruitlopend op de invoering van rekeningrijden zullen de kosten van het autogebruik sterker afhankelijk worden gemaakt van het aantal gereden kilometers. Daartoe wordt een verhoging voorgesteld van de accijns op motorbrandstoffen per 1 juli volgend jaar, onder gelijktijdige verlaging van de motorrijtuigenbelasting. Bij de voorbereiding van de begroting voor 1998 zal in het licht van de ontwikkelingen in onze buurlanden een eventuele volgende stap in deze richting worden overwogen.

Economische groei en verbetering van het milieu kunnen en moeten hand in hand gaan. De emissie van een groot aantal schadelijke stoffen is de laatste jaren in absolute zin afgenomen; dat is bemoedigend. De uitstoot van CO2 neemt echter nog steeds toe; dit is zorgwekkend. Daarom is op korte termijn een extra inspanning vereist. De regering zal dit najaar een pakket maatregelen aan u voorleggen dat tot een structurele beperking van C02-uitstoot zal leiden. Het beleid blijft gericht op realisatie van de zo noodzakelijke absolute daling van C02-emissie. Investeren in de groene infrastructuur is essentieel voor een hoogwaardig woon-, werken leefklimaat. In de agrarische sector maken de zich snel wijzigende marktomstandigheden en de bescherming van het milieu ingrijpende veranderingen noodzakelijk. De regering geeft ondersteuning aan dit proces van onvermijdelijke aanpassingen.

Voor het welzijn van burgers is meer nodig dan een duurzaam economisch draagvlak, hoe belangrijk ook. Aan geborgenheid en veiligheid, kennis en onderwijs, alsmede aan sociale samenhang, bestaat evenzeer grote behoefte.

Als gevolg van verschillende maatregelen en een gunstige arbeidsmarkt daalt het beroep op de sociale zekerheid. Hoogte en duur van uitkeringen krijgen hierdoor vereisten waaraan een modern en houdbaar stelsel van sociale zekerheid op de lange termijn moet voldoen. Het stelsel dient voldoende afgestemd te zijn op flexibeler arbeidsverhoudingen en op het streven naar economische zelfstandigheid. Het moet waar nodig fungeren als vangnet en waar mogelijk stimuleren tot inschakeling in het arbeidsproces. De vergrijzing die ons in de komende decennia te wachten staat, maakt dit des te meer noodzakelijk. De regering kiest voor het waarborgen van de AOW als volwaardig basispensioen, nu en in de toekomst. Vanuit die verantwoordelijkheid wil zij bevorderen dat er voor de financiering van de toenemende AOW-uitgave een voldoende breed draagvlak aanwezig zal zijn. Ondersteuning door de overheid van pensioenafspraken tussen werkgevers en werknemers blijft onmisbaar. De regering acht wel een beperkte versobering noodzakelijk. Daarnaast stelt zij binnen het pensioensysteem een verruiming van individuele keuzemogelijkheden voor.

In de volksgezondheid blijft de spanning tussen de nog immer toenemende vraag naar zorg en de noodzaak tot kostenbeheersing onverminderd voelbaar. In aanvulling op de in het regeerakkoord afgesproken volumegroei is voor 1997 ruimte gemaakt voor het wegnemen van acute knelpunten in de thuiszorg, waarop een steeds groter beroep wordt gedaan. Ook voor nieuwe geneesmiddelen die van groot medisch belang zijn, worden meer financiële middelen beschikbaar gesteld. Voorgesteld wordt de tabaksaccijns te verhogen om roken, vooral onder jeugdigen, te ontmoedigen. Het systeem van eigen bijdragen in de zorgsector wordt uitgebreid. In samenhang hiermee wordt de nominate ziekenfondspremie verlaagd. Het volkshuisvestingsbeleid blijft erop gericht te voorzien in voldoende betaalbare en goede woonruimte voor alle groepen van de bevolking. Het percentage van het huurwaardeforfait in de inkomstenbelasting wordt verlaagd. De individuele huursubsidie gaat extra omhoog voor alleenstaanden en gezinnen met een laag inkomen.

Kennis en informatie zijn, zowel voor een sterke en duurzame economie als voor volwaardige deelname aan het maatschappelijk leven van grote betekenis. Het door de regering opgezette kennisdebat doet een appél aan burgers, bedrijven en maatschappelijke organisaties om na te denken over de betekenis van kennis in onze snel veranderende samenleving. Aan investeringen in onderzoek en ontwikkeling wordt een financiële impuls gegeven. Dit geldt ook voor toponderzoek. In de Cultuurnota wordt sterk de nadruk gelegd op het betrekken van jonge mensen bij het culturele leven in al zijn verscheidenheid. De band tussen onderwijs en cultuur-instellingen zal worden versterkt om een bijdrage te leveren aan de culturele vorming in de scholen. De samenwerking tussen beroepsonderwijs en bedrijven in de regio groeit. Dit proces zal verder worden bevorderd met de invoering van een nieuwe fiscale faciliteit. Het wordt daardoor aantrekkelijker werk en studie in het hoger beroepsonderwijs te combineren. Het basisonderwijs moet goed aansluiten bij de mogelijkheden van leerlingen.Dit blijft veel van de leerkrachten vragen. Om hen te ondersteunen zijn er onderwijsassistenten aangesteld. Aanvullende voorzieningen zullen kinderen met een handicap beter instaat stellen het reguliere onderwijs te volgen.

De regering acht het van grote waarde dat problemen van jongeren thuis, op school en op straat in samenhang worden onderkend. Het vroegtijdig onder ogen zien van ernstige problemen tijdens de opvoeding,en het ondersteunen van ouders kunnen ontsporing of crimineel gedrag op latere leeftijd helpen voorkomen. Voor een goede ontwikkeling van kinderen zijn geborgenheid, affectie en veiligheid van essentiële betekenis. Hieraan wordt in onze pluriforme samenleving terecht veel zorg besteed, zodat het merendeel van onze jeugdigen zonder al te veel problemen kan opgroeien. Een deel van hen heeft echter wél hulp nodig. Om daarin te voorzien wordt de capaciteit van de jeugdhulpverlening volgend jaar vergroot.Hoewel steeds meer vrouwen een betaalde baan hebben, blijkt dat arbeid en zorgtaken nog onevenwichtig verdeeld zijn. In het bijzonder onder vrouwen met weinig opleiding is de arbeidsparticipatie laag. De regering zal initiatieven nemen om de economische zelfstandigheid van vrouwen en een betere verdeling van zorgtaken en betaalde arbeid te ondersteunen.

Sociale samenhang is van vitaal belang voor het functioneren van onze samenleving. Vele maatregelen ter bestrijding van armoede en sociale uitsluiting zijn inmiddels ter hand genomen. Voor alleenstaande ouderen met een bescheiden inkomen wordt een bijzondere belastingaftrek ingevoerd. Langdurige en intensieve inspanningen van overheid en maatschappelijke groeperingen blijven noodzakelijk om een ruimere deelname aan betaalde arbeid en scholing mogelijk te maken en mensen uit bun sociaal isolement te halen. De tijdelijke regeling voor de buitenschoolse opvang van kinderen van alleenstaande ouders met een bijstandsuitkering krijgt een wettelijke basis. De voorzieningen voor de opvang van dak- en thuislozen worden uitgebreid. Sociale integratie dient ook burgers te omvatten die niet in staat zijn deel te nemen aan het arbeidsproces. Activiteiten in groepsverband zoals kunstuitingen en sportbeoefening kunnen – naast de intrinsieke waarde die zij hebben voor de individuele mens – een belangrijke bijdrage leveren aan maatschappelijke integratie.

Van sociale samenhang is pas echt sprake indien mensen met verschillende culturele achtergronden ook werkelijk samenleven. Ter ondersteuning van het integratieproces zijn extra middelen beschikbaar gesteld aan de grotere steden. Een gezamenlijke inzet van overheid en sociale partners is geboden om tot een ruimere inschakeling van allochtonen in het arbeidsproces te komen.

Op het terrein van het vreemdelingenbeleid is het zaak steeds het juiste evenwicht voor ogen te houden: procedures moeten snel zijn, maar ook zorgvuldig. Degenen wier aanvraag om verblijf in Nederland is afgewezen, zullen op verantwoorde wijze moeten kunnen terugkeren naar hun land van herkomst.

De strijd tegen discriminatie en intolerantie in de samenleving moet onverminderd onze aandacht houden. De door Nederland ingezette actie voor fair play en tolerantie in de sport, en het aanstaande Europese Jaar tegen Racisme vormen een krachtige stimulans.

Het handhaven van veiligheid is een van de kerntaken van de overheid. Voorrang wordt gegeven aan het bestrijden en voorkomen van jeugdcriminaliteit en van allerlei vormen van overlast en misdaad, als gevolg van druggebruik en drughandel. Politie en justitie zullen de strafrechtelijke aanpak van de criminaliteit verstevigen. De politie wordt verder uitgebreid. De toepassing van indringende opsporingsmethoden zal strakker in de wet worden genormeerd. Met de bouw van meer, sobere cellen en instellingen voor TBS-veroordeelden en jeugdige criminelen wordt de gevangeniscapaciteit vergroot. Het aantal taak- en werkstraffen wordt uitgebreid. Preventie blijft natuurlijk altijd de voorkeur verdienen boven bestraffing achteraf.

Ook voor het drugbeleid is preventie van groot belang. De voorlichting over de schadelijke gevolgen van druggebruik zal worden geïntensiveerd. In de drugnota die dit voorjaar met de Tweede Kamer is besproken, is het beleid – gericht op ontmoediging en schadebeperking – uiteengezet. Bij de uitvoering daarvan zal, behalve op preventie en volksgezondheid, bijzondere nadruk worden gelegd op het bestrijden van de handel in en de productie van drugs, waaronder XTC, en op het in samenwerking met onze nabuurlanden tegengaan van drugtoerisme.

De ingrijpende herstructurering van de krijgsmacht, die een gevolg is van de grote internationale veranderingen, verloopt bevredigend. De personele omvang wordt in overeenstemming met de plannen verminderd, de laatste dienstplichtigen hebben de krijgsmacht vervroegd kunnen verlaten en er melden zich voldoende vrijwilligers. Mede dankzij vele doelmatigheidsmaatregelen groeit ook de samenwerking tusen de krijgsmachtdelen onderling.

In de samenwerkingsrelatie met de Caraïbische delen van het Koninkrijk vragen de financiële sanering en de sociale situatie in de Nederlandse Antillen alsmede de rechtshandhaving op Aruba bijzondere aandacht. Nederland ondersteunt de uitvoering van het Antilliaanse saneringsbeleid. Om de sociale gevolgen van de financiële gezondmaking te verzachten, zal een belangrijke bijdrage worden geleverd aan de uitvoering van het noodprogramma.

De relatieve rust en welvaart waarin wij in ons land leven, steekt scherp af bij oorlog, armoede en instabiliteit in sommige andere delen van de wereld. Zoals wij het fundament willen versterken voor onze eigen toekomst, zo weten wij ons ook verantwoordelijk voor het leveren van bijdragen aan vrede en economische en sociale ontwikkeling elders.

Ongeveer 2200 Nederlandse militairen nemen op dit ogenblik deel aan vredesoperaties in diverse landen, met name in Bosnië. Zij dragen daar bij aan de bestendiging van de nog broze vrede. De internationale gemeenschap behoort alles te doen wat in haar vermogen ligt om het proces van wederopbouw te ondersteunen. De samenwerking tussen Europa en de Verenigde Staten blijft in meerdere opzichten van grote betekenis. Het Atlantisch Bondgenootschap is een onmisbare schakel in ons veiligheidsbeleid. Om vrede en stabiliteit te bevorderen, zowel op ons continent als in andere delen van de wereld, komt aan de Verenigde Naties een belangrijke verantwoordelijkheid toe. Europa en de Verenigde Staten zullen zich, samen met andere landen, moeten inspannen om de Verenigde Naties te versterken en te hervormen, zodat de vredesbevorderende functie beter kan worden vervuld. Eensgezind optreden bleek de voorwaarden te scheppen voor het vredesakkoord van Dayton.

Het is gewenst dat handelsfricties tussen de Europese Unie en de Verenigde Staten beheersbaar blijven. Samen met andere delen van de wereld, waaronder Azië, dient te worden gewerkt aan een open wereldhandelssysteem. De economische en sociale vooruitgang in de wereld is daarbij gebaat.

Zonder voortgang in het vredesproces in het Midden-Oosten hebben de verschillende volkeren daar niet de kans om oorlog en dreiging achter zich te laten en te bouwen aan de toekomst van nieuwe generaties De regering zal zich met de Europese partners blijven inzetten voor vrede op basis van de eerder gesloten akkoorden.

Nederland voelt zich verbonden met de bevolking van Suriname. De regering spreekt de hoop uit dat ook in de toekomst goede mogelijkheden voor samenwerking kunnen blijven bestaan.

De vele contacten op regeringsniveau die in de afgelopen tijd met onze Benelux-partners, Duitsland, Frankrijk en het Verenigd Koninkrijk zijn ontwikkeld, tonen het belang aan dat wederzijds wordt gehecht aan goed nabuurschap. Dit kan tevens bijdragen aan een versterking van de Europese Unie.

De wereld telt nog steeds meer dan een miljard mensen die in absolute armoede leven. Armoede, milieudegradatie en geweld versterken elkaar in een neergaande spiraal. In 1997 zal ons land daarom 20 % van de uitgaven voor ontwikkelingssamenwerking besteden aan hulp voor basisvoorzieningen, zoals gezondheidszorg, drinkwater en onderwijs. Voorts is een belangrijke plaats gereserveerd voor internationaal natuur-, milieu- en klimaatbeleid, met name gericht op het behoud van het tropisch bos. Ook de culturele samenwerking met ontwikkelingslanden krijgt een extra stimulans.

De regering zal zich actief blijven inzetten voor democratisering en een betere naleving van de universele rechten van de mens, zowel bilateraal als via de Europese Unie.

Leden van de Staten-Generaal,

Volgend jaar is het een halve eeuw geleden dat met de aankondiging van het Marshallplan de kiem werd gelegd voor Europese samenwerking. Door prioriteit te geven aan wederopbouw werd het toen mogelijk ons beproefde land op te stuwen naar een hoog. peil van welvaart. Nederland staat ook na de eeuwwisseling voor zware opgaven. Met het herstel van onze economie, waaraan door zo velen is bijgedragen, is de basis gelegd voor de opbouw van een harmonieuze samenleving. Laten we inspiratie putten uit de naoorlogse ervaring en opnieuw investeren in de toekomst.

Van harte spreek ik de wens uit dat u uw verantwoordelijke taken met toewijding en grote inzet zult vervullen, in het vertrouwen dat velen met mij u wijsheid toewensen en om zegen voor u bidden.

