Troonrede van 15 oktober 1838

Edel Mogende Heeren ! Het strekt tot voldoening voor Mijn vaderlijk hart, bij deze plegtige vergadering, Mij voor de eerste maal vergezeld te zien van Mijnen beminden oudsten Kleinzoon, den Erfprins van Oranje, aan wien Ik, bij het bereiken der meerderjarigheid, zitting in den Raad van State heb verleend. Mijne vriendschappelijke betrekkingen met de vreemde …