Openingsrede van 25 februari 1868

Mijne Heeren! Naar ’s Konings bevelen komen wij de vertegenwoordigers van ‘t Nederlandsche volk welkom heeten in deze nieuwe zitting. Het oogenblik, waarop gij uwe parlementaire werkzaamheden aanvangt, is gewigtig; moge het blijken heilspellend te zijn voor het vaderland. Daartoe wil de Regering’s lands afgevaardigden met vertrouwen te gemoet gaan. De vorige Tweede Kamer sprak …