Troonrede 19 september 1995

Leden van de Staten-Generaal,

Veel landen in de wereld bevinden zich in een fase van dynamische vernieuwing en economische expansie. Nederland wordt uitgedaagd daarbij niet achter te blijven. Om de bevolking voldoende perspectief te kunnen bieden op welzijn, werk en welvaart zijn versterking van onze concurrentiekracht, vergroting van de arbeidsdeelname en voortgaande sanering van de overheidsfinanciën noodzakelijk.

Actieve participatie is speerpunt van beleid. De regering wil burgers in staat stellen zich te ontplooien en hen aanmoedigen een actieve bijdrage te leveren aan het maatschappelijk, cultureel en economisch leven. De capaciteiten van alle mensen behoren in onze samenleving tot hun recht te komen.

De vernieuwing van het sociaal stelsel gericht op het beter inschakelen van mensen in het arbeidsproces begint vruchten af te werpen. Mede als gevolg van de hogere economische groei en het beleid van overheid en sociale partners zullen er in 1996 ongeveer 100.000 banen bijkomen.

Voor het eerst in tientallen jaren daalt het aantal mensen beneden de 65 jaar dat afhankelijk is van een uitkering. Hierdoor ontstaat financiële ruimte voor de noodzakelijke lastenverlichting, vooral aan de onderkant van de arbeidsmarkt. Zo wordt het voor werkgevers aantrekkelijker mensen met weinig opleiding of werkervaring in dienst te nemen. Dankzij de forse toename van de werkgelegenheid is de koppeling van de uitkeringen en de AOW-pensioenen aan de contractlonen volgend jaar weer verantwoord. Een beheerste ontwikkeling van de inkomens blijft nodig om in de toekomst voldoende werkgelegenheid te scheppen en het draagvlak voor een solide en rechtvaardig sociaal stelsel te versterken. Een bijzondere inspanning is vereist om langdurig werklozen nieuwe kansen te bieden. Aan initiatieven van gemeenten en instellingen zal ruim baan worden gegeven. De regering doet een beroep op sociale partners om zo veel mogelijk werkzoekenden in te schakelen.

De sanering van de overheidsfinanciën wordt gestaag voortgezet. Zowel in 1995 als in 1996 zal het financieringstekort dalen. Ook de druk van belastingen en premies zal in beide jaren verder afnemen. Het beheerste uitgavenbeleid maakt het mogelijk om de in het regeerakkoord overeengekomen beleidsintensiveringen te realiseren en bovendien voor volgend jaar extra middelen vrij te maken voor veiligheid, sociale integratie, milieu en infrastructuur.

Door het open karakter van onze economie maakt Nederland een goed gebruik van de gunstige internationals conjunctuur. Daartegenover staat dat ons land ook kwetsbaar is voor invloeden van buitenaf. Nieuwe impulsen zijn daarom nodig om de dynamiek en het aanpassingsvermogen van onze economie te vergroten. Nederland zal zo beter kunnen voldoen aan de eisen die de internationale integratie en globalisering stellen. Een hierop gericht omvangrijk pakket maatregelen geeft extra aandacht aan het midden- en kleinbedrijf, aan startende ondernemers en aan de agrarische bedrijfstak, die al zozeer voor zware inspanningen staat. Om de structuur van de tuinbouw te versterken zal de regering medewerking verlenen aan het opstellen van een plan van actie.

Meer marktwerking en minder regulering zijn onontbeerlijk. Een eerste reeks voorstellen, waaronder het wetsontwerp voor de openingstijden van winkels, is onlangs aan u voorgelegd.

Voor de versterking van onze economie is een moderne infrastructuur vereist. Eerder dit jaar zijn belangrijke beslissingen genomen die nu tot uitvoering worden gebracht. De voorbereidingen voor de aansluiting van ons land op het Europese net van hogesnelheidslijnen zijn in volle gang. Met voorrang is de versterking van de rivierdijken ter hand genomen.

Nieuwe technologieën en vooral de informatietechnologie zijn van grote betekenis. Nederland moet ook hier de ambitie hebben aansluiting te houden bij de meest geavanceerde landen. De totstandkoming van de elektronische snelweg wordt bevorderd. Daartoe zal de regering particuliere en publieke investeringen stimuleren.

Bij een gezond economisch draagvlak past een verantwoord evenwicht tussen economie en milieu. De belasting van het milieu als gevolg van de economische groei moet zoveel mogelijk worden beperkt.

Voor het eerst wordt u een Milieubalans aangeboden. Daaruit blijkt dat we erin geslaagd zijn om de uitstoot van de meeste schadelijke stoffen in de laatste tien jaar minder te doen toenemen dan op grond van de groei van de economie moest worden verwacht. Dat is positief.

Zorgelijk is de omvang van de mondiale CO2-emissie. Ook in Nederland is deze groter dan eerder in de streefcijfers werd beoogd. Dit vraagt in de eerste plaats om een internationale aanpak, waaraan Nederland, ook financieel, actief zal meewerken. Daarnaast kunnen nationale maatregelen niet worden gemist. De op 1 januari aanstaande in te voeren energieheffing dient in dit licht te worden beoordeeld.

Binnenkort zal de regering voorstellen doen om het mestoverschot te verminderen. Daarbij staat haar voor ogen de belangen van het boerenbedrijf en van een goed milieu zo verantwoord mogelijk met elkaar in harmonie te brengen. Ook andere terreinen vragen om goed doordachte en tijdig te nemen maatregelen. Zoals in het regeerakkoord staat aangegeven, zal in de komende periode worden verkend aan welke eisen een houdbaar en betaalbaar sociaal stelsel op lange termijn dient te voldoen. Ook de financiering van de AOW als veilige oudedagsvoorziening voor iedereen zal daarbij aan de orde komen.

Een samenleving die participatie centraal stelt, vraagt om een betere verdeling van betaalde en onbetaalde arbeid en om meer economische zelfstandigheid van vrouwen.

Jongeren geven vorm aan de toekomst. De wijze waarop zij opgroeien en zich kunnen ontplooien, is bepalend voor de samenleving van morgen. Goede onderwijsmogelijkheden waarin zij hun talenten kunnen ontwikkelen, zijn daarom essentieel. Basisscholen zullen ruimere mogelijkheden krijgen om kinderen die speciale zorg nodig hebben, binnen de eigen school op te vangen. Extra investeringen in het middelbaar beroepsonderwijs zijn nodig om meer jongeren voor te bereiden op het arbeidsproces.

Aan werkgevers die leerovereenkomsten afsluiten, wordt een fiscaal voordeel toegekend. Het leerlingwezen is immers voor veel jongeren een goede combinatie van scholing en werkervaring. In het hoger onderwijs worden ingrijpende maatregelen voorgesteld, zowel met betrekking tot de inhoud van het onderwijs als tot de bestuursstructuur. Toegankelijkheid tot universiteit en hoger beroepsonderwijs, maatwerk en kwaliteit staan centraal.

De zorgsector levert kwalitatief goede prestaties. Met de inzet van allen kan dat in de toekomst zo blijven, ook als door de vergrijzing van de bevolking meer van deze sector wordt gevraagd. Noodzakelijke zorg moet voor iedereen bereikbaar en betaalbaar blijven. Voor de toekomstige financiering zal daarom een solide basis worden gelegd. De regering stelt een aantal kostenbesparende maatregelen voor, waaronder een Prijzenwet geneesmiddelen. Aldus ontstaat er ook ruimte voor nieuw beleid. De regering bereidt besluiten voor om het beroep op de medische zorg op verantwoorde wijze te beperken. Op 1 januari aanstaande zal een aantal verstrekkingen, waaronder geneesmiddelen, worden overgebracht van de AWBZ naar het ziekenfonds en de particuliere ziektekostenverzekering. De regering zal voorstellen de bejaardenoorden met ingang van 1997 naar de AWBZ over te brengen onder gelijktijdige afschaffing van de vermogenstoets.

De kwaliteit van de zorgverlening voor gehandicapten, chronisch zieken en ouderen zal verder moeten verbeteren. Het persoonsgebonden budget zal hen beter in staat stellen zich naar eigen inzicht van de nodige zorg te voorzien. Veel ouderen willen actief deel blijven uitmaken van de samenleving. Zij moeten zo lang mogelijk thuis kunnen blijven wonen. De regering steunt hen in deze wens tot zelfstandigheid.

Onze samenleving wordt gevormd door mensen afkomstig uit verschillende culturen. Nieuw is dat niet. Door de eeuwen heen hebben velen in Nederland een thuis kunnen vinden. Het multiculturele karakter van onze samenleving is in menig opzicht verrijkend. Veel leden van etnische minderheden hebben thans echter te weinig uitzicht op werk en op volwaardige deelname aan onze maatschappij. Overigens bevinden ook veel autochtone Nederlanders zich in een vergelijkbaar zwakke sociaal-economische positie. De regering doet een beroep op burgers, bedrijven, andere overheden en maatschappelijke organisaties om gezamenlijk de sociale uitsluiting en stille armoede in onze samenleving eensgezind en met kracht aan te pakken. De noodzakelijke cohesie staat immers op het spel indien grote aantallen mensen zich buitengesloten voelen.

De regering wil in dit verband meer aandacht schenken aan de problematiek in de grote steden. De steden zijn niet alleen een bakermat van nieuwe economische impulsen en technologische ontwikkelingen, maar kennen ook een opeenhoping van sociale en maatschappelijke problemen.

Via decentralisatie en deregulering worden de gemeenten in staat gesteld slagvaardiger te opereren. Op deze wijze kunnen zij beter inspelen op specifieke omstandigheden en mogelijkheden.

De vorming van stadsprovincies heeft na de uitslag van de referenda in Amsterdam en Rotterdam vertraging opgelopen. Naar het oordeel van de regering blijft een versterking van de positie van gemeenten en provincies noodzakelijk, in het bijzonder in de stedelijke gebieden.

De burger moet zich veilig kunnen voelen. Veiligheid is een voorwaarde voor deelname aan het maatschappelijk leven. Preventie en bestrijding van criminaliteit maken een actieve samenwerking tussen de regering en de betrokken instanties dringend noodzakelijk. Voor rechtshandhaving en veiligheid worden extra middelen beschikbaar gesteld.

De activiteiten van de georganiseerde misdaad, in het bijzonder de drughandel en het witwassen van zwart geld, zijn ontwrichtend voor onze samenleving. De strijd tegen de zware criminaliteit vergt onverminderde inzet van veel capaciteit en specifieke deskundigheid bij Politie en Openbaar Ministerie.

De drugproblematiek baart ook in Nederland zorgen. Beperking van de schade voor de gezondheid staat in ons drugbeleid voorop. De feiten laten zien dat de resultaten van dit beleid de internationale vergelijking zeker kunnen doorstaan. De met de drughandel gepaard gaande criminaliteit en overlast voor de burger, en de uitzichtloze situatie van vele verslaafden vragen van de samenleving en de overheid echter grotere inspanningen.

De politieke verhoudingen in de wereld zijn fundamenteel veranderd. Bij de oprichting van de Verenigde Naties, vijftig jaar geleden, stond internationale samenwerking voorop, met het doel de mensheid te vrijwaren van geweld en armoede. Die idealen zijn nog lang niet verwezenlijkt. Wel is veel gedaan om conflicten te beheersen en om weerloze mensen te behoeden voor nog meer rampspoed. Op deze weg moet worden voortgegaan.

De dramatische gebeurtenissen in Afrika en in het voormalige Joegoslavië tonen hoe beperkt nog steeds de mogelijkheden voor de Verenigde Naties zijn. De frustraties die daarmee gepaard gaan, mogen ons niet weerhouden ons internationaal medeverantwoordelijk te blijven voelen en daarnaar te handelen. De inspanningen van militairen en burgers die onder moeilijke omstandigheden vredestaken verrichten en humanitaire hulp verlenen, verdienen grote waardering. Nederland zal zich inspannen om samen met andere landen noodzakelijke hervormingen van de Verenigde Naties voor te bereiden en de instrumenten voor het handhaven van de internationale rechtsorde te verbeteren.

Verschillende ontwikkelingslanden hebben de aansluiting bij de wereldmarkt gevonden en groeien uit tot handelspartners van gewicht. Het aantal armen in de wereld neemt echter nog steeds toe. Een substantiele en effectieve ontwikkelingssamenwerking blijft dan ook geboden.

De regering wil met een herijking van het buitenlands beleid beter kunnen inspelen op de zich snel wijzigende internationale verhoudingen. Meer dan voorheen bestaat er behoefte aan tijdige afstemming van de verschillende facetten van het beleid. Een gecoördineerd optreden op velerlei terreinen is een vereiste om de rol van Nederland in de dynamiek van het wereldgebeuren te versterken. Met de daartoe noodzakelijke reorganisatie van de ministeries zal dit jaar worden begonnen.

Het proces van Europese integratie zal nieuwe impulsen moeten krijgen in de herzieningsconferentie van het Verdrag van Maastricht. Europa zal slagvaardiger, democratischer en voor de burgers doorzichtiger moeten worden. Meer dan ooit is er ook behoefte aan hechte samenwerking ter bestrijding van werkloosheid, milieuvervuiling en internationaal georganiseerde criminaliteit. Een Europees beleid waarin een evenwichtige verdeling van de opvang van asielzoekers centraal staat, is dringend gewenst. Participatie, structuurversterking en vergroting van de concurrentiekracht zijn ook trefwoorden voor het Europa van de toekomst. Nederland zal daaraan naar vermogen bijdragen. Met al het werk voor Europa dat ons de komende jaren te wachten staat, mogen wij de bijzondere waarde van de transatlantische band niet uit het oog verliezen.

De bijdrage van ons land aan vrede en veiligheid wordt verzekerd door een verantwoorde uitvoering van de Prioriteitennota. Als gevolg van de herstructurering van de krijgsmacht zullen vanaf april volgend jaar geen nieuwe dienstplichtigen meer opkomen. Vanaf 1 januari 1997 zal de krijgsmacht geheel uit vrijwilligers bestaan.

Nu Aruba, de Nederlandse Antillen en Nederland hebben besloten het Koninkrijksverband te handhaven, zullen in het belang van de onderlinge relatie en samenwerking de statutaire verhoudingen moeten worden gemoderniseerd. De tragische gevolgen van de natuurramp die de Bovenwindse Eilanden heeft getroffen, hebben ook in Nederland diepe indruk gemaakt. Het noodzakelijke herstel zal in Koninkrijksverband gezamenlijk ter hand worden genomen. Aan Nederlandse zijde bestaat ten volle de bereidheid bij te dragen aan inspanningen gericht op handhaving van de democratische rechtsorde, sanering van de openbare financiën en de bestuurlijke, economische en culturele ontwikkeling van de Nederlandse Antillen en Aruba.

Leden van de Staten-Generaal,

Naast het positieve dat in achterliggende decennia is bereikt, en waarvoor wij dankbaar mogen zijn, valt er in menig opzicht nog veel te verbeteren.

U staat in het komende parlementaire jaar voor zware opgaven.

