Openingsrede van 18 september 1888

Mijne Heeren! De Koning, verhinderd in Uw midden te verschijnen, heeft ons opgedragen deze zitting der Staten-Generaal te openen. De betrekkingen des Konings met de buitenlandsche Mogendheden waren van den meest vriendschappelijken aard. De min gunstige weersgesteldheid deed haren nadeeligen invloed op den oogst gevoelen; de toestand van den veestapel is zeer voldoende; hetzelfde kan …