Troonrede van 20 september 1852

Mijne Heeren! Bij de opening van deze vergadering der Staten-Generaal zie Ik Mij tot Mijn groot genoegen wederom in staat, op den voorspoedigen toestand des Vaderlands te wijzen. Nederland is met de andere Mogendheden voortdurend in goede verstandhouding. Bij herhaling ontvang Ik van vreemde Regeringen blijken van vriendschap en achting. Door verdragen van verschillenden aard …