Troonrede van 15 oktober 1827

Edel Mogende Heeren, Ik mag, bij voortduring, het genoegen ondervinden, bij het openen dezer Vergadering, aan U Edel Mogenden mede te deelen, dat Onze buitenlandsche betrekkingen met alle Mogendheden, door wederkeerige en welwillende vriendschap, op eenen gewenschten voet zijn onderhouden. Mijne zorgen zijn bestendig daarhenen gerigt, om die betrekkingen dienstbaar te maken tot bevordering van …