Van harte spreek ik de wens uit dat u uw verantwoordelijke taken met toewijding en grote inzet zult vervullen, in het vertrouwen dat velen met mij u wijsheid toewensen en om zegen voor u bidden.

Troonrede 20 september 1994

Leden van de Staten-Generaal,

Vijftig jaar geleden werden de eerste steden en dorpen van ons land bevrijd. De wereldoorlog liep ten einde. Voor velen moest de zwaarste beproeving, de hongerwinter, echter nog komen, en het zou nog lange tijd duren voordat het toenmalige Nederlands-Indië werd bevrijd. In vele herdenkingen wordt nu stilgestaan bij die moeilijke jaren. Herdenken is herinneren, maar ook inspiratie putten en lering trekken voor het heden en de toekomst. Werken aan duurzame vrede, aan samenwerking binnen en buiten de landsgrenzen, ddt moet onze opdracht zijn.

Voormalige tegenstanders kwamen na de Tweede Wereldoorlog tot elkaar in internationale organisaties; zo ontstonden er nieuwe structuren. In West-Europa namen zes landen het initiatief tot economische integratie. De Europese Unie van thans twaalf landen hoopt op 1 januari aanstaande vier nieuwe leden te verwelkomen. De regering hecht grote waarde aan de belangstelling die nieuwe democratieën in Centraal- en Oost-Europa hebben getoond voor het lidmaatschap. Verdere uitbreiding van de Europese Unie zal hand in hand dienen te gaan met institutionele hervormingen die de besluitvaardigheid waarborgen. Versterking van de parlementaite democratie is daarbij een belangrijk element.

Sinds de Tweede Wereldoorlog is in ons land een indrukwekkende verhoging van het levenspeil tot stand gebracht. De ervaring leert ons dat de verworvenheden die daarmee verband houden niet onaantastbaar zijn. Daarom kiest de regering voor versterking van het draagvlak voor duurzame werkgelegenheid. Meer mensen aan de slag, dat is het devies. Deze doelstelling wordt langs een drietal wegen nagestreefd:

een vertrouwenwekkend macro-economisch beleid, gericht op beheersing van de staatsschuld en de inflatie, en op verlaging van de arbeidskosten;

een beleid dat economische dynamiek, ondernemen, investeren en innoveren aanmoedigt, waardoor de concurrentiepositie wordt versterkt en de vraag naar arbeid toeneemt;

– het stimuleren van arbeidsdeelname en een geringere afhankelijkheid van uitkeringen onder handhaving van de sociale bescherming voor hen die daarop zijn aangewezen.

De ontwerp-begroting die u heden wordt aangeboden, draagt het karakter van soberheid en modernisering. Er is een beduidende daling van de collectieve lastendruk voorzien, en de basis wordt gelegd voor een vermindering van het financieringstekort in de komende jaren.

De zorgwekkende verhouding tussen de aantallen inactieven en actieven maakt het onontkoombaar dat volgend jaar wordt afgezien van koppeling van minimumloon en uitkeringen aan de loonontwikkeling. Met flankerende maatregelen wil de regering eraan bijdragen dat er toch een redelijk evenwichtig inkomensbeeld ontstaat. Daartoe dienen onder meer de invoering van een inkomensafhankelijke belastingaftrek voor ouderen en maatregelen in de sfeer van de individuele huursubsidie, in het bijzonder voor gezinnen met kinderen. Het belastingtarief voor de eerste schijf in de loon- en inkomstenbelasting zal ter ondersteuning van een gematigde loonontwikkeling worden verlaagd.

Door de invoering van een franchise in de premie Ziekenfondswet worden de werkgeverslasten voor laagbetaalde arbeid verminderd.

De modernisering van het sociale stelsel wordt voortgezet. Om op langere termijn de zekerheid te kunnen blijven bieden van een gegarandeerd basispensioen, en om solidaire regelingen bij arbeidsongeschiktheid en werkloosheid in stand te houden, is een kritische toets van het bestaande stelsel nu geboden. De regering doet voorstellen in het kader van de kinderbijslag, waarbij een zwaarder beroep wordt gedaan op de eigen verantwoordelijkheid van ouders. De toegang tot de Werkloosheidswet zal worden beperkt, terwijl de duur van de vervolguitkering wordt verlengd. Voorbereidingen worden getroffen om de nabestaandenwetgeving te wijzigen. Hierbij wordt rekening gehouden met de wenselijkheid van een overgangsregeling. Na jaren van onafgebroken stijging van het beroep op uitkeringen bij ziekte en arbeidsongeschiktheid doet zich gelukkig nu een keer ten goede voor. Om verdere verbetering mogelijk te maken zal worden voortgegaan op de weg van privatisering van de Ziektewet. In de Wet op de Arbeidsongeschiktheidsverzekering zal concurrentie in de uitvoering worden toegelaten, waarbij de overheid verantwoordelijk blijft voor de polisvoorwaarden. De uitwerking zal zodanig vorm worden gegeven dat een solide draagvlak voor sociale zekerheid voor alle burgers in stand blijft, met solidariteit als kenmerk.

De regering is zich ervan bewust dat haar voornemens gevoelige aanpassingen bevatten. Daar staat een lastenverlichting van ruim 4 miljard gulden voor burgers en bedrijven tegenover. Voorts komt in 1995 voor het eerst sinds jaren weer enige verbetering in zicht in de verhouding tussen aantallen inactieven en actieven. Versterking van onze economie vraagt om een offensief beleid. En in de industrie en in het midden- en kleinbedrijf dient meer te worden geïnvesteerd in de ontwikkeling en de toepassing van kennis en technologie. Daartoe zullen bedrijven nauwer worden betrokken bij het stellen van prioriteiten voor het onderzoek dat door de overheid wordt bekostigd. Ook zal worden voortgegaan met het ontwikkelen van top-instituten op enkele veelbelovende technologiegebieden. Aan het beroepsonderwijs zullen ruimere mogelijkheden worden geboden om beter aan te sluiten bij de praktijk.

Eind 1994 zal u een nationaal actieplan bereiken, gericht op proefprojecten van overheid en bedrijfsleven op het terrein van zogenoemde elektronische snelwegen. De slagvaardigheid van bedrijven kan worden vergroot door te zorgen voor minder lasten, minder regels en beter werkende markten. Binnen zes maanden zult u een plan van aanpak ontvangen voor deregulering en versterking van de marktwerking. Vermindering van administratieve lasten zal daarvan deel uitmaken. Knellende bepalingen van de Winkelsluitingswet worden op korte termijn weggenomen. Begin 1995 zullen u voorstellen bereiken ter aanmoediging van startende ondernemers. Naast werkgelegenheid in de marktsector is er behoefte aan betere dienstverlening in de publieke sector. Volgend jaar zullen ten minste 2500 extra banen worden geschapen in de zorgsector, en eveneens 2500 banen in de veiligheid en het openbaar toezicht. Deze maatregelen zullen nieuw perspectief bieden aan langdurig werklozen. Aldus wordt een begin gemaakt met de toepassing van de sociale norm die erop is gericht de langdurige werkloosheid stelselmatig terug te dringen. De regering zal nagaan op welke wijze de flexibiliteit van arbeidspatronen kan worden vergroot, mede gelet op individuele behoeften met betrekking tot betaalde arbeid, zorgtaken, studie en vrije tijd.

Voor duurzame versterking van de economie en van de werkgelegenheid is de medewerking van de sociale partners belangrijk. Met hen wil de regering op korte termijn overleggen over de vraag hoe de beoogde effecten bereikt kunnen worden. Versterking van de economie kan niet zonder een goed milieubeleid. In ons dagelijks handelen wordt aandacht voor het milieu steeds belangrijker. Mede dankzij de inzet van de burgers komen het preventiebeleid op het gebied van afval en het gescheiden inzamelen steeds beter van de grond. Hoewel de C02-uitstoot zich voor het eerst sedert lange tijd lijkt te stabiliseren, zijn er verdere verbeteringen op dat terrein noodzakelijk. Ook het oplossen van de mestproblematiek en het beheersen van de mobiliteit vragen om voortgaande inspanningen.

De regering zet zich met kracht in voor het bereiken van overeenstemming over een energieheffing op Europees niveau. Mocht dit voorlopig niet mogelijk blijken, dan zal in 1995 de invoering van een kleinverbruikersheffing worden voorbereid. De heffing zal een bijdrage moeten leveren aan het bereiken van de vastgestelde milieudoelen. Behoud en verbetering van het milieu vereisen ook een mondiale aanpak. De regering zal daarom een actief internationaal milieubeleid voeren.

De Europese integratie is op weinig terreinen zo direct merkbaar als in de land- en tuinbouw. De agrarische sector staat voor de uitdaging zijn grote bijdrage aan de nationale economie te blijven leveren en deze tegelijkertijd in evenwicht te brengen met de belangen van natuur, milieu, landschap en het welzijn van dieren. Voor een vitaal, aantrekkelijk en leefbaar platteland zal de komende jaren een actief vernieuwingsbeleid worden ontwikkeld. De realisering van een duurzame ecologische hoofdstructuur past daarin. De overheid zal, door middel van lagere lasten en het wegnemen van belemmerende regels, voorwaarden scheppen om de concurrentiekracht van de land- en tuinbouw te behouden. Het tot stand brengen van de noodzakelijke aanpassingen aan markt en milieu is ook een taak van de sector zelf. De afgelopen vijftig jaar hebben geleerd dat boeren en tuinders daartoe over de slagkracht en inventiviteit beschikken, alsook bereid zijn te investeren.

Begin 1995 zal aan de Tweede Kamer de nota ‘Ruimtelijk-economisch beleid voor de periode 1995-1999 worden voorgelegd. Uitgangspunt is dat regio’s niet geïsoleerd, maar in onderling verband en in samenhang met de internationale omgeving worden beschouwd.

De groeiende behoefte aan woningbouwlocaties maakt het nodig zorgvuldig om te gaan met de belangen van natuur, landschap en recreatie. De noodzakelijke investeringen vragen om een forse inspanning van de betrokken overheden en de marktsector. Het leefbaar houden van het stedelijk gebied verdient bijzondere aandacht. Voor de versterking van onze Nederlandse concurrentiepositie is een samenhangend en duurzaam vervoersbeleid een vereiste. Centraal staan de investeringsplannen voor de mainports Rijnmond en Schiphol, de achterlandverbindingen, de grote stadsgewesten en de stedelijke knooppunten. De procedure voor de planologische kernbeslissing betreffende de Hogesnelheidslijn is thans in de inspraakfase. Het definitieve regeringsstandpunt zal u in het voorjaar van 1995 bereiken. Aan het begin van dat jaar zal de regering ook klaarheid scheppen over haar voornemens omtrent de Betuwelijn. Een intensieve internationale samenwerking in Europees verband, gericht op de aansluiting op trans-europese netwerken, is van groot belang. Het overheidsbeleid inzake de gezondheidszorg en de zorg voor chronisch zieken stelt de patient voorop. Om essentiële gezondheidszorg voor iedereen toegankelijk te houden is het nodig de ontwikkeling van volume en kosten strak te beheersen. Doelmatighei,d en soberheid zijn geboden, zowel bij aanbieders als bij vragers van zorg. Wat noodzakelijke zorg is, zal op basis van de adviezen van de commissieDunning en van de Gezondheidsraad worden beantwoord. Concrete maatregelen met betrekking tot het verzekeringspakket zullen daarop volgen.

De regering zal u nog dit najaar een integraal plan voor volume- en kostenbeheersing aanbieden, met het daarvoor benodigde wetgevend kader. Uitvoering van de aanbevelingen van de commissie-Biesheuvel met betrekking tot de positie van de huisarts, de medisch specialist en het ziekenhuis krijgt daarin een plaats. Het nemen van eigen verantwoordelijkheid door gebruikers zal worden gestimuleerd. De Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten wordt beperkt tot een voorziening voor onverzekerbare risico’s en langdurige zorg. In het ziekenfonds en de particuliere verzekering komt een scherper gedefinieerd basispakket van noodzakelijke zorg tot stand. Er wordt gewerkt aan het dichter bij elkaar brengen van particuliere ziektekostenverzekeringen ziekenfondsverzekering. De veranderingen zullen stapsgewijs plaatsvinden.

Op het terrein van medische ethiek zal verder worden gewerkt aan noodzakelijke wet- en regelgeving. De regering hoopt dat de behandeling van het wetsvoorstel orgaandonatie en het wetsvoorstel medische experimenten dit parlementaire jaar kan worden afgerond.

Ook in het welzijnsbeleid staat de cliënt centraal. Zowel voor jongeren en gehandicapten als voor ouderen zal zorgverlening worden gestimuleerd die meer aansluit bij de eigen mogelijkheden van een ieder in de thuissituatie.

De emancipatie en participatie van ouderen wordt krachtig ondersteund; leeftijdsdiscriminatie wordt bestreden. De regering brengt het komend jaar een actieprogramma voor integraal ouderenbeleid uit. De voorgenomen bezuinigingen op de bejaardenoorden worden geschrapt.

De regering zet zich in voor een veiliger samenleving met een hoog niveau van rechtshandhaving. Een integratie benadering van het veiligheidsbeleid is daartoe noodzakelijk. De politie vervult een spilfunctie, zowel bij de veiligheid op straat als bij de bestrijding van de georganiseerde misdaad. De politie en de rechterlijke organisatie worden versterkt. Voor het einde van het jaar zult u concrete voornemens hieromtrent ontvangen. In oktober zal de regering haar plannen presenteren voor een krachtiger aanpak van de georganiseerde misdaad. Naast en in aanvulling op de bestaande kernteams wordt een landelijk rechercheteam opgericht. Dit team zal ondermeer onderzoeken verrichten naar aanleiding van meldingen inzake ongebruikelijke transacties. Financieel-economische opsporingsmethoden staan hierbij centraal.

Onveiligheid op straat wordt voor een groot gedeelte vreoorzaakt door jongerencriminaliteit. Voorstellen voor de aanpak hiervan worden u begin 1995 aangeboden. Ook hier gaat het om een integrate benadering waarbij lokale overheden, jeugdhulpverlening, politie en justitie nauw zullen samenwerken.

Het geven van perspectief aan de jeugd is van blijvend belang voor de vitaliteit van de samenleving. Op het terrein van de jeugdhulpverlening worden de voorgenomen bezuinigingen geschrapt. Verslavingshulp en bestrijding van drugsoverlast krijgen meer aandacht.

Onstabiele intemationale verhoudingen, onlusten en economische tegenstellingen blijven invloed uitoefenen op migratiestromen. Zorgvuldigheid en effectiviteit bij de behandeling van aanvragen van asielzoekers en vluchtelingen zullen hand in hand gaan. De inspanningen zullen voorts gericht zijn op het tot stand brengen van een Europees asielbeleid.

