Mijne Heeren! Ik reken Mij gelukkig, bij de opening dezer zitting gunstige mededeelingen omtrent de aangelegenheden van het Vaderland te kunnen doen. Gelijk Ik ten vorigen jare de welwdlende medewerking der oorlogvoerende Staten tot handhaving onzer onzijdigheid ondervond, bleef ook sedert dien tijd de betrekking met alle Mogendheden op den meest gewenschten voet. Met erkentelijkheid …
