Troonrede van 20 oktober 1834

Edel Mogende Heeren! Het is mij des te aangenamer U Edel Mogenden, bij de opening dezer zitting, te kunnen mededeelen, dat onze betrekkingen tot de vreemde Mogendheden geruststellende zijn, en dat Ik van velen, bij voortduring, de blijken ontvange eener opregte vriendschap, – daar Ik nog altijd ben te leur gesteld in de billijke verwachting …