Nederland is een multicultureel land geworden. Veel allochtonen blijken vrij snel in de Nederlandse maatschappij in te burgeren. Niettemin zijn er grote aanpassingsproblemen en is de werkloosheid onder minderheden onevenredig hoog. De regering zal daarom gerichte scholings- en werkgelegenheidsmaatregelen treffen. Met mensen die zich nieuw in Nederland vestigen zullen contracten worden gesloten waarin de wederzijdse verantwoordelijkheden worden vastgelegd. Zo kunnen nieuwkomers zo spoedig mogelijk volwaardige leden van onze maatschappij worden.

De regering wil het bestuur dichter bij de burger brengen. Taken van het Rijk zullen worden overgeheveld naar de mede-overheden om de gezamenlijke beleidsdoelstellingen beter te realiseren. In de regio’s Rotterdam, Amsterdam en Den Haag worden besturen ingesteld die slagvaardig en democratisch kunnen functioneren. De grote steden trekken hoogwaardige werkgelegenheid aan en ontwikkelen zich tot gevarieerde centra voor cultuur en wetenschap. Aan de andere kant zorgen juist daar langdurige werkloosheid en een hoge criminaliteit voor ernstige problemen. Hieraan zal gericht aandacht worden gegeven teneinde de ontwikkelingskansen voor de grote steden te versterken.

Het openbaar bestuur is er voor de bevolking. De regering wil dat de burgers hun stem beter kunnen laten horen en hun invloed beter kunnen laten gelden. Een ministeriële commissie staatkundige vernieuwing zal voorstellen doen.

Voor het cultuurbeleid, dat nu met onderwijs en wetenschappen in één ministerie is samengevoegd, is 1995 een jaar van uitvoering. Het is ook een jaar van voorbereiding van de hoofdlijnen voor de komende tijd.

Voor een beperkte groep veelbelovende kunstenaars zal een nieuwe regeling worden getroffen die het hun mogelijk maakt om een aantal jaren te werken aan de opbouw van een renderende beroepspraktijk.

Goed onderwijs staat of valt met de kwaliteit van de leraar. Vanaf 1995 komen daarom extra middelen beschikbaar om de voorstellen van de commissie toekomst leraarschap uit te voeren.Om de creativiteit van de onderwijsgevenden te stimuleren zullen scholen bij de uitvoering van primaire onderwijstaken een meer autonome rol krijgen. Ouders krijgen een grotere invloed op het beleid van het schoolbestuur.

Meer aandacht zal worden besteed aan diversiteit in het voortgezet onderwijs, zowel ten behoeve van hoogbegaafde leerlingen als voor leerlingen die het voortgezet speciaal onderwijs volgen. De gemeentelijke rol wordt versterkt door de huisvesting en de schoolbegeleidingsdiensten te decentraliseren en het achterstandsbeleid door hen te laten coördineren.

Voor het voortgezet en hoger onderwijs zal verder gestalte worden gegeven aan een goede afstemming met onze buurlanden en worden internationals contacten gestimuleerd.

De huidige uniforme structuur van het hoger onderwijs doet onvoldoende recht aan de veranderde maatschappelijke eisen. De regering streeft daarom een stelselwijziging na met een grotere varidteit in opleidingen en een gemiddeld kortere verblijfsduur van studenten in het hoger onderwijs. In het komende jaar zal in open overleg met de betrokkenen over de vormgeving en uitvoering hiervan worden gesproken.

De wijzigingen, op termijn, in het stelsel van hoger onderwijs zullen ook gevolgen hebben voor de studiefinanciering. Maar ook los daarvan zijn er nu al maatregelen met betrekking tot de studiefinanciering nodig. Aan nieuwe studenten in het hoger onderwijs wordt een prestatiebeurs verstrekt voor een periode die gelijk is aan de cursusduur.

In de ontwikkeling van de hedendaagse samenleving spelen sport en actieve recreatie een steeds belangrijker rol. Niet alleen voor de ontwikkeling van de jeugd, maar ook voor de vitaliteit van hen die ouder worden, voor mensen met een handicap en voor de verschillende maatschappelijke integratieprocessen in ons land blijkt de sport van steeds wezenlijker belang.

De samenwerking tussen de drie landen van het Koninkrijk is gebaseerd op wederzijds respect. Een evenwichtige ontwikkeling van de Nederlands-Antilliaanse en Arubaanse samenlevingen is een doelstelling waaraan Nederland met overtuiging wil bijdragen. Goed openbaar bestuur, rechtshandhaving, gezond financieel beleid, en onderwijs zijn daarbij aandachtspunten. De viering op 15 december aanstaande van veertig jaar autonomie belichaamd in het Statuut voor het Koninkrijk der Nederlanden, zal passende aandacht krijgen. In overleg met de koninkrijkspartners zullen nieuwe staatkundige verhoudingen hun beslag krijgen in een herzien Statuut.

Naast de vrede die wij al vijftig jaar kennen, zijn er helaas nieuwe brandhaarden in de wereld. Van het zo dichtbij gelegen ex-Joegoslavië tot het verre Rwanda bereiken ons hartverscheurende beelden. De grenzen van de verschrikking blijken daarbij steeds weer te kunnen worden verlegd. De Nederlandse samenleving geeft op vele manieren uiting aan haar gevoelens van betrokkenheid. Hier moeten zeker ook veel Nederlandse burgers en militairen worden genoemd die in voormalig Joegoslavië en elders in internationaal verband actief zijn. Meer dan drieduizend Nederlandse mannen en vrouwen nemen thans deel aan vredesoperaties in vaak zeer moeilijke omstandigheden. Hun grote inzet verdient veel waardering en dank. Onze gedachten gaan uit naar hen die bij de uitoefening van hun taak blijvend letsel opliepen en in het bijzonder naar de nabestaanden van hen die omkwamen.

In vijftig jaar is de wereld ingrijpend veranderd en daarmee ook onze positie in die wereld. De samenhang van internationale vraagstukken is sterker dan ooit. De regering wenst een positieve bijdrage te leveren aan het oplossen van mondiale problemen. Oude tegenstellingen tussen Noord-Zuid en Oost-West vervagen. Samenwerking en ontwikkeling moeten dus in een nieuw perspectief worden geplaatst. Een herijking van het buitenlands beleid in brede zin, met daarin ook begrepen ontwikkelingssamenwerking, economische betrekkingen, internationaal milieubeleid en defensie, is daarom noodzakelijk.

De verkleining en de herstructurering van de Nederlandse krijgsmacht zijn in volle gang. De overgang naar een vrijwilligerskrijgsmacht vergt van Defensie een grote inspanning.

Nog voor de behandeling van de begroting van Defensie zal de regering u inlichten over de gevolgen van de in het regeerakkoord aangekondigde bezuinigingen voor de krijgsmacht. Een verantwoorde uitvoering van de Prioriteitennota blijft hierbij de toetssteen.

Binnen het grote kader van het Noordatlantische bondgenootschap kiest Nederland voor intensievere Europese defensiesamenwerking. Dit leidt in toenemende mate tot verwevenheid van onze krijgsmacht met die van de ons omringende landen. Met België wordt een geïntegreerde marinestaf gevormd. Met Duitsland wordt een gezamenlijk legerkorps opgericht.

Op allerlei terreinen zijn de betrekkingen met ons grootste buurland uitgegroeid tot nauwe samenwerking. Dit symboliseert de fundamentele en onomkeerbare omslag van de politieke verhoudingen in Europa, vijftig jaar na de bevrijding.

Leden van de Staten-Generaal,

De indrukwekkende herdenking van D-day op 6 juni van dit jaar was een uiting van respect voor de grote inzet van vele miljoenen mannen en vrouwen. Het is bemoedigend dat de bereidheid om uit het verleden lering te trekken zo breed leeft. Internationaal en nationaal is het besef van de waarde van leven in vrede en vrijheid tevens een opdracht aan ons allen om aandacht te blijven geven aan de kwaliteit van onze samenleving.

Van harte spreek ik de hoop uit dat u uw verantwoordelijke taken ook in dit licht zult vervullen, in het vertrouwen dat velen met mij u wijsheid toewensen en om zegen voor u bidden.

Troonrede 21 september 1993

Leden van de Staten-Generaal,

Verbondenheid tussen mensen en aandacht voor het kwetsbare; in dit teken stond het leven van Koning Boudewijn, van wie wij dit jaar afscheid hebben moeten nemen. Zijn boodschap was er een van bemoediging en hoop, en zijn oproep was voor het kwetsbare op te komen. Dat sprak ons allen bijzonder aan. In de wereld om ons heen is de verbondenheid tussen mensen vaak moeilijk terug te vinden.

Binnen de landen, maar ook tussen de landen, zien wij overal het gevaar van een neerwaartse spiraal van steeds minder samenwerking, en de dreiging van ‘eigen volk eerst’ in al haar verschijningsvormen. Wij hebben de plicht daartegen stelling te nemen, ieder naar eigen vermogen. Verbondenheid en inzet beginnen dicht bij huis.

Voor het eerst sinds heel lang stijgt nu ook in Nederland de werkloosheid weer. De situatie is alarmerend. Werk staat dan ook centraal in de voorstellen die de regering vandaag aan U, volksvertegenwoordigers, en aan de samenleving voorlegt. Voor meer werk is een stevig economisch fundament nodig. De investeringen in spoorverbindingen, in wegen en vaarwegen zullen sterk opgevoerd worden. Dat zal de goede positie van Nederland als vestigingsplaats versterken. Onderzoek en ontwikkeling van nieuwe technieken zullen fiscaal gestimuleerd worden; dat bevordert groei en werk.

Investeren in eigen land wordt bevorderd door een grotere ondernemingsvrijstelling in de vermogensbelasting. Maar alleen met investeren in infrastructuur en bedrijven komen wij er niet.

Er moet ook meer gebeuren aan scholing, vooral voor diegenen die moeilijk aan de slag komen. Het leerlingstelsel wordt fors uitgebreid en datzelfde geldt voor werkervaringsplaatsen en banenpools voor met name oudere langdurig werklozen. Met het Jeugdwerkgarantieplan wordt ook voortgegaan. Het zal nu eveneens openstaan voor alle allochtone jongeren. Het is immers beter te werken dan een uitkering te ontvangen. Voor alle burgers staat tegenover het recht op voorzieningen de plicht zich voor werk te scholen.

Investeren is nodig, scholing is nodig; maar er is meer te doen. Overheid en sociale partners mogen er niet in berusten dat zoveel mensen met weinig opleiding en werkervaring of met beperkte mogelijkheden niet aan de slag komen. leder moet zich inspannen, maar dan moet er ook wél een kans op werk zijn. Voor velen is die kans er niet, zolang in tal van bedrijven en instellingen de laagste loonschaal aanzienlijk hoger ligt dan het wettelijk minimumloon. Aan de Sociaal-Economische Raad zal daarom advies gevraagd worden over de mogelijkheid te allen tijde – ongeacht het in CAO’s bepaalde – ook een aantal werknemers tegen het wettelijk minimumloon in dienst te nemen. Het is belangrijk dat eenvoudig werk afgesplitst wordt en dat mensen de mogelijkheid krijgen tegen het minimumloon werkervaring op te doen. Het doorbreken van de starheid van de arbeidsmarkt vraagt voorts om meer deeltijdbanen en verlenging van bedrijfstijd. Daarom is het nodig de regels voor de arbeidstijden te versoepelen. Herziening van het ontslagrecht en meer mogelijkheden voor uitzendbureaus kunnen voor ondernemingen de drempel verlagen om personeel in dienst te nemen. Het algemeen verbindend verklaren van CAO’s schiet zijn doel voorbij voor zover dat het deelnemen aan betaalde arbeid schaadt. Een nadere afweging is dus geboden.

Naast al deze structurele verbeteringen met het oog op meer werk, is het dringend noodzakelijk het loonkostenpeil beter in de hand te houden. Ruim een jaar geleden adviseerde de Sociaal-Economische Raad dat voortaan de lonen niet verhoogd, maar de lasten beheerst moeten worden. Dat advies is door de regering gevolgd. Nadat vervolgens onze concurrentiepositie daarenboven schade ondervond van muntontwaarding in andere Europese landen, is in 1993 in goed overleg tussen regering en sociale partners gekozen voor loonkostenmatiging. Deze kwam echter te traag op gang en bovendien nam de internationale concurrentie – ook uit Azië – verder toe. Algemene salarisverhogingen zijn daarom – na wat er in 1993 gebeurd is – volgend jaar niet verantwoord. De regering spreekt de hoop uit dat de sociale partners voor werk zullen kiezen en de noodzaak van een échte pas op de plaats zullen onderschrijven. Zonodig zal dit bij wet geregeld moeten worden. Dit betekent niet dat salarisverbeteringen zoals periodieken en hogere betaling bij betere geschooldheid geen doorgang mogen vinden. Voor het goed functioneren van de arbeidsmarkt zijn deze juist wél nodig. In het verlengde van de algemene inkomensmatiging zal volgend jaar de zogenaamde inflatiecorrectie niet worden toegepast, overigens op een wijze dat dit slechts effect heeft op het inkomen boven de eerste schijf. Voorgesteld wordt het arbeidskostenforfait aanzienlijk te verhogen. Zo zal voor werkenden in plaats van een algemene loonsverhoging het grotere arbeidskostenforfait ervoor zorgen dat werken meer loont. Alles bijeen is er dan sprake van enige verlaging van de loon- en inkomstenbelasting. Een deel van de hogere inkomsten uit benzine- en dieselaccijns zal hiervoor worden gebruikt. Daarnaast worden ook andere lastenverlichtende maatregelen met het oog op investeren en groei in ons land hieruit betaald. Bij dit geheel is bijzondere aandacht gegeven aan het midden- en kleinbedrijf.

De benzine- en dieselaccijns zullen na de voorgenomen verhogingen in Duitsland en Nederland op ongeveer hetzelfde niveau liggen.

In de afgelopen jaren is met wisselend succes begonnen aan het herijken van ons stelsel van sociale zekerheid en sociale voorzieningen. Kernpunt is steeds weer dat het beter is mensen te activeren tot werk dan hun tekort aan inkomen aan te vullen; juist om de voorzieningen in stand te houden voor hen die erop aangewezen zijn.

Als vervolg op eerdere voorstellen tot wijziging van de Wet op de arbeidsongeschiktheid, de Ziektewet en de Nabestaandenwet worden nu voorstellen gedaan voor de Werkloosheidswet en de Algemene Bijstandswet. Bij de uitvoering van de bijstand zullen de gemeenten een grotere beleidsverantwoordelijkheid krijgen, opdat uitkeringen meer op maat zullen zijn. Bovendien zullen de gemeenten fraude en oneigenlijk gebruik veel actiever gaan bestrijden. Koppeling van bestanden om gegevens te kunnen vergelijken en de toepassing van administratieve sancties zullen hieraan dienstbaar zijn.

