Mijne Heeren! Het is Mij aangenaam, bij de opening van deze Vergadering der Staten-Generaal, U gunstige mededeelingen nopens den toestand des Vaderlands te kunnen doen. De geboorte van eenen Prins heeft het geluk van Mijn Huis vermeerderd. Tusschen Nederland en de vreemde Mogendheden bestaat voortdurend goede verstandhouding. Met onderscheidene Staten zijn overeenkomsten gesloten tot bevordering …
