Mijne Heeren! Dankbaar erken Ik het voorregt, bij de opening van deze Vergadering, wederom tot gunstige mededeelingen omtrent de aangelegenheden van het Vaderland in staat te zijn. -Wel hebben in den laatsten winter eenige provincien de noodlottige gevolgen van ijsgang en overstrooming ondervonden, en hoog steeg de nood, in de geteisterde streken, doch de zucht …