Het devies moet steeds zijn: meer werk, en bestrijding van fraude en oneigenlijk gebruik. Dat is ook de rode draad in het recent verschenen rapport van de parlementaire enquêtecommissie inzake de sociale zekerheid. Nu niet omzien met verwijten, maar aan de slag met veranderingen; die boodschap verdient waardering en vraagt om actie ter bescherming van diegenen die het echt nodig hebben. Het economisch klimaat is nog steeds guur. Toch zijn er ook bemoedigende ontwikkelingen. Ondanks de scherpe daling van de groei en van de belastingopbrengst is het tekort van de overheid teruggebracht, zij het nog niet tot het niveau dat in het regeerakkoord voor 1994 ten doel gesteld werd. De norm van 3% van het nationaal produkt die wij onszelf daarna in het Verdrag van Maastricht opgelegd hebben, moet echter over enige jaren bereikt kunnen worden. De rente, zo belangrijk voor bedri’ven en voor investeringen, is sterk gedaald. Door een jarenlang volgehouden beleid van ombuigingen is Nederland financieel meer solide, al noopt de hoge staatsschuld tot voortgaande soberheid in de overheidsuitgaven. Bij de volkshuisvesting zullen overheveling van verantwoordelijkheden naar gemeenten en woningbouwcorporaties, alsmede de verbetering van financidle verhoudingen het mogelijk maken om na 1994 een punt te zetten achter algemene objectsubsidies in de sociale woningbouw. De stadsvernieuwing zal wél worden voortgezet en er kunnen nu ook middelen worden aangewend voor het benutten van duurdere locaties, die uit een oogpunt van ruimtelijke ordening en milieubeleid de voorkeur verdienen.

Ook bij het openbaar vervoer gaan meer investeringen gepaard met minder subsidies. Met decentralisatie naar de vervoerregio’s en met meer zelfstandige bedrijfsvoering door de spoorwegen wordt goede voortgang gemaakt.

De kwaliteit van ons land is nauw verbonden met een actief voortzetten van het milieubeleid. Veel is de afgelopen jaren bereikt: schonere produktie op geschikte plaatsen met betere verwerking van het afval. Het gaat om betrokkenheid en om nieuwe technieken. Milieubeleid is succesvoller naarmate het beter begrepen en breder gedragen wordt. Zo krijgt het in de praktijk gestalte. Heffingen en herschikking van ons fiscaal stelsel zijn daarbij instrumenten om het beleid te ondersteunen.

De evaluatie van het eerste Nationaal Milieubeleidsplan zal laten zien hoeveel er bereikt is en wat ons in het tweede nog te doen staat. Ons land is te mooi om te bederven; daarom streven we naar behoud en ontwikkeling van natuur en landschap, en zorgvuldigheid bij produktie en consumptie. Op dat punt is met bedrijfstakken en doelgroepen een goede samenwerking tot stand gekomen. Op die weg zal worden voortgegaan bij het investeren in duurzame ontwikkeling. Bemoedigend is ook dat verbetering van de verkeersveiligheid mogelijk blijkt. Het menselijk verdriet als gevolg van verkeersongevallen motiveert om door te gaan met de aanscherping van het beleid.

In deze kabinetsperiode is aanzienlijke voortgang gemaakt met de decentralisatie, allereerst naar provincies en gemeenten. Dat proces in de regio’s is nu zo ver voortgeschreden dat het moet komen tot verbetering van de ‘Wet gemeenschappelijke regelingen’ en tot ordening van de gebiedsindeling. Daarnaast wordt aan zeven grootstedelijke gebieden de mogelijkheid geboden een stap verder te gaan. Te beginnen met Rotterdam en omstreken kan gekozen worden voor een eigen grootstedelijke provincie, die dan afgesplitst wordt van Zuid-Holland. Elk van de grootstedelijke gebieden zal op termijn een keus doen of men inderdaad zo ver wil gaan, dan wel er de voorkeur aan geeft tot een andere vorm van toereikende samenwerking te komen.

Behalve aan territorials decentralisatie is er de laatste jaren veel gebeurd aan functionele decentralisatie om burgers en organisaties meer ruimte te geven voor eigen verantwoordelijkheid. Zo zullen het komende jaar decentralisatie en deregulering van het onderwijs nader gestalte krijgen. Scholen zullen hun werk daardoor beter en meer zelf kunnen doen. Goed onderwijs moet het hebben van gemotiveerde onderwijsgevenden. Daarom komen er dan ook meer financiële middelen en krijgen schoolbesturen en schoolleiding meer beleidsverantwoordelijkheid.

Doelmatigheid in het onderwijs vereist een betere verwijzing na de basisvorming, en in het hoger onderwijs de juiste student op de juiste plaats. Dat is te meer van belang daar de komende jaren hogere eisen zullen worden gesteld aan de studievoortgang.

Bij het herijken van onze verzorgingsstaat staan steeds centraal het activeren van burgers en het zorgvuldig beheren van de middelen die de overheid zijn toevertrouwd. Tegelijk wil en moet de overheid schild voor de zwakken zijn en is een verantwoordelijke samenleving nodig om te voorkomen dat mensen van de weg raken of blijvend in een isolement terechtkomen. Het gaat immers om verbondenheid tussen mensen en om opkomen voor het kwetsbare. Daarom moeten behouden blijven: de oudedagsvoorziening voor allen, een bijstand die de armoede weert, een gezondheidszorg die voor ieder betaalbaar blijft. Daarom ook moet voorzien worden in veel meer kansen op werk voor lagergeschoolden. Op de arbeidsmarkt mag het immers niet alleen om de sterken, maar moet het ook om de zwakken gaan. Zelfs dan zullen er in onze samenleving altijd mensen zijn die nooit hebben kunnen werken of uitgeschakeld zullen blijven. Zij hebben er evenzeer recht op in onze verbondenheid te delen.

Een overheid die zuinig moet zijn en dan ter wille van de kwaliteit van de samenleving toch nog veel belastingen en premies van de burgers moet vragen, is gehouden de strijd aan te binden met fraude en oneigenlijk gebruik van voorzieningen. Dat heeft in deze kabinetsperiode dan ook steeds meer gestalte gekregen. Met het terugdringen van veelvoorkomende misdrijven werd reeds eerder een aanvang gemaakt. De betere preventie en de nieuwe vormen van het zogenaamde lik-op-stuk-beleid blijken succes te hebben. De invoering van de identificatieplicht zal tot verdere verbetering leiden.

Na vele jaren van discussie wordt in deze kabinetsperiode door de inspanningen van velen één politie tot stand gebracht. Geloofwaardig en effectief optreden vroeg en vraagt om uitbreiding van de celcapaciteit. Deze komt er dan ook. Maar dit kan niet liet enige antwoord zijn op crimineel gedrag. De zorgelijke ontwikkeling van de misdaad onder jongeren eist een bredere aanpak. Nog dit jaar zal met een experiment worden begonnen waarin jeugdige delinquenten door een strak regime en intensieve begeleiding worden voorbereid op terugkeer in de samenleving. De afgelopen jaren zijn op het terrein van de wetgeving en de versterking van de gehele justitiële keten belangrijke inspanningen verricht en veranderingen in gang gezet. Al met al is er bij de bestrijding van fraude en criminaliteit een omslag in denken en handelen. Er is echter nog veel te doen.

Bestuur en wetgever kunnen met al deze inspanningen ten bate van de burger alleen geloofwaardig blijven als zij voldoende aandacht geven aan de integriteit van het bestuur. Nederland is gelukkig nog geen land van corruptie en gebruik van publiek geld ten eigen bate, en dat moet zo blijven.

Dit najaar zal de Tweede Kamer de balans opmaken van de bestuurlijke en staatkundige vernieuwing, opdat er daadwerkelijke verbetering bereikt wordt. De regering ziet daarnaar uit en heeft haar zienswijze en alle aan haar gevraagde opvattingen daarom tijdig en concreet gegeven.

Bestuurlijke en staatkundige vernieuwing staan ook centraal bij de Toekomstconferentie die thans in en tussen de verschillende delen van het Koninkrijk plaatsvindt. Het Statuut is toe aan renovatie. De jaren negentig stellen ons voor andere problemen dan die van een generatie geleden. Samen antwoord vinden op vragen van goed en verantwoordelijk bestuur, dat is wat er in het belang van alle burgers van het Koninkrijk moet gebeuren.

De stroom van asielzoekers naar ons land is recentelijk toegenomen. Wie recht heeft op asiel moet hier kunnen blijven. Wie dat niet heeft, moet – juist om de werkelijk vervolgden te beschermen – de toegang worden geweigerd. Te lange onduidelijkheid daarover is in strijd met zorgvuldigheid, niet in de laatste plaats tegenover de betrokkenen zelf. Een nieuwe Vreemdelingenwet is daarom nodig gebleken. De criteria voor gezinshereniging werden al eerder dit jaar verduidelijkt.

Is men echter tot ons land toegelaten, dan moet het komen tot spoedige inburgering. Daarom zullen nieuwkomers opgevangen worden en wegwijs gemaakt, waardoor zij snel op eigen benen kunnen staan. Het gaat om elementaire vaardigheden: het leren van Nederlands en van de in onze samenleving geldende regels, waarden, normen en omgangsvormen. Dat vraagt allereerst om inspanningen van de betrokkenen zelf. Het vraagt echter ook om inspanningen van allen in onze samenleving. Daarbij gaat het om méér dan tolerantie, om de ander werkelijk te waarderen. Onze maatschappij moet als kenmerk hebben: vervulling van eigen plichten en respect voor anderen. Wij moeten werken aan een samenleving die talenten benut en daarmee verrijkt wordt.

De belangrijke stroom mensen uit het buitenland, volwassenen en kinderen, eerste en tweede generatie, heeft hoe dan ook een aantal veranderingen in onze samenleving tot gevolg. Meer woningen zijn nodig en zullen gebouwd worden. Er zijn steeds meer jongeren, van wie vele beginnen met een achterstand. Dat vergt veel van het onderwijs en vereist scholing gericht op arbeid. Er zijn meer banen nodig voor laaggeschoolde nieuwkomers op de arbeidsmarkt. Op de gezondheidszorg zal vaker een beroep gedaan worden, maar tegelijk zullen daar ook vele nieuwe medeburgers aan de slag kunnen.

Bij de gezondheidszorg staat de inhoud van de zorg en van het werk voorop. Een voor ieder toegankelijk en betaalbaar stelsel van gezondheidszorg vraagt om vele gemotiveerde werkers. Zorgvuldig omgaan met medische consumptie en voorzieningen is geboden. Beroepsbeoefenaren en verzekeringsmaatschappijen hebben de plicht daaraan alles te doen, en van de burgers mogen meer eigen bijdragen en hogere eigen risico’s gevraagd worden.

Een Nederland dat zichzelf sterk en geloofwaardig toont, dat blijft onze gemeenschappelijke opgave; vorig jaar was dit het thema van de Troonrede. Alleen zo kunnen wij onze opdracht om samen te werken met andere landen en volkeren waarmaken. Er is geen alternatief. In Europa ligt onze toekomst, en ons Europa zal op zijn beurt moeten samenwerken met andere continenten. Dat is niet altijd eenvoudig.

Onze boeren en tuinders ondervinden binnen en buiten Europa scherpe concurrentie. Toch is een open Europa en een internationaal handelsakkoord geboden. De regering wil met allen die werkzaam zijn in landbouw en visserij zorgvuldig naar oplossingen zoeken, of het nu de milieu- of de internationale problematiek betreft.

Datzelfde geldt voor al die bedrijven en werkers die bij verkeer en vervoer op de weg en op het water betrokken zijn. Ook voor hen is het economisch klimaat moeilijk. Dat vraagt om een beleidsaanpak te zamen met de regering, maar dan wel zó dat de gekozen oplossingen ook in het Europa van morgen houdbaar zijn.

Na het verdwijnen van de militaire dreiging van het communisme zijn de verhoudingen op het Europese continent gewijzigd. Onze krijgsmacht is dan ook definitief op weg naar een nieuwe bijdrage aan vrede en veiligheid. Aan U, leden van de Staten-Generaal, zal worden gevraagd in te stemmen met een herziening van de Grondwet, die het mogelijk maakt dat de Nederlandse strijdkrachten over een aantal jaren zullen bestaan uit mannen en vrouwen die op grond van een eigen keuze daar een functie vervullen. Een deel van het huidige defensiepersoneel zal in onze samenleving ander werk moeten gaan doen. Een aantal van hen zal elders bij de overheid aan de slag kunnen, bijvoorbeeld bij de bestrijding van de criminaliteit of in het gevangeniswezen.

Het belang van de vredesoperaties van de Verenigde Naties is sterk toegenomen. Onze militairen, zowel dienstplichtigen als beroeps, doen – van Cambodja tot Bosnië – veel belangrijk werk, dikwijls onder zeer moeilijke omstandigheden. Een woord van waardering en dank aan allen die zich hiervoor inzetten, is op zijn plaats.

Ondanks die inzet is het pijnlijk dat Europa zich zo machteloos toont waar het veiligheid en vrede in ons werelddeel betreft. Ook daarom is het goed dat de strijdkrachten in Europa steeds meer samenwerken. Dit kan de voorwaarden scheppen voor doeltreffend en geloofwaardig optreden in de toekomst. Het Verdrag van Maastricht opent het perspectief voor een gemeenschappelijk veiligheidsbeleid: een sterk en besluitvaardig Europa dat de vrede daadwerkelijk dient en daarmee wezenlijk bijdraagt aan het Atlantisch Bondgenootschap.

Het Verdrag van Maastricht is nu door de parlementen van alle lidstaten aanvaard, maar het echte werk moet nog beginnen. Eén Europa, met behoud van eigen identiteit van de lidstaten bij alle verscheidenheid van cultuur en tradities. Eén Europa, dat economisch herstel stimuleert, met veel investeringen, maar tegelijk met een zorgvuldig uitgavenbeheer. Eén Europa, dat samenwerkt in de internationale organisaties en consequent zijn bijdrage levert aan de mondiale milieu- en ontwikkelingsinspanning.

Ook Nederland ziet toekomst in Europa, maar dan wel een Europa dat zich niet tot een fort ontwikkelt. Integendeel, ons land wil handel en samenwerking met andere continenten, en wij willen dat in het bijzonder met Midden- en Oost-Europa. Voor succesvolle internationale samenwerking kan culturele uitwisseling niet gemist worden. Een bloeiend kunstleven in ons eigen land is daartoe de beste voorwaarde.

Leden van de Staten-Generaal,

De beleidsnota die U ter zake van ontwikkelingssamenwerking enkele jaren geleden werd aangeboden, droeg de titel ‘Een wereld van verschil’. De nota die U thans wordt aangeboden heet ‘Een wereld in geschil’. Dat is veelzeggend. Internationale samenwerking is geboden. Dat vraagt niet alleen om een bredere norm voor internationale samenwerking, het vraagt ook om een hernieuwde en vergrote inspanning om conflicten op te lossen en te voorkomen, opdat deze eeuw niet eindigt zoals ze begon, namelijk in verdeeldheid.

