Troonrede van 15 september 1873

Mijne Heeren! Ik verheug Mij, ook nu weder, bij de opening Uwer gewone zitting, het geluk te hebben, gunstige mededeelingen te kunnen doen aangaande den toestand des Lands. Bij het bezoek, in het voorjaar door Mij gebragt aan de noordelijke gewesten des Rijks, ontmoette Ik allerwege blijken van welvaart en bloei. De havenwerken van Vlissingen, …