Troonrede van 19 september 1893

Mijne Heeren, Met dankbaarheid mag Ik, bij de opening der gewone zitting van de Staten-Generaal, in menig opzicht bevredigende mededeelingen doen omtrent den algemeenen toestand des lands. De betrekkingen tot alle buitenlandsche Mogendheden zijn van den meest vriendschappelijken aard. Aan Mijne uitnoodiging, tot verschillende Regeeringen gericht, om eene regeling voor te bereiden van onderwerpen van …