Bij alle zorgen past respect en dankbaarheid voor de doorbraak naar vrede in het Midden-Oosten, een teken van hoop en bemoediging.

Verbondenheid tussen mensen en voor het kwetsbare opkomen, daar gaat het om. De regering is dankbaar voor de medewerking die zij deze kabinetsperiode van U, volksvertegenwoordigers, kreeg. Het was niet altijd gemakkelijk, maar het was wel altijd de moeite waard. De regering hoopt en vertrouwt ook dit jaar op Uw medewerking. Er is nog veel werk te doen en er is geen tijd te verliezen.

Van harte wens ik U toe dat Gods zegen op Uw werk rust.

Troonrede 15 september 1992

Leden van de Staten-Generaal,

Beelden van geweld, honger, racisme en verwaarlozing van het milieu bereiken ons iedere dag. Zij laten ons niet onberoerd. Ons antwoord moet tweeledig zijn: hulp en internationale actie, maar ook zorg dragen voor het behoud van onze eigen rechtsstaat en voor de kracht van onze economie. Een Nederland dat zich sterk en geloofwaardig toont; dat is de opdracht.

In het voormalige Joegoslavië gaat de uitbarsting van etnische spanningen gepaard met onnoemelijk leed. Onze regering tracht samen met andere landen de oorlogstoestand te beëindigen en een oplossing van het conflict tot stand te brengen. Daarnaast ziet zij het als haar taak in onze samenleving onderdak te bieden aan vluchtelingen en verdrevenen. Waardering past voor de inspanningen van velen daarbij. Behalve de opvang hier te lande wordt nu ook hulp geboden bij de opvang in kampen ginds. Zo wordt getracht in deze nood de hand te reiken. In Somalië leven vele mensen op de rand van de hongerdood. Afrika bezuiden de Sahara wordt door droogte geteisterd. Duizenden zijn al omgekomen. De vluchtelingenstromen die het gevolg zijn van honger en geweld vormen een extra opgave. Wereldwijd zijn hulpacties op gang gekomen, waaraan ook Nederlandse burgers ruimhartig bijdragen.

Bij veel ellende zijn er ook positieve ontwikkelingen. In Afrika en elders ter wereld groeit het inzicht dat democratie, mensenrechten en duurzame ontwikkeling nauw met elkaar samenhangen. In een toenemend aantal landen worden daaruit ook politieke consequenties getrokken.

In de voormalige Sovjet-Unie en in het uiteengevallen Joegoslavië zijn oude binnengrenzen in korte tijd veranderd in buitengrenzen. Als reactie op een in het verleden vaak afgedwongen eenheid zijn er nu veel meer onafhankelijke landen in Midden- en Oost-Europa. De regering spreekt de wens uit dat landen en volkeren in vrijheid leven, maar ook dat zij over grenzen heen samenwerken. Met het einde van de koude oorlog heeft ook de discussie over veiligheid een andere inhoud gekregen; de massale militaire dreiging heeft plaats gemaakt voor lokale conflicten.

Door het wegvallen van de Oost-West-tegenstelling is de politieke rol van de Verenigde Naties in de beslechting van conflicten toegenomen en wordt op de lidstaten vaker een beroep gedaan om troepen uit te zenden voor vredesoperaties. Zo wordt op basis van het oordeel van de internationals volkerengemeenschap militaire macht ingezet om spanningen niet te laten ontaarden in gewelddadige conflicten, om agressie te beteugelen en om bescherming te bieden bij humanitaire acties.

Ook Nederland levert zijn bijdrage aan de VN-vredesoperaties. Tegelijkertijd weegt de verantwoordelijkheid voor de veiligheid van de uitgezonden militairen zwaar. Onze gedachten gaan dan ook uit naar de mannen en vrouwen die onder moeilijke omstandigheden deelnemen aan vredes- en hulpoperaties in verschillende delen van de wereld.

De Conferentie voor Veiligheid en Samenwerking in Europa heeft op voorstel van Nederland besloten dat zij voor vredesoperaties de hulp kan inroepen van de NAVO of de Westeuropese Unie. Ook is het Nederlandse voorstel aanvaard om een hoge commissaris voor nationale minderheden te benoemen. Deze zal als taak hebben in geval van dreigende conflicten bij te dragen aan vreedzame oplossingen, en partijen af te houden van het gebruik van geweld.

Bij een andere wereld hoort een andere defensie. Met behoud van de onmisbare band met de Verenigde Staten en de NAVO zullen de defensieplannen moeten worden herzien. Eind van dit jaar zal de regering u hierover voorstellen doen. Ook de visie van de regering op de toekomst van de dienstplicht zal daarin verwerkt zijn.

Reeds in 1987 werd onder het devies ‘Europa 1992’ afgesproken voor het eind van dit jaar tot één markt te komen. De lidstaten van de Europese Gemeenschap toonden zich sterk. Welvaart en werkgelegenheid namen toe. Het was eveneens van betekenis voor de omwentelingen in Midden- en Oost-Europa; terwijl landen als Oostenrijk, Zweden en Finland nu ook willen toetreden tot de Gemeenschap. Met het Verdrag van Maastricht, dat aan de Staten-Generaal ter goedkeuring is voorgelegd, wordt nu een volgende logische stap gezet. In een Europa zonder grenzen is het belangrijk geleidelijk naar één munt te groeien, tot één doeltreffend milieubeleid te komen en het optreden tegen de georganiseerde criminaliteit te bundelen.

De omvang en welvaart van ons Europa zonder grenzen verplicht tot een gemeenschappelijk buitenlands en veiligheidsbeleid. Dat zelfde geldt voor het toelatingsbeleid, zowel met betrekking tot degenen die op grond van gezinshereniging naar ons Europa komen als voor asielzoekers en vluchtelingen. Bij alle noodzaak tot een gemeenschappelijke aanpak van bepaalde vraagstukken is in Maastricht nadrukkelijk afgesproken dat Europese besluitvorming slechts daar van toepassing is waar het echt nodig is. Maar één ding is zeker: in Europa ligt onze toekomst, en daarin zullen wij ons als Nederlanders sterk en geloofwaardig tonen met onze eigen identiteit. Het Verdrag van Maastricht geeft daar ook alle ruimte voor. Aanstaande zondag zal in Frankrijk een referendum worden gehouden. Laat vanuit hier de wens en het vertrouwen uitgesproken worden dat het ‘ja’ zal klinken, opdat Frankrijk en Nederland, ieder met behoud van eigen tradities en waarden, zij aan zij, met de andere lidstaten, Europa verder gestalte zullen geven.

Tijdens het bezoek van de president van Suriname is besloten de bestaande bijzondere banden te verbreden en te verdiepen. Dit is vastgelegd in het Raamverdrag inzake Vriendschap en Nauwere Samenwerking. Daarbij is de samenhang tussen enerzijds democratie en rechtsstaat en anderzijds gezonde economische ontwikkeling van wezenlijk belang.

Een sterk Nederland vraagt investeren in werkgelegenheid; alleen dan zijn waardevolle collectieve voorzieningen houdbaar. Dat vergt voortzetting van het herstel van evenwicht in de overheidsfinanciën, en versterking van de structuur van de economie. De hardnekkigheid van de internationals inzinking geeft in ons land des te meer aanleiding om vast te houden aan de uitgezette koers. In overeenstemming met het regeerakkoord wordt het financieringstekort volgend jaar verder teruggebracht. Ondanks enkele belastingverzwaringen daalt de collectievelastendruk als geheel. Deze positieve ontwikkelingen zijn mede mogelijk gemaakt door een even noodzakelijke als stringente uitgavenbeheersing, waarbij ombuigingen onontkoombaar waren en zijn. Het één kan niet zonder het ander. De werkgelegenheid in ons land groeit nog steeds. De doelstelling ‘400.000 mensen meer aan de slag in deze kabinetsperiode’ komt binnen bereik. Toch zijn er nog te weinig mensen met een baan, en te veel met een uitkering. Om de werkgelegenheid verder te laten groeien moet de inflatie worden bestreden. Daarom is voorgesteld de BTW te verlagen, en vinden enkele eerder voorziene lastenverzwarende maatregelen geen doorgang.

De koopkracht wordt beschermd voor hen die op het sociaal minimum aangewezen zijn, terwijl werken toch meer lonend wordt. Zo wordt ook voor de sociale partners de ruimte geschapen en de basis gelegd om in goed overleg de lonen te matigen. Gezien de scherpe internationals concurrentie en de in veel landen stijgende werkloosheid is dit te meer noodzakelijk. Behalve loonmatiging en een beter functioneren van de arbeidsmarkt zijn ook van belang de wetsvoorstellen die betrekking hebben op het verder terugdringen van ziekteverzuim en arbeidsongeschiktheid, en op een betere uitvoering van de sociale zekerheid. Zo kunnen de sociale premies dalen en ook dat is voor de werkgelegenheid belangrijk.

Voor een sterk Nederland en het behoud van onze welvaart zijn industriële activiteiten van vitaal belang. Evenals een goed economisch klimaat en een goed opgeleide beroepsbevolking is een effectief beleid nodig voor de bescherming en versterking van het industriële draagvlak. De ontwikkeling en toepassing van nieuwe technologie zijn hierbij essentieel, voor het midden- en kleinbedrijf niet minder dan voor de grote bedrijven. Aan investeringen in economische infrastructuur zal hoge prioriteit worden gegeven. Ter ondersteuning hiervan wordt de instelling van een Aardgasbatenfonds voorzien.

Dit is onder meer van betekenis voor de ontwikkeling van Nederland als toegangspoort tot Europa. De toekomst van de haven van Rotterdam en van de luchthaven Schiphol vraagt om belangrijke beslissingen. In samenhang hiermee zullen ook nadere voorstellen gedaan worden voor de aansluiting van ons land op het Europese Hogesnelheidsnet en met betrekking tot de Betuwelijn. Het beleid ter zake van de mobiliteit heeft effect. Het privé-autogebruik groeit minder, het gebruik van het openbaar vervoer neemt toe. Een goede voortgang van het infrastructuurplan Rail 21 is daarom van groot belang. Voorstellen om de Nederlandse Spoorwegen grotere zelfstandigheid te geven, zullen U dit najaar bereiken. Om de concurrentiepositie van de zeescheepvaart onder Nederlandse vlag te versterken, heeft de regering besloten tot een gericht pakket van maatregelen.

Voor een sterk Nederland is goed onderwijs van wezenlijk belang. Aan de voorbereiding op leven en werken in onze moderne maatschappij worden hoge eisen gesteld. Het onderwijs moet daarvoor een brede basis leggen. De invoering van basisvorming stelt het onderwijs daartoe beter in staat. Hierbij is ervoor gekozen de uitwerking bij de scholen zelf te laten. Deze moeten ook samenwerken met het oog op de ontplooiing van het broodnodige en gelukkig weer groeiende beroepsonderwijs. Het woord is nu, na een lange politieke en maatschappelijke discussie, aan de scholen.

Het beroep van leraar is voor de samenleving uiterst belangrijk. Het is zorgwekkend dat de begetting van functies in het onderwijs in toenemende mate knelpunten te zien geeft. Voor jongeren is lesgeven te weinig aantrekkelijk. De regering stelde reeds eerder extra middelen voor de salarissen van leerkrachten beschikbaar. De komende jaren wordt opnieuw extra geld uitgetrokken om de arbeidsvoorwaarden in basis- en voortgezet onderwijs en in het middelbaar beroepsonderwijs selectief te verbeteren. Met de betrokkenen zal overleg worden gevoerd over de precieze invulling.

Wetgeving met het doel het hoger onderwijs meer ruimte te geven om zélf dit onderwijs in te richten, is in een vergevorderd stadium. De Adviesraad Onderwijs is gevraagd zijn visie te geven op de samenwerking tussen hogescholen en universiteiten. Met de betrokken instellingen zal reeds dit najaar overleg gepleegd worden.

Naar de regering hoopt zal in 1993 de ‘Algemene Wet Gelijke Behandeling’ in werking treden. Deze wet verbiedt discriminatie en geeft aan mensen die zich gediscrimineerd voelen, de mogelijkheid zich tot een Commissie Gelijke Behandeling te wenden. De uitwerking van artikel 1 van onze Grondwet is van fundamentele betekenis voor allen die hier leven.

Ook voor minderheden is deze wet van groot belang. Voor hen is naast gelijke behandeling onderwijs een essentiële voorwaarde om hun plaats te vinden in onze samenleving. De regering stelt extra geld beschikbaar, opdat meer mensen de cursus ‘Nederlands als tweede taal’ kunnen volgen. Dit is slechts één van de initiatieven die uitnodigen tot eigen inspanning van de minderheden.

Ondanks de forse werkgelegenheidsgroei in de afgelopen jaren is het percentage niet-werkenden onder de minderheden nog altijd driemaal zo hoog als het gemiddelde. De arbeidsvoorzieningsorganisatie schenkt daaraan terecht veel aandacht. Daarenboven vragen initiatieven van het bedrijfsleven teneinde arbeidsdeelname van allochtonen te bevorderen om wettelijke ondersteuning. Behalve van de sociale partners en van de overheid wordt ook van de minderheden zelf en van hun organisaties een actieve bijdrage verwacht.

Succesvolle integratie en verbetering van de kansen van zwakke groepen op de arbeidsmarkt vragen ook om een strak beleid met betrekking tot de toestroom naar ons land. De voorgenomen wijziging van de Wet Arbeid Buitenlandse Werknemers en de daarbij behorende nota over illegale tewerkstelling moeten mede in dit licht worden bezien. De regels voor gezinshereniging vragen om zorgvuldige toepassing en, waar het asielzoekers betreft, is een humaan maar restrictief toelatingsbeleid, met snelle beslissingen ter zake, geboden.

Sociale zekerheid en goede sociale voorzieningen zijn in onze rechtsstaat belangrijk. Het draagvlak hiervoor is bij de bevolking onverminderd aanwezig, maar kan slechts behouden blijven indien ervoor wordt gezorgd dat belastingen en premies correct worden betaald en dat subsidies en uitkeringen op de juiste plaats terechtkomen. Het bestrijden van fraude en oneigenlijk gebruik zal dan ook geintensiveerd worden.

Naast het voorkómen van fraude zullen wij in ons land waakzaam moeten zijn tegen de georganiseerde misdaad. Criminele organisaties vormen een reëel gevaar doordat zij met hun grote financiële en technische mogelijkheden in de samenleving infiltreren. Justitie, politie en openbaar bestuur zullen zich gezamenlijk moeten inspannen om dit kwaad te bestrijden. Bovendien is een goede samenwerking met diensten in het buitenland van groot belang. Met het Verdrag van Schengen wordt de uitwisseling van gegevens vergemakkelijkt. In Maastricht is tot de oprichting van Europol besloten. Dit instituut zal in de Europese Gemeenschap van grote betekenis zijn bij de bestrijding van de georganiseerde internationale criminaliteit.

