Troonrede van 21 september 1874

Mijne Heeren! Met groote erkentelijkheid en welgevallen mag Ik, bij de opening van deze zitting, gewagen van de even algemeene als hartelijke feestvreugde, waarmede de 25 jarige gedenkdag van Mijne plegtige aanvaarding der regering, in ons geheele Vaderland en in onze Kolonien en Overzeesche bezittingen, is herdacht. De zedelijke en stoffelijke belangen van het zoo …