De reorganisatie van de politie moet in 1993 haar beslag krijgen. De grote inzet van korpsbeheerders en politiemensen heeft het mogelijk gemaakt dat in betrekkelijk korte tijd al veel is bereikt.

Toename van de criminaliteit leidt tot steeds meer overlast voor de burger en gevoelens van onveiligheid. Vooral de stijging van het aantal geweldsdelicten baart zorg. Bij alle aandacht voor de preventie blijft beschikbaarheid van voldoende cellen noodzakelijk. Daarom zal de capaciteit van het gevangeniswezen nog eens extra worden verbeterd en uitgebreid.

Met het proces van vernieuwing van de bestuurlijke organisatie wordt goede voortgang geboekt. Een essentieel onderdeel daarvan vormt een omvangrijk pakket voorstellen voor decentralisatie van taken, verantwoordelijkheden en financiële middelen. Met de gemeenten is daarover inmiddels overeenstemming bereikt.

Op het terrein van de volkshuisvesting krijgen decentralisatie en bestuurlijke vernieuwing verder gestalte. Zo zal een groot aantal gemeenten zijn inspanningen in regionale verbanden gaan bundelen. Verder worden de woningbouwcorporaties onafhankelijker van het Rijk en de gemeenten.

Decentralisatie is ook belangrijk om sociale vernieuwing bestuurlijk inhoud te geven. Bovendien is een aparte stimuleringswet in voorbereiding. De Rijksoverheid blijft impulsen geven aan vernieuwing en kwaliteitsverbetering van het welzijnswerk. De gemeenten geven samen met maatschappelijke organisaties en andere betrokkenen invulling aan de sociale vernieuwing.

Veel vrijwilligers zorgen voor een grote betrokkenheid. Door een betere organisatie en afstemming zien ook jongeren vrijwilligerswerk steeds meer als een zinvolle uitdaging. In welzijnswerk en daarbuiten krijgt de sociale vemieuwing langzaam maar zeker vorm. Zo houdt de arbeidsbemiddeling steeds meer rekening met individuele omstandigheden en zet mensen ertoe aan zich zélf in te spannen; in de gezondheidszorg krijgt eigen verantwoordelijkheid een plaats; onderwijs en volwasseneneducatie bieden niet alleen kansen, maar men wordt er ook op aangesproken deze te benutten. Sociale zekerheid en voorzieningen beschermen niet alleen mensen, maar stimuleren ook, waar mogelijk, tot werk of andere activiteit. 1993 is in Europa uitgeroepen tot het Jaar van de Ouderen. In een speciaal op te richten Nationaal Comité zullen jong en oud samen activiteiten ontplooien om de belangrijke rol van ouderen in onze maatschappij te onderstrepen.

In ons land bestaat brede overeenstemming over de wenselijkheid van een goede gezondheidszorg die voor ieder toegankelijk en betaalbaar blijft. Individuele beroepsbeoefenaars, instellingen en verzekeraars, en ook de burgers dienen eigen verantwoordelijkheden te krijgen en te nemen. Nù investeren in bestuurlijke en financiële vernieuwing betekent op iets langer zicht voldoende ruimte voor zorgvernieuwing, voor uitbreiding waar nodig èn voor een stevig draagvlak. Dat is te meer geboden, gegeven de druk die voortvloeit uit de toenemende vergrijzing en uit ontwikkelingen in de medische technologie zelf. Adviezen van de Gezondheidsraad en van de Commissie-Dunning zullen nu in praktijk gebracht moeten worden.

Daarop zal het komend jaar het overleg, ook met u, volksvertegenwoordigers, in het bijzonder gericht zijn. Zo wil de regering bevorderen dat er bewust keuzen worden gemaakt in de gezondheidszorg. De groei in de vraag noopt ertoe meer nadruk te leggen op preventie, doelmatigheid en op de eigen verantwoordelijkheid van alle betrokkenen. Het bewust kiezen vraagt ook om inhoudelijke verdieping van het publieke debat over ethische vraagstukken in de zorg.

De bereidheid en de wil om te investeren in de toekomst zal ook tot uitdrukking worden gebracht op het gebied van de cultuur: in de zorg voor het cultureel erfgoed en in de ondersteuning van de actuele kunst- en cultuurbeoefening. Bij alle aandacht voor de materiele aspecten van het bestaan, is het voor onze samenleving van vitaal belang ook oog te hebben voor de culturele waarden. De verruiming van het voorstellings- en inlevingsvermogen van kinderen door het lezen van boeken is daarbij evenzeer van betekenis als de confrontatie met de hoogtepunten van de cultuurschepping, bijvoorbeeld in onze musea.

Binnen het budget voor cultuur zal extra aandacht worden geschonken aan architectuur, vormgeving en film: uitingen waarvan grote delen van de bevolking bijna dagelijks kennis nemen.

In het Structuurschema Groene Ruimte worden voorstellen gedaan voor een beter geïntegreerde aanpak van het natuur- en landbouwbeleid. Teneinde sneller over financiële middelen te beschikken om het landelijk gebied zo groen mogelijk te houden en waardevolle natuurgebieden te beschermen, wordt gewerkt aan het oprichten van een Groenfonds.

Een effectief landbouwmilieubeleid vereist een breed draagvlak. Daarom is het verheugend dat agrariërs steeds meer bereid blijken hun verantwoordelijkheid te nemen. Budgetbeheersing en handelspolitieke redenen hebben een aanpassing van het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid noodzakelijk gemaakt. Daarbij blijft een redelijke inkomensontwikkeling mogelijk voor hen die in de landbouw werken, terwijl tegelijk een belangrijke bijdrage aan een succesvolle afsluiting van de wereldhandelsbesprekingen is geleverd.

Milieu en ontwikkeling was het thema dat honderd tachtig landen, arm en rijk, enkele maanden geleden bijeenbracht in Rio de Janeiro.

Uitdrukkelijk is daar de samenhang tussen het milieuvraagstuk en ontwikkeling vastgelegd; duurzame groei. De rijke landen moeten daarom zoeken naar andere vormen van produktie en consumptie. Tevens moeten financiële middelen en technieken beschikbaar komen voor de armere landen, opdat daar bij de bestrijding van armoede en de groei naar welvaart met het milieu rekening gehouden gaat worden. Ook voor ons land is duurzame ontwikkeling geen vrijblijvende opdracht. Wij zullen ons aandeel in de wereldwijde belasting van het milieu moeten verminderen. Intussen wordt door bedrijven, burgers en overheid al hard gewerkt om de kwaliteit van het milieu te verbeteren. Producenten accepteren hun eigen verantwoordelijkheid door produkten in het afvalstadium terug te nemen en overbodige verpakkingen terug te dringen. Steeds meer vindt gescheiden inzameling van afval plaats. Op korte terrain zullen de eerste produkten voorzien van een milieukeur verschijnen, en zal een logo worden ingevoerd voor klein chemisch afval. Zo kan de consument rekening houden met milieuaspecten en zelf zijn bijdrage leveren.

De bestuurlijke en financiële situatie in de Nederlandse Antillen en Aruba baart zorg. De Koninkrijksregering is van oordeel dat bij de aanpak daarvan de rijksdelen moeten samenwerken. Veel wordt gevergd van de regeringen van de Nederlandse Antillen en van Aruba om wezenlijke en blijvende verbeteringen tot stand te brengen. Het beleid van Nederland is erop gericht deze inspanningen te steunen.

Leden van de Staten-Generaal,

Internationaal zijn de politieke en economische ontwikkelingen zorgelijk. Dat verscherpt in ons land de noodzaak tot gezamenlijke beleidsinspanningen. Alleen dan kunnen wij de uitdagingen aan waarvoor Nederland zich gesteld ziet.

Van harte wens ik u toe dat Gods zegen op uw werk rust.

Troonrede 17 september 1991

Leden van de Staten-Generaal,

1992 wordt geen gemakkelijk jaar, internationaal noch nationaal. Onze economie krijgt nu te maken met een terugslag zoals die zich eerder in andere landen heeft voorgedaan. Hierdoor dreigt na een aantal goede jaren de werkloosheid weer op te lopen.

Daarom moeten behoud en groei van werkgelegenheid vooropstaan. Dit zowel om ons te weer te stellen tegen de terugslag nu, als om daarna het internationaal economisch herstel zo goed mogelijk te benutten.

Deze koers is te meer geboden omdat in ons land het aantal mensen voor wie werk beschikbaar moet zijn, nog vele jaren duidelijk zal blijven groeien. Meer vrouwen willen tot de arbeidsmarkt toetreden. Meer mensen die nu nog op een uitkering aan gewezen zijn moeten aan de slag. Bovendien neemt de migratie naar ons land toe door de voortgaande gezinshereniging en door degenen die hier asiel zoeken en krijgen.

De bijzondere aandacht die de regering daarom vraagt voor de groei van de werkge legenheid, kan niet los gezien worden van andere belangrijke doeleinden: het in stand houden van het draagvlak voor gemeenschapsvoorzieningen, het behoud en herstel van het milieu en het nakomen van onze internationale verplichtingen. Reeds bij zijn aantreden heeft het kabinet de samenhang in deze doeleinden onderstreept. Doeitreffend beleid vraagt om bestuurlijke en sociale vernieuwing, om een beleid dat zo dicht mogelijk bij de burger staat, om een samenleving die gekenmerkt wordt door persoonlijk beleefde en samen gedeelde verantwoordelijkheid en door een nieuw evenwicht van rechten en plichten.

Werken aan de kwaliteit van het bestaan en investeren in de toekomst is niet eenvoudig. Heel begrijpelijk is immers het verlangen nu niet lastig gevallen te worden met de zorg voor morgen. Heel begrijpelijk is eveneens het verzet tegen verandering van wetten, regelingen en voorzieningen als groepen burgers daarvan ook nadelen zullen ondervinden. Toch wil en kan de regering niet anders dan kiezen voor de toe komst. Dat moet wel een gezamenlijke toekomst zijn, gebaseerd op verbondenheid. Ook in moeilijke tijden moet het kiezen voor duurzame en houdbare ontwikkeling of het nu het milieu of de samenleving betreft – voorop blijven staan, al vraagt dit om pijnlijke keuzen.

Met het oog op de werkgelegenheid en het ook bij lage groei in stand houden van gemeenschapsvoorzieningen moet werk boven inkomen gaan. De regering kiest daarom in 1992 voor een duidelijke lijn voor de inkomens waarvoor zij de verantwoordelijkheid draagt.

Concreet stelt zij voor de uitkeringen met drie procent te verhogen, geen inflatiecorrectie toe te passen voor de hogere inkomens, en de belastingvrije voet te verhogen. Op die wijze stijgt de netto-minimumuitkering – in guldens dus – met meer dan drie procent. Bovendien wordt het arbeidskostenforfait verhoogd. Door deze maatregele wordt het doei van de inkomensmatiging gediend – er blijft immers netto meer over – en wordt een bijdrage geleverd aan het beter functioneren van de arbeidsmarkt: werken loont dan méér.

De verantwoordelijkheid voor de inkomens in de marktsector ligt overigens bij de sociale partners. Echter, ook daar behoort de verantwoordelijkheid voor behoud en groei van werkgelegenheid, alsmede het belang van het milieu en de gemeenschapsvoorzieningen zwaar te wegen. Voor haar eigen werknemers en voor anderen die werken in de collectieve sector stelt de regering een loonstijging voor van eveneens drie procent. Als dit voorbeeld breed navolging krijgt, kunnen werkgelegenheid en solidariteit in 1992 voorrang krijgen en zal het mogelijk zijn de prijsstijging te beperken.

Het beleid van arbeidskostenmatiging kan niet los gezien worden van het totale regeringsbeleid, zoals bij de Tussenbalans is uiteengezet. Bij die gelegenheid is de koers bepaald naar minder overheidssubsidies en soberheid in de overheidsuitgaven. Dit is hard nodig. De staatsschuld neemt nog steeds fors toe. Het voor deze kabinetsperiode gestelde doel dat de staatsschuld als percentage van het nationaal inkomen niet langer groeit, wordt gelukkig wél bereikt. De rentelasten die over de staatsschuld betaald moeten worden, stijgen echter nog.

De internationale rente-ontwikkeling valt immers tegen en blijft onverminderd hoog, hetgeen betekent dat de ruimte voor andere overheidsuitgaven buitengewoon krap is. Dit te meer omdat ook de internationale ontwikkelingen – de Derde Wereld, Centraal- en Oost-Europa en vredesoperaties – van ons land meer inspanningen vergen. Nationaal moet de rijksoverheid zich bezinnen op haar taken en de daarvoor benodigde middelen.

Zowel om principiële redenen – de politiek dichter bij de burger – als om praktische redenen – het moet doelmatiger – wil de regering tal van taken decentraliseren. Rijk, provincies en gemeenten hebben dit samen ter hand genomen. Wil dit proces van decentralisatie slagen, dan moet het gepaard gaan met minder regelgeving door het Rijk.

In aansluiting hierop wordt hard gewerkt aan een andere vorm van bestuurlijke vernieuwing: Grote Efficiency. De rijksoverheid moet zich richten op kerntaken. Bovendien wordt bezien of bepaalde diensten niet te veel zijn gegroeid en of er dubbel werk wordt verricht. Door deze aanpak van gericht-minder-uitgeven kan bij de taakvervulling door de overheid kwaliteit centraal staan en toch de noodzakelijke soberheid bij het geheel van de rijksuitgaven in acht worden genomen. Alleen zo is het mogelijk de bij het regeerakkoord bewust gekozen prioriteiten te blijven realiseren.

Bestuurlijke vernieuwing en structurele verbeteringen in het maatschappelijk bestel, dat is wat de regering bij U, volksvertegenwoordigers, wil bepleiten.

Het bestuur in stedelijke gebieden moet versterkt worden om ruimtelijke problemen op te lossen en daardoor economische kansen beter te kunnen benutten. Daartoe zal U een voorstel bereiken.

Op het terrein van de herziening van de belastingen acht de regering de voorstellen van de Commissie-Stevens van groot belang. Zij wil advies vragen over de mogelijkheid deze voorstellen op korte termijn integraal in te dienen.

In de gezondheidszorg wordt gestreefd naar een basisvoorziening voor iedereen, met daarbij keuzemogelijkheden waarvoor de burger zich wel of niet wil verzekeren. Het gaat om een voor ieder toegankelijke maar ook betaalbare gezondheidszorg. In de volkshuisvesting vindt in het kader van een nieuwe verdeling van verantwoordelijkheden een belangrijke decentralisatie plaats riaar provincies en gemeenten. Daarnaast zal een besluit tot verzelfstandiging van de woningcorporaties worden afgerond. Naar verwachting kan volgend jaar de zes miljoenste woning in gebruik worden genomen. Het eigen woningbezit stijgt gestaag. De sociale huursector en de individuele huursubsidie worden steeds meer gereserveerd voor hen die er echt op aangewezen zijn.

Het onderwijs heeft een klassieke taak bij het toerusten van de burgers voor het leven. Dit krijgt nu nieuw relief door de grote aantallen landgenoten die niet in Nederland geboren zijn, en hun kinderen.

Basisvorming is belangrijk voor een ieder. Voor degenen die verdere opleiding kunnen volgen, geldt evenzeer het recht op toegang tot dat vervolgonderwijs alsook de plicht daar een goed gebruik van te maken. De kwaliteit moet verder worden verbeterd. In dat verband is het nodig dat ouders van kinderen boven de leerplichtige leeftijd naar de mate van hun inkomen meer meebetalen aan het onderwijs. De regering beseft hoe zwaar het onderwijsveld het in alle geledingen heeft en hecht daarom zowel aan de verbetering van de positie van de leerkrachten als aan het stimuleren van samenwerking en goede afstemming binnen het onderwijs.

Kunst en cultuur gedijen in Nederland. Behoud van ons culturele erfgoed en het ondersteunen van kwalitatief hoogwaardig nieuw aanbod zijn te meer van betekenis om in het integrerend Europa onze eigen identiteit inhoud te geven. Met het oog daarop wordt een cultuurnota voorbereid.

Voor het behoud van de positie van ons land is het ook nodig te investeren in infrastructuur. Een goede, aan internationale eisen aangepaste infrastructuur is immers van levensbelang voor onze economie. Rail 21 is definitief gestart; over de hogesnelheidslijn zullen in het komend jaar besluiten moeten vallen. Ook kunt U de eerste nota over de Betuwelijn verwachten.

Om de te lange planperiode voor nieuwe infrastructuur te stroomlijnen en in te perken, komt er een wetsvoorstel voor een nieuwe Tracéwet, die de lengte van de procedures met de helft bekort, overigens zonder de rechten van de burgers wezenlijk aan te tasten. Dit is allereerst van belang voor grote nieuwe projecten, waarbij voor private financiering meer plaats zal worden ingeruimd, maar evenzeer om knelpunten uit ons wegennet te halen, achterlandverbindingen te verbeteren en gevaarlijke routes aan te passen.

Voor het gewijzigde verkeers- en vervoersbeleid is inmiddels een breder draagvlak ontstaan; de eerste resultaten tekenen zich af. De groei van het openbaar vervoer is onmiskenbaar en de automobiliteit groeit minder hard dan in vorige jaren. Ook is in de eerste helft van dit jaar het aantal verkeersslachtoffers afgenomen, al is elk slachtoffer er één te veel. Het streven is erop gericht in Europees verband te komen tot een regeling voor snelheidsbegrenzers op vrachtwagens en bussen.

Op het terrein van de bestrijding van de criminaliteit blijven extra inspanningen nodig; in het bijzonder de agressieve criminaliteit baart zorg. Maar ook de handhaving van de milieuwetgeving en van de sociale-zekerheidswetgeving vraagt meer inspanningen van Justitie.

Het algemeen wetgevingsbeleid richt zich op een selectieve inzet van wetgeving en op ruimte voor burgers en instellingen om in eigen aangelegenheden zelf aan hun verantwoordelijkheid vorm en inhoud te geven.

Over de mogelijkheden van convenanten als alternatief voor wetgeving zal de regering in het komend jaar haar standpunt bepalen. Om meer politie op straat te kunnen hebben en beter bereikbaar te doen zijn, wil de regering het mogelijk maken dat bij de politie wachtpersoneel met beperkte opleiding kan worden aangesteld. Op het gebied van de jeugdbescherming zijn diverse maatregelen ter verbetering van de doelmatigheid in voorbereiding. Zo wordt gewerkt aan een reorganisatie waarbij de reclasseringsstichtingen, de instellingen voor voogdij en de raden voor de kinderbescherming betrokken zullen zijn.

De toenemende migratie vraagt om een integrale benadering van de vreemdelingenproblematiek door een internationals aanpak van de migratiestromen, een vereenvoudiging en versnelling van de procedures en een meer consistent handhavingsbeleid. Daartoe zijn voorstellen gedaan. Tegelijkertijd zal de rechtspositie van de legaal in Nederland verblijvende vreemdelingen worden versterkt.

Al de noodzakelijke voorzieningen en investeringen vragen om een groeiend economisch draagvlak om dit alles te kunnen betalen. De verhouding tussen het aantal werkenden en hen die een uitkering ontvangen is echter uit het lood. Dit is ook een fundamentele overweging die ten grondslag ligt aan de voorstellen om het ziekteverzuim en het beroep op de arbeidsongeschiktheidsregelingen terug te dringen. De kern van deze voorstellen is bedrijven en instellingen ertoe te brengen aan arbeidsongeschikten veel meer kansen te geven dan tot nu toe, zonodig in ander werk. Het gaat er dus om meer mensen aan de slag te houden, en nieuwe mogelijkheden te bieden aan die arbeidsongeschikten die nog wel enig werk kunnen verrichten. Dat geldt in het bijzonder voor diegenen die tot hun pensioen nog tientallen jaren te gaan hebben; dit is belangrijk voor de samenleving, maar ook voor vele betrokkenen die zo een betere positie en een beter inkomen zullen verwerven dan wanneer zij blijvend op alleen een uitkering aangewezen zijn. Om dit beleid doeltreffend te maken, is gekozen voor een benadering waarin de uitkering niet alleen aan het laatst verdiende loon maar ook aan de leeftijd gebonden zal zijn. In de toekomst bouwt men boven de voor ieder altijd geldende Algemene Arbeidsongeschiktheidswet meer rechten op naarmate men ouder is.

Dit betekent dat het verschil tussen vroeg-gehandicapten en hen die al arbeidsongeschikt worden nadat zij pas relatief korte tijd gewerkt hebben, beperkt zal zijn. Anderzijds-krijgen ouderen een ultkering waarbij meer rekening gehouden wordt met het verdiende salaris. Bij de uitwerking van deze voorstellen gaat de regering uit van lange overgangstermijnen, waarbij zij die thans vijftig jaar of ouder zijn geen enkel nadeel ondervinden, en zij die nu jonger dan vijftig jaar zijn hun uitkering, althans in guldens, niet achteruit zien gaan.

De soberheid bij de overheidsuitgaven, de inkomensmatiging en het herijken van de sociale zekerheid staan alle drie in het teken van werkgelegenheid voor een groeiende beroepsbevolking en van welvaart, die het draagvlak biedt voor behoud van gemeenschapsvoorzieningen. Deze welvaart moet echter, met het oog op duurzame ontwikkeling, nadrukkelijk getoetst worden aan behoud en herstel van het milieu. In ons land zijn wij volop bezig het Nationaal Milieubeleidsplan zo snel en concreet mogelijk uit te voeren.

Daarbij hoort ook het verbeteren van de handhaafbaarheid van de milieuregelgeving. Mede in het licht van de ontwikkelingen in de Europese Gemeenschap wordt de mogelijkheid van regulerende heffingen zorgvuldig overwogen. De opbrengst zal worden aangewend voor de verlaging van de arbeidskosten. Hopelijk kan hiermee op 1 januari 1993 een aanvang worden gemaakt. Intussen wordt ook hard gewerkt aan het milieubeleid van de Europese Gemeenschap.

De mondiale milieu-uitdaging zal volgend jaar een belangrijke impuls krijgen door de Conferentie van de Verenigde Naties over milieu en ontwikkeling, die in Brazilië zal plaatsvinden. De Nederlandse regering hoopt dat dan een Wereldklimaatverdrag gereed zal zijn, evenals een verdrag over tropische bossen en biologische diversiteit. Op deze conferentie zullen de geindustrialiseerde landen moeten tonen dat het hun ernst is met hun streven naar duurzame ontwikkeling. Bij deze duurzame ontwikkeling gaat het ook om natuur en natuurbehoud in ons eigen land, waarbij gelukkig steeds meer burgers, verenigingen en organisaties zich betrokken blijken te voelen. De spectaculaire ontwikkeling van de landbouw in de laatste decennia heeft ons voor grote milieuproblemen gesteld, die nu tot een oplossing gebracht moeten worden. Met het bedrijfsleven, dat in dezen voor een zware opgave staat, zal overleg worden gevoerd over de noodzakelijke maatregelen. Gegeven de ernst van de problemen zal wél strikt de hand gehouden moeten worden aan het afgesproken tijdpad. In meer algemene zin staat onze landbouw nog voor forse aanpassingsproblemen. Europese en mondiale ontwikkelingen dwingen hiertoe. De problemen zijn niet gering. De geschiedenis leert echter dat de beste weg is een tijdige gemeenschappelijke aanpak gericht op verandering.

Aan de verdere ontwikkeling van de Europese Gemeenschappen kan Nederland als voorzitter de komende maanden richting helpen geven. Het gaat daarbij om drie aspecten: ten eerste de voltooiing van de interne markt in ruime zin, dus ook met een sociale dimensie; ten tweede het leggen van de fundamenten voor een verdere integratie door middel van de Economische en Monetaire Unie en de Europese Politieke Unie; ten slotte, zorgen dat Europa openstaat naar de wereld buiten de huidige grenzen van de Gemeenschappen. Dit laatste heeft concreet betrekking op de samenwerking met de leden van de Europese Vrijhandelsassociatie en met de nieuwe democratieën op ons continent. Daarnaast is een succesvolle afronding van de internationale handelsbesprekingen, de zogeheten Uruguay-Ronde, van grote betekenis. De verdere economische expansie van ontwikkelingslanden is hiermee gediend, alsmede het proces van economische hervormingen in de landen van Oost-Europa. Bovendien is het van wezenlijk belang voor het mondiaal herstel van de economie. Ontwikkelingssamenwerking is een proces van lange adem. Ondanks teleurstellingen zijn er de afgelopen dertig jaar resultaten geboekt: de kindersterfte is gehalveerd, de gemiddelde levensverwachting is met ruim tien jaar toegenomen en de economische groei resulteerde in inkomensverdubbeling.

Maar dat neemt niet weg dat de kloof tussen Noord en Zuid en de tweedeling in welvaart binnen de landen zijn vergroot. Meer dan een miljard mensen leven nog in absolute armoede. De wereldgemeenschap zal daarom met onverminderde energie door moeten gaan met armoedebestrijding en ontwikkeling. Het niet langer beschikbaar stellen van kapitaalmarktmiddelen maakt op korte termijn de mogelijkheden krapper, doch heeft structureel belangrijke voordelen. Twee begrotingsposten bij Ontwikkelingssamenwerking worden volgend jaar aanzienlijk verhoogd: het budget voor noodhulp en de uitgaven voor milieubeleid in ontwikkelingslanden.

Intussen vraagt naast de Derde Wereld ook de vroegere Tweede Wereld, bij de instorting van het communisme, op geheel nieuwe wijze onze aandacht. In de komende tijd komt het er voor de Sowjet-Unie op aan nieuwe staatkundige structuren inhoud te geven en tevens het hoofd te bieden aan grote economische problemen. Samen met zijn Europese en Atlantische partners wil Nederland aan deze inspanningen zijn bijdrage leveren. Het verlangen van de nieuwe democratieën in Midden- en Oost-Europa om bij de vrije wereld te horen, vraagt om een antwoord. Onze tegemoetkomendheid mag niet beperkt blijven tot financiële inspanningen maar moet ook grotere toegankelijkheid van onze markten inhouden.

Op de NAVO-top in november aanstaande zal het bondgenootschap de besluitvorming over zijn nieuwe politiek-militaire strategic afronden. Ook in de huidige omstandigheden behoudt de NAVO haar essentiële rol voor de veiligheid van haar lidstaten en voor de stabiliteit van Europa in wijdere zin.

Joegoslavië laat zien hoe een moeizaam proces van hervormingen door etnische spanningen en machtsconflicten kan ontsporen. Het is van het grootste belang, dat deze problemen tot een bevredigende oplossing worden gebracht. Daarom ook wordt hier in Den Haag de Joegoslavië-conferentie gehouden.

Met betrekking tot het Israïlisch-Arabisch conflict en de Palestijnse kwestie biedt de aangekondigde vredesconferentie uitzicht op de zo noodzakelijke onderhandelingen tussen de betrokken partijen.

Als huidig voorzitter van de Europese Gemeenschap zal Nederland deelnemen aan de conferentie en zich krachtig inzetten voor deze historische kans op een rechtvaardige vrede. De Golfcrisis heeft pijnlijk duidelijk gemaakt welke gevaren schuilen in overbewapening en ongebreidelde wapenexport. Nederland heeft, samen met de Europese partners, het initiatief genomen om bij de Verenigde Naties een register op te zetten voor de internationale wapenhandel, waardoor bestrijding ervan beter mogelijk wordt.

De uitvoering van de Defensienota is voortvarend ter hand genomen. De gewijzigde internationale politieke verhoudingen hebben niet alleen een lager budget, maar ook een herstructurering en verkleining van de defensie-organisatie mogelijk gemaakt. De gevolgen die deze veranderingen hebben voor het personeel worden opgevangen in een zorgvuldig personeelsbeleid. In het kader van de herstructurering zal een binnenkort in te stellen Adviescommissie onderzoeken of de dienstplicht in zijn huidige vorm kan blijven bestaan.

Tussen de landen en volkeren van Nederland en Suriname bestaat een bijzondere verbondenheid. Surinaamse inspanningen voor herstel van democratie, rechtsstaat en welvaart kunnen dan ook rekenen op Nederlandse steun. Om juist die inspanningen te ondersteunen is de regering bereid besprekingen te voeren over een nauwer samenwerkingsverband indien de Surinaamse regering de wens daartoe uit. Er bestaat tussen de regeringen van de landen van het Koninkrijk overeenstemming over de voortzetting van de koninkrijksbanden en de vernieuwing van het Statuut. Daarbij zal nadrukkelijk aandacht worden besteed aan de mogelijkheden tot versterking van de waarborgen voor democratie en rechtsstaat, en zal de samenwerking op het gebied van de rechtshandhaving worden geintensiveerd.

Leden van de Staten-Generaal,

1992 wordt een moeilijk jaar. Indien men kennis neemt van de zeer ernstige problemen in tal van landen, plaatst dat onze eigen situatie zonder twijfel in een ander licht.

Te meer maakt het de noodzaak helder zelf in ons land de verantwoordelijkheid voor behoud en versterking van democratie en welvaart gestalte te geven door een op de toekomst gericht beleid, ook als dit offers vraagt. Het staat vast dat een aantal beslissingen burgers in hun dagelijkse bestaan zal raken. Dit vraagt in onze democratische rechtsstaat niet alleen om een helder besef van wat moet gebeuren, maar bij de uitvoering ook om zorgvuldig overleg.

Van harte wens ik U toe dat Gods zegen op Uw